Iran in shocktoestand door de Talibaan

Iran heeft gedreigd “elke mogelijke actie” te ondernemen om de veiligheid van het land te garanderen. De boodschap is gericht tot de radicaal-islamitische Talibaan in buurland Afghanistan, die dit weekeinde de belangrijke stad Bamiyan hebben veroverd.

TEHERAN, 14 SEPT. Iran is in staat van shock over de moord op negen Iraanse diplomaten en een Iraanse journalist door de ultra-fundamentalistische Talibaan in het buurland Afghanistan. Er is drie dagen nationale rouw afgekondigd, en de kranten komen uit met een zwarte rouwband bovenin de voorpagina. De staatstelevisie zendt nu nog alleen gebedsbijeenkomsten uit. Bij het ministerie van Buitenlandse Zaken en het persbureau IRNA, waarvoor de vermoorde journalist werkte, zijn zwarte spandoeken aangebracht. Maar hoewel het land verenigd is in zijn woede op de Talibaan - en in het verlengde daarvan op de Verenigde Staten en Pakistan, die worden beschouwd als peetouders en steunpilaren van deze beweging - is minder duidelijk hoe het verder moet.

De Iraanse regering heeft zaterdag de arrestatie van de daders en hun uitlevering voor berechting in Iran geëist. Plus excuses en schadevergoeding. Ook eist Iran de veilige terugkeer van tientallen Iraanse staatsburgers die nog in handen van de Talibaan zijn. De eisen gingen vergezeld van waarschuwingen dat Iran zich het recht voorbehoudt “actie te ondernemen voor het bloed van zijn kinderen in Afghanistan”.

De pers meldde gisteren verontwaardigd dat de Talibaan hadden geantwoord weliswaar naar de schuldigen te zoeken, maar dat dezen niet voor de moorden maar voor het niet opvolgen van de bevelen van hun leiders zouden worden gestraft - in Afghanistan, niet in Iran. “Het schijnt dat ze niet willen luisteren naar de stem van het geweten”, schreef de Engelstalige Tehran Times.

Om de Talibaan onder druk te zetten, worden de jaarlijkse legeroefeningen ter herdenking van het begin van de oorlog tegen Irak (1980-1988) dit jaar in het grensgebied met Afghanistan gehouden. Met meer dan tweehonderdduizend deelnemende militairen worden deze over circa twee weken beginnende manoeuvres de grootste Iraanse oefeningen ooit, zo kondigde de commandant van het Iraanse leger, brigade-generaal Abdolali Pourshasb, zaterdag aan. Op een zeldzame persconferentie op het legerhoofdkwartier in Teheran, die begon met een lunch en eindigde met het uitdelen van gebloemde doosjes waarin een horloge bleek te zitten, onderstreepte de generaal dat de oefeningen “defensief” bedoeld zijn, en dat “we niet van plan zijn agressie tegen enig land te plegen”. “Maar we zijn bereid om elke zet van de Talibaan met alle kracht te beantwoorden. Bij de oefeningen, waaraan ook pantsereenheden deelnemen en die door de luchtmacht worden ondersteund, wordt scherpe munitie gebruikt”, onderstreepte hij.

Van de 70.000 manschappen van de paramilitaire Revolutionaire Garde die vorige week een oefening in het grensgebied met Afghanistan afsloten is een deel - gesproken wordt van eenderde - ter plaatse achtergebleven.

Dat betekent dat er binnenkort meer dan 220.000 zwaar bewapende Iraanse militairen aan de Afghaanse grenzen liggen, een situatie die, zo wordt hier gewaarschuwd, heel makkelijk uit de hand kan lopen.

