Honderd jaar Slauerhoff

Bzzlletin. Literair Magazine. 28ste jaargang, nr. 258, september 1998. Uitg. BZZZToH. Prijs ƒ 12,50.

Deze maand (vandaag om precies te zijn) is het honderd jaar geleden dat in Leeuwarden J.J. Slauerhoff geboren werd. Voor Bzzlletin is dit aanleiding voor een themanummer over deze 'zwerver en scheepsarts', deze 'onverbeterlijke romanticus en poète maudit'.

Volgens het redactioneel is Slauerhoff 'Nederlands enige dichter van internationale faam', maar uit het fraaie openingsartikel van Cees Nooteboom (oorspronkelijk geschreven als inleiding bij de Duitse uitgave van De opstand van Guadelajara) blijkt dat dit niet helemaal waar is. Weliswaar is Slauerhoff vertaald (onder andere in het Duits en Italiaans), maar dit geldt zijn proza en niet zijn gedichten. Nooteboom schrijft zelfs dat zijn poëzie hem nauwelijks te vertalen lijkt, zodat de buitenlandse lezer Slauerhoff 'niet in zijn meest essentiële gedaante kan waarnemen'.

Slauerhoffs poëzie heeft wel grote weerklank gevonden in Indonesië, waar een aantal belangrijke na-oorlogse dichters aanwijsbaar door hem is beïnvloed. Kees Snoek, biograaf van Du Perron, schreef daar een boeiend artikel over waar grondig onderzoek, onder andere in archieven in Jakarta, aan ten grondslag ligt. Zijn bijdrage begint met een anekdote uit 1937 (een jaar voor Slauerhoffs dood) toen drie Indonesische literatoren, oprichters van het tijdschrift Poedjang Baroe (De nieuwe schrijver) op bezoek gingen bij Du Perron, die in het West-Javaanse dorpje Tjitjoeroeg woonde. Du Perron wist dat deze schrijvers hun inspiratie wat de Nederlandse literatuur betreft vooral in de esthetiek van de Tachtigers en de opvoedende waarde van auteurs als Henriëtte Roland Holst zochten. Om zijn bezoekers een 'tegenbeeld' voor te houden las Du Perron hun 'Dsjengis' voor, een van Slauerhoffs vroege gedichten.

Het is pikant, schrijft Snoek, dat Du Perron juist dit gedicht over een oosters veroveraar had gekozen voor deze drie naar een eigen nationale cultuur strevende mannen. Maar ze zeiden het prachtig en indrukwekkend te vinden en '10 x mooier en oosterscher dan Oostersch van Leopold'. Echt belangrijk werd Slauerhoff pas voor de 'Angkatan 45' (Generatie van 1945) onder leiding van de jong gestorven Chairil Anwar (1922-1949), die in zijn gedichten tamelijk rechtstreeks ontleent aan zowel Slauerhoff als Marsman. Volgens Snoek wordt de receptie van Slauerhoff in Indonesië gekenmerkt door een fascinatie voor zijn zwerven, zijn onrust en tragische levensgevoel, zijn exotische locaties en anti-burgerlijke opstandigheid. Maar de illusieloosheid van de latere Slauerhoff zou men niet delen.

Slauerhoffs antiburgerlijke opstandigheid komt ook aan de orde in het schoolmeesterachtige artikel van Bzzlletin-redacteur Ron Elshout, getiteld 'Jan Jacob Slodderhoff'. Elshout heeft erg veel woorden nodig om duidelijk te maken dat hij het oneens is met Wim Hazeu, die in zijn omvattende Slauerhoff-biografie uit 1995 de dichterlijke slordigheid van zijn held 'de allure van rebels verzet' toekent. Van verzet was helemaal geen sprake, meent Elshout, de slordigheid paste gewoon bij Slauerhoffs persoonlijkheid. Om tot deze conclusie te komen haalt hij een paar gedichten van Slauerhoff door de mangel. Streng oordeelt hij over 'de willekeur van het aantal lettergrepen per versregel', het door elkaar heen gebruiken van 'vrouwelijk, mannelijk, gekruist en omarmend rijm', en wat dies meer zij. Kennelijk heeft hij er lol in poëzie op zo'n pietluttige manier te lezen, net als indertijd Algemeen Handelsblad-redacteur H.E.M. Uyldert. Die schreef in 1928 naar aanleiding van 'Eldorado' dat hij Slauerhoff had betrapt op een ongelijk aantal versvoeten per regel. Du Perron verdedigde Slauerhoff en noemde Uyldert 'de meest verstopte recensent van Holland'. Elshout memoreert dit affairetje van toen en neemt het op zijn beurt op voor Uyldert. 'Het is in de loop der jaren een automatisme geworden slechts laatdunkend over Uylderts commentaar op Slauerhoffs poëzie te schrijven, maar hij had natuurlijk met zijn kritiek wel gelijk.'

Bzzlletin bevat verder nog een korte bijdrage van Wim Hazeu met nieuwe informatie over het gedicht 'Ante la muerte', een bijdrage van Gerrit Jan Zwier over Slauerhoff en Friesland en een informatief, aardig artikel van de verpleegkundige en historica Marja van Hes over Slauerhoff als (slordige) scheepsarts. 'Hij hield zijn instrumenten niet schoon.'