Wachtlijsten, files, kaartenbakken

Een land met zoveel wensen en toch zo weinig geld. We spraken er vorige week over tijdens het jaarlijkse familieweekend in de kampeerboerderij: een traditie sinds het aantal neven en nichten zo groot is geworden dat afzonderlijke verjaardagsvisites niet goed meer kunnen. Tafeltennis en barbecue met 29 familieleden en tussendoor indrukken van wat een ieder hoopt en verwacht van de nabije toekomst. Mijn zwager in de geestelijke gezondheidszorg was het meest somber. Achterblijvende salarissen en een hoge werkdruk werpen hun schaduw vooruit, want veel te weinig mensen kiezen nog voor een loopbaan in de zorg. Wat de overheid aan geld ter beschikking stelt is jaar in jaar uit te weinig om te doen wat moet vanwege de vergrijzing en wat kan vanwege nieuwe technieken in het ziekenhuis en betere, maar dure medicijnen. In Rotterdam heeft het Dijkzicht ziekenhuis een 'pijnkliniek' voor patiënten die permanent hevig pijn lijden. De wachttijd is daar nu negen, tien maanden; een wrede consequentie van de budgettering in de gezondheidszorg.

Onze oudste neef werkt in de zakelijke dienstverlening en moet vier dagen per week met klanten onderhandelen voor het mogelijk uitbesteden van hun interne dienst. Ambtenaren met hun vaste werkplek zoeven voorbij in de intercity; verkopers en service-verleners staan in de file; niet alleen in de Randstad maar nu ook al in Utrecht, Brabant en Gelderland.

Dan tenslotte nog familieleden die te maken hebben met de sociale zekerheid. Goedgebruinde vutters hebben