Wie je in Teheran ook spreekt, iedereen is het er over eens dat het Iraanse volk geen nieuwe oorlog wil. Iraniërs herinneren zich maar al te goed de verliezen in mensenlevens en materieel van de oorlog tegen Irak. “De mensen weten ook”, aldus een doorgewinterde Iraanse commentator “dat de Talibaan niets te verliezen hebben. Als er één Afghaanse bom valt op het industriële complex van Isfahan, lijdt de Iraanse economie reusachtige schade. Maar honderd Iraanse bommenwerpers kunnen de Talibaan niets doen.”

“God heeft de mens zijn tong en hersens gegegeven om te spreken en overleg te plegen. Als mensen werden geacht te vechten, zouden ze wel hoorns of scherpe tanden hebben gekregen”, luidde een lezersreactie in de krant Salaam.

De zwakke economie kan evenmin oorlog velen. In de pers wordt er bovendien op gewezen dat nu voor één keer de hele wereld Iran steunt. “We hebben een prachtige kans uit ons diplomatieke isolement te komen”, concludeert een journalist desgevraagd.

Het Iraanse leiderschap worstelt duidelijk met de situatie. De sunnitische Talibaan, toch al gezien als smet op het imago van de islam - en daarmee op het imago van de (shi'itische) Islamitische Republiek Iran - worden nu wel zeer letterlijk verketterd. “Wij zullen de misdadigers straffen”, riep de nog steeds zeer invloedrijke ex-president Rafsanjani tot de menigte tijdens het vrijdaggebed. “Wij zullen de duivels tot staan brengen en hun de weg afsnijden.”

De Iraanse geestelijk leider ayatollah Khamenei riep vanmorgen de Afghaanse shi'ieten op zich te verzetten tegen de sunnitische fundamentalistische milities van de Talibaan. Maar evengoed onderstrepen de Iraanse gezagdragers dat er geen sprake is van een militaire interventie. “Ze willen geen oorlog voeren”, zegt een Westerse waarnemer, “ook al zijn er veel uitspraken in de zin van 'we krijgen ze wel'. Maar de moorden zijn ook een heel emotionele gebeurtenis.”

Er zijn echter kleine groepen binnen de conservatieve oppositie die een lange oorlog niet slecht zou uitkomen. “Er zijn mensen in de top van de Revolutionare Garde die in naam van zo'n oorlog graag de huidige liberaliseringsbeweging zou wegvagen”, zegt een commentator. Enkele conservatieve kranten roepen de regering ook ten strijde.

Geweldsopties die wel worden bepleit zijn de bezetting van de Afghaanse stad Herat, waar dan een tegenregime zou moeten worden opgezet, en de bewapening van Afghaanse vluchtelingen om hen over de grens tegen de Talibaan in te zetten. De Afghaanse oppositieleider, ex-president Rabbani, riep hiertoe onlangs in Teheran op, en ook conservatieve geestelijken hier hebben dergelijke ideeën geuit. Er zijn overigens betrouwbare berichten dat dit al - op nog beperkte schaal - gebeurt. Volgens deze berichten, die zijn gebaseerd op getuigenissen van betrokken Afghaanse vluchtelingen zelf, worden hun 'zoons' opgeroepen door ongeïdentificeerde Iraniërs en Afghaanse oppositiegroepen voor dienst tegen de Talibaan.

De regering moet nu zien te schipperen tussen haar uitspraken van 'we krijgen ze wel' enerzijds, en 'geen militaire interventie' anderzijds. Voor het moment lijkt zij haar hoop te hebben gevestigd op internationale actie. Maar dat zo'n internationale actie de excuses van de Talibaan en de uitlevering van de daders zou opleveren, is onwaarschijnlijk. De verovering door de Talibaan van de stad Bamiyan zal de druk tot enigerlei actie door de regering verzwaren. “Bamiyan valt. De levens van 300.000 Hasara's, Tadzjieken zijn in gevaar”, kopt de Tehran Times vanochtend al. De krant Reselaat schrijft dat 'de shi'ieten in deze stad op de drempel staan van uitroeiing door de Talibaan met hun bebloede handen en schaamteloze ogen.”