Directeur stapt op en wil prijzen afschaffen; Jury Venetië zag 'geen absolute meesterwerken'

VENETIË, 14 SEPT. Gianni Amelio, de eerste Italiaanse winnaar van een Gouden Leeuw sinds Ermanno Olmi in 1988, gedroeg zich beduusd, toen hij gisteravond de hoofdprijs van de 55ste Mostra Internazionale d'Arte Cinematografica di Venezia in ontvangst nam. Toch meldde de regisseur al 's middags aan een persbureau dat hij zou gaan winnen en 'voorspelden' Italiaanse journalisten tot in de kleinste details correct hoe de prijzen verdeeld zouden gaan worden.

Amelio's gastarbeidersepos Così ridevano, over twee Siciliaanse broers die in 1958 naar Turijn trekken, was, om het voorzichtig uit te drukken, 'gemengd' ontvangen door de Italiaanse en internationale pers. De Nederlandse distributeur van Amelio's eerdere en betere films Il ladro di bambini en Lamerica, die blind een bod had gedaan op de rechten van Così ridevano, trok dat vorige week schielijk in na de fragmentarisch vertelde film op het Lido te hebben gezien. Festivaldirecteur Felice Laudadio diende nog voor de prijsuitreiking gistermiddag geheel onverwachts zijn ontslag in en riep op 'de stompzinnige, arrogante competitie' af te schaffen en alleen het publiek te laten oordelen. Ook zei Laudadio liever de verschillende festivalsecties op te heffen en het totaal aantal vertoonde films (dit jaar 120) ernstig terug te brengen.

Het was een verwarrend festival dit jaar, met een aantal behoorlijke tot uitstekende films, die voor het merendeel niet in competitie waren (Elizabeth, Another Day in Paradise, The Opposite of Sex, Out of Sight, New Rose Hotel). Voorzitter van de jury Ettore Scola dankte zijn medeleden bij het uitreiken van de prijzen voor hun strijdlust en concludeerde dat er bij de twintig deelnemende films geen 'absolute meesterwerken' waren. Dat is diplomatieke festivaltaal voor grote heibel bij de juryvergaderingen; volgens hardnekkige geruchten heeft Scola de Gouden Leeuw voor Amelio doorgedrukt, tegen de zin van de meeste buitenlandse juryleden. De afwezige Warren Beatty, regisseur van Bulworth, kreeg een niet tevoren aangekondigde (maar volgens Laudadio al maanden geleden bedachte) speciale Gouden Leeuw voor zijn hele oeuvre. De speciale juryprijs werd verrassend toegekend aan de Roemeen Lucian Pintilie voor Terminus Paradis, een grimmige tragedie over een deserteur. Emir Kusturica ontving voor Black Cat, White Cat de Zilveren Leeuw als beste regisseur, de Iraniër Mohsen Makhmalbaf de Gouden Medaille van de Italiaanse senaat voor de humanistische kwaliteiten van Le silence. Catherine Deneuve droeg de prijs voor beste actrice, in Nicole Garcia's ouderwetse, echte acteursfilm Place Vendôme op aan haar dochter Chiara Mastroianni. De regisseur van Hurlyburly, Anthony Drazan, las een boodschap voor van de als beste acteur onderscheiden Sean Penn, dat hij niet aanwezig kon zijn, omdat hij een dag eerder zijn vader begraven had. Bij de toekenning van de Marcello Mastroianni-prijs voor een jonge Europese acteur werd die omschrijving heel letterlijk genomen: winnaar werd de 15-jarige Niccolò Senni in Francesca Archibugi's L'albero delle pere. De internationale persjury kende twee prijzen toe: aan Goran Paskaljevic voor de gitzwarte film over het dagelijks leven in Belgrado Het kruitvat (Bure baruta) en voor Train de vie van de Franse Roemeen Radu Mihaileanu, met een Nederlandse coproducent en acteur Johan Leysen. Mihaileanu's holocaust-komedie, waarin de bewoners van een stetl in Polen zelf een trein laten rijden die niet naar de concentratiekampen gaat, vertoont bizarre overeenkomsten met Roberto Benigni's in Cannes onderscheiden La vita è bella. Volgens Mihaileanu had hij Benigni vijf jaar geleden zijn scenario laten lezen, waarna de Italiaanse acteur zei niet geïnteresseerd te zijn in een rol.

Na de eerdere successen van Nederlandse films dit jaar in Berlijn en Cannes, waren Nederlandse regisseurs in Venetië geheel afwezig. Wel waren er twee Nederlandse coproducties te zien (Train de vie en Paul Tickells Ierse Crush Proof, gefotografeerd door Reinier van Brummelen) en was Theo Bierkens de cameraman van Doris Dörrie's alleraardigste slotfilm Bin ich schön?