Frisbeeën? Ach mees, doe normaal!

Ik ben docent lichamelijke opvoeding op een MTS - vooral jongens dus. Als ik voor het eerst met een klas wil gaan frisbeeën, krijg ik altijd te horen: 'Ach meester, toe, doe effe normaal zeg. Kunnen we niet gewoon gaan voetballen.' Na wat heen en weer gepraat willen ze het uiteindelijk toch wel proberen. Na afloop zijn de reacties altijd een stuk milder. 'Nou, dat was toch best wel leuk', hoor ik dan. 'Maar volgende keer toch liever weer voetballen, mees.'

Zelf ben ik in 1990 met ultimate frisbee begonnen. Ultimate frisbee is een teamsport, zeven tegen zeven. Het wordt gespeeld op een veld dat te vergelijken is met het veld bij American football, inclusief de endzones. Het is de bedoeling dat een speler van jouw team de frisbee in de endzone van de tegenpartij vangt. Lukt dat, dan heeft jouw team een punt. De frisbee mag onderweg niet de grond raken. Gebeurt dit wel, dan krijgt de tegenpartij frisbeebezit.

Ultimate frisbee is echt conditievretend, je moet steeds maximale sprintjes trekken om jezelf vrij te lopen. Omdat het zo intensief is, mogen teams zoveel wisselen als nodig is.

Bijzonder aan ultimate frisbee is, dat er geen scheidsrechter in het veld loopt. De twee partijen moeten er zelf zien uit te komen. Dat kan ook best, omdat de regels heel duidelijk zijn en niet voor meerdere uitleg vatbaar. Natuurlijk is er weleens een twijfelgevalletje, bijvoorbeeld of de frisbee uit was of niet. Als beide teams er niet uitkomen, wordt het spel hervat door de speler die de frisbee het laatst gegooid had.

Dat spelers zelf verantwoordelijk zijn voor het toepassen van de regels en het sportief verloop van de wedstrijd, vind ik misschien wel het mooiste aan ultimate frisbee.