Brussel vordert subsidie aan Campina-Melkunie terug

ROTTERDAM, 14 SEPT. De Nederlandse Staat moet de Europese Commissie de subsidie terugbetalen die zuivelgigant Campina-Melkunie tussen 1992 en 1995 kreeg voor de productie van caseïne, een eiwitachtig bestanddeel van melk dat ook wel kaasstof wordt genoemd. Daarnaast overweegt de Commissie de onderneming een boete op te leggen, die het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij eveneens van Campina moet incasseren.

Bij elkaar zou het om ongeveer 30 miljoen gulden gaan, waarmee Campina het conflict met Brussel kan 'schikken'. Het schikkingsvoorstel wordt eind van het jaar verwacht. Het ministerie, dat de rechtmatigheid van de claim bestrijdt, kan de zaak aanvechten bij het Hof in Luxemburg. Zo'n procedure kan jaren duren.

Volgens de Commissie komt de subsidie Campina-Melkunie niet toe omdat de caseïne aluminiumsulfaat bevatte. Daardoor kan de kaasstof beter worden verwerkt in levensmiddelen. Volgens een richtlijn van de EU mag die stof echter niet voorkomen in producten voor menselijke consumptie, wel in veevoer. De meeste landen buiten de EU hebben ook geen problemen met aluminiumsulfaat in voeding voor mensen.

Hoewel in de subsidietoewijzing niet wordt gerefereerd aan de desbetreffende richtlijn, meent de Commissie dat Campina daarvan op de hoogte had moeten zijn. Een zegsman in Brussel stelt dat de Commissie zichzelf in grote problemen brengt als zij producten subsidieert waarin stoffen worden verwerkt die zij verbiedt: “Dat zou een dubieus precedent scheppen.” Om die reden ziet de Commissie zich gedwongen de zaak door te zetten, ondanks het verzet van Den Haag.

De kwestie speelt al bijna drie jaar. Nadat de Commissie op grond van de bevindingen van haar fraudeteam (UCLAF) formeel had gesteld dat de subsidie ten onrechte aan Campina was verstrekt, heeft het ministerie van LNV onderhandeld met de autoriteiten in Brussel en een 'verzoeningsprocedure' voorgesteld. Van Nederlandse zijde is daarbij aangevoerd dat het noemen van de specifieke richtlijn in de subsidietoekenning ontbrak en Campina dus niet kon weten dat zij door toevoeging van aluminiumsulfaat Europese regels overtrad. Dat gold temeer omdat niet alle zuivelbedrijven daarvan door Brussel op de hoogte zijn gesteld, evenmin als het ministerie zelf.

Het ministerie verschilt bovendien van mening met de Commissie over de wijze waarop een Europese richtlijn moet worden nageleefd. Als die niet in de subsidieverordening is opgenomen, zou Campina zich daar niet aan hoeven houden. Van een bedrijf kan immers niet worden verlangd dat het bekend is met alle mogelijke richtlijnen die Brussel uitvaardigt, aldus de Nederlandse onderhandelaars. Bij een subsidietoewijzing moet volgens hen duidelijk worden verwezen naar richtlijnen die bij het maken van een bepaald product relevant zijn.

Campina is van mening dat in het geheel niet in strijd te hebben gehandeld met de Europese regelgeving. Een woordvoerder meent dat het bedrijf al jaren stoffen toevoegt die 'bij allerlei controlerende instanties bekend zijn'. Die worden bovendien op de verpakking vermeld. Een bezoek van het fraudeteam UCLAF was dus nergens voor nodig. Het bedrijf verwijt de Brusselse dienst de zaak ten onrechte aan het rollen te hebben gebracht.