Labiel Gaudeamus met twee winnaars

Internationale Gaudeamus Muziekweek 1998 Gehoord: 8-13/9 Amsterdam.

Een caleidoscopische Gaudeamus Muziekweek 1998 zorgde de afgelopen dagen voor de uiteenlopendste confrontaties. Postmodern en vernieuwend, actie en meditatie, sensatie en spel. Het con- cours voor jonge componisten was een grabbelton en de jury (Richard Barrett, Jacob ter Veldhuis en Richard Rijnvos) kende niet, zoals gebruikelijk, één maar twee prijzen toe van elk vijfduizend gulden: voor de Brit Geoffrey Hannan (26) en de Japanse Kuniko Omura (28).

Hannans Rigmarole voor drie piccolo's, afgewisseld met basfluiten en ondersteund door klein slagwerk, is gestileerde Ierse muzikale folklore, vrolijk beweeglijk en energiek, met slechts één ontspanningspunt voor lang aangehouden piccolo met marimba-tremoli. Omura's Tomography II voor viool en altviool klinkt een stuk minder amusant in een meer typerend Gaudeamus-onderzoek, waarin het materiaal van alle kanten wordt belicht. Omura's duet, inderdaad sterk detaillistisch, is veeleisend met aanwijzingen als as fast as possible.

Verreweg het succesvolste concert vond dinsdag plaats in de Posthoornkerk, waar het Italiaanse Icarus Ensemble en het Nederlandse fluitensemble Tegenwind op het scherpst van de snede musiceerden. Niet alleen vielen daar de beide prijswinnaars te bewonderen, ook klonk er het spectaculairste stuk, Uschar voor dramatische sopraan en klein ensemble van de 27-jarige Kazakhstaanse Jamilia Jazylbekova, een leerlinge van Vladimir Tarnopolsky in Moskou die haar studie vervolmaakte bij Younghi Pagh-Paan in Bremen. De jury beloonde haar werk met een eervolle vermelding.

Uschar is gebaseerd op een nomadentekst uit de negende eeuw. De jachthond Uschar zit huilend naast zijn dode meester en de grijze moeder, die zojuist haar enige zoon verloor, barst uit in bitter geschrei, liefst over twee octaven heen, terwijl in de volgende delen na deze solo de instrumenten suggestief met haar mee 'janken'. Dit Russische expressionisme is eigenlijk niet in muzikale termen te vatten, hooguit in emotionele om het verloop te tekenen in verscheurdheid, opstandigheid, berusting, stilte.

Het slechtste concert was dat van donderdag in de Beurs van Berlage door het Radio Symfonie Orkest. Welk een treurig programma! De Chaconne van David Matthews is uit 1986, maar het had ook 1936 kunnen zijn. Ik Megalithic Waves van Masakazu Natsuda liet snoeihard koper afwisselen met een pianissimo strijkersglissando. En dat is dat, want dit idee wordt alsmaar herhaald en het slot, tien bladzijden macho-slagwerk toont de gemakkelijkste weg.

Robin de Raaff demonstreerde in een fluitsolo Contradictie I, dat een volgehouden contrast wel kan resulteren in een intelligent en afwisselend betoog, al blijven helaas dynamische contrasten op een fluit beperkter dan bijvoorbeeld op een klarinet. De jury prees Continental Divide van Derek Bermel als 'veelbelovend', een etikettering die ook Iwan Malachowski ten deel viel. Bermel studeerde hoorbaar bij Louis Andriessen en houdt van een swingende puls, zijn flink bezette compositie verloopt steeds brutaler en abrupter.

Zaterdag in De IJsbreker vielen twee werken op door hun ruimtelijke uitgangspunten. De Italiaan Fabio Grasso maakt van Hex-a-gon een soort wedstrijd waarin de gitaar, piano en vibrafoon als scheidsrechters fungeren omringd door een zestal blazers. Ook de Zwitser Nadir Vassena in Correzione III wilde iets met de ruimte doen, hij plaatst de piano in het midden als katalysator van het instrumentarium terwijl het keiharde slagwerk meer wil sugereren dan een spel. Deze werken vond ik niet minder veelbelovend dan die van Bermel en Malachowski.

Waar de meeste composities aan leden was een te groot aanbod van nietszeggende noten, resulterend in oninteressante nervositeit en quasi-virtuositeit, waar chaos te vaak concentratie verdrong. Transparantie en flexibiliteit bij Gabriel Erkoreka aan het begin van de week, emotionele bijdrage van Malachowski en Jazylbekova verderop in de week en concentratie bij Omura en Hannan met tenslotte muziek als louter spel bij Grasso en Vassena: dat waren zo de memorabele momenten in een elk wat wils muziekweek.