E-Day

DE EURO KOMT, maar hoe raakt Nederland straks van zijn guldens af? Dit is weliswaar pas actueel op 1 januari 2002, maar het draaiboek voor de omwisseling wordt nu vastgelegd. Dat gaat niet gemakkelijk. Een bijeenkomst over de introductie van de euro eindigde vorige week in een patstelling. Nieuw overleg moet nu leiden tot een aanbeveling die voor iedereen bevredigend is. Er zijn grote meningsverschillen tussen enerzijds de detailhandel en anderzijds de financiële sector, de automatenbranche, de overheid en de consumentenorganisaties.

Volgens de Europese afspraken hebben de EMU-landen een omwisselingsperiode van maximaal zes maanden, waarin de nationale munten en de euro naast elkaar mogen bestaan. Landen mogen zelf bepalen of ze deze 'duale fase' willen verkorten. Minister Zalm heeft onlangs gezegd dat deze periode wat hem betreft in Nederland wordt teruggebracht tot drie à vier weken. Dat is overzienbaar. Maar de detailhandel wil een 'big bang', waarbij het hele chartale betalingsverkeer in één keer overgaat op de euro en waarbij guldens kunnen worden omgeruild bij banken en speciale inwisselpunten. De burgers zouden voorafgaande aan E-Day al de beschikking moeten krijgen over een 'starterspakket' met euro's.

Deze aanpak ligt vanuit het perspectief van de winkeliers voor de hand: geen gedonderjaag met dubbele kassalades, wisselgeld of dubbele prijsaanduidingen. De detailhandel heeft geen zin om op te treden als het wisselkantoor voor guldens in euro's. Maar het is niet consumentvriendelijk en het levert grote logistieke complicaties op. De invoering van de euro is een buitengewoon ingrijpend proces, waarbij van alle partijen die onmisbaar zijn bij de overgang de nodige inschikkelijkheid wordt gevraagd. Het is daarom onverstandig als één sector, de detailhandel, zijn voorkeur zo ondubbelzinnig wil opleggen aan alle anderen.