Heren! Heren toch!

Over slechte smaak valt niet te twisten, dat bewijst deze maand het magazine Esquire. Het mannenblad bracht een panel van 34 winkeliers bijeen om een top vijftig van best geklede Nederlanders samen te stellen. De uitbaters van 'herenmodezaken waar stijl en inhoud samengaan' wezen socioloog en columnist Pim Fortuyn als winnaar aan. Citaat uit het juryrapport: 'Persoonlijkheid, karakter en not overdone. (...) Zijn correcte Engelse stijl wordt gewaardeerd.'

Daar keken wij van op, want nog niet zo lang geleden reisden we op verzoek van een tv-programma af naar de Rotterdamse volksbuurt Feijenoord om de garderobe van de professor te inspecteren. Wat wij daar in zijn uitpuilende klerenkast aantroffen staat haaks op de 'correcte Engelse stijl' die hem nu door gerenommeerde middenstanders als Boco Fashion uit Vlaardingen, Carlo Mode uit Den Haag en Steutel Mode uit Goes wordt toegedicht. Behalve een okerkleurig pak, een bemost paar bootschoenen en nog wat textiele missers waar een mot zich niet snel aan zou vergrijpen, sprong Fortuyns voorkeur voor al te modieuze cut-away boorden, shirts met borstzak en korte sokjes in het oog. Hier en daar gloorde hoop met een raak gesneden Italiaans pak of een zware zijden das, maar wat resteerde was het krampachtige van een gemankeerde dandy.

Heeft Fortuyn zijn dwalingen inmiddels ingezien? Nee, zo blijkt uit de foto die Esquire bij het artikel afdrukt. Met een pistachekleurig ruitjeshemd, een blauwzijden slipje als pochet en een oogverblindende dasclip glimlacht de winnaar ons toe. We bladeren verder en stuiten op de in een gestolen hotelbadjas poserende Gert-Jan Dröge en een bedenkelijk kijkende Philip Freriks. Maar wie doet dat niet als hij gefotografeerd wordt in een mintkleurig jasje met de onderste plastic knoop gesloten? En dan is er advocaat Piet Doedens in een roomkleurig ensemble. Anders dan zijn precieuze smaak doet vermoeden, verklaart de strafpleiter zijn gekunstelde kledingkeuze met: “Ik ben een eenvoudige man van boerenafkomst, die boerenspullen draagt. (...) Ik denk er niet zo bij na.” Horen wij daar de spiegels van de Utrechtse kleermaker Willemars homerisch lachen?

Na herhaalde lezing rijst het vermoeden dat Esquire de mannenmode hier op volstrekt ironische wijze benadert. Ironisch, want wie zou er in ernst veel meer dan drie alleen nog maar goed, en laat staan best geklede Nederlandse heren kunnen ophoesten? Hoe anders valt te verklaren dat er onder de oksels van veel 'winnaars' de weeë lucht van slecht gesneden polyester plakpakken opstijgt? En hoe kan het ringbaardje - een absolute don't in de wereld van de goede smaak - van de gewoonlijk zo gladde hoofdredacteur Frank Kloppert worden verdedigd? Ook fotograaf Paul Huf (no. 29) leek de parodie te begrijpen, toen hij op het feestje ter gelegenheid van de 'best geklede man' kwam opdraven in een ruitjesjasje met GVB-grijze broek.

In de stijlloze top vijftig mochten de namen van Freddy Heineken, Frits Bolkestein en Ferry Mingelen natuurlijk niet ontbreken. De drie verkiezen de inhoud, van boeken tot bierflesjes, boven de wereld van de uiterlijkheden. Omstanders raken vaak in verwarring als zich een breedgeschouderd bataljon pakken opstelt rond een man in een blauwe dienstblazer en een lichtgrijze broek. Is dit de chauffeur of de biermagnaat? “Klassiek, no-nonsense en solide”, sneert Esquire. Ook het oordeel over Ferry Mingelen moet zonder vooringenomenheid van de jury tot stand zijn gekomen. Aan zijn onafscheidelijke studentenkloffie - ruitjesjasje, dunne rode das en spijkerbroek - valt af te lezen dat de politiek presentator het afgelopen decennium geen kledingmagazijn meer van binnen heeft gezien. De winkeliersvereniging heeft daar maar één woord voor nodig: 'onberispelijk'.

En dan is er de man die altijd gelijk heeft: Frits Bolkestein. Hij werpt alle adviezen van de mannetjesmakers verre van zich en gaat steeds weer overtuigend de mist in met te lichtgrijze pakken, lavendelblauwe shirts en grauwe dassen uit de huiscollectie van het Kremlin. Dwars gedrag dat hem het label 'zeer gedistingeerd' van de vakjury oplevert. Plus een eervolle vermelding als hoogst geklasseerde politicus op plaats 31. Zelfs Wim Kok, de kreukelkoning van het Catshuis, moet de liberaal voor zich dulden. De minister-president komt binnen op vijftig. Netjes, al verwachten we niet minder van iemand die ooit op sandalen en in een ribpak de revolutie predikte. Dat maakt nieuwsgierig naar de top vijftig van de best geklede mannen waarmee Esquire volgend jaar vast wel weer komt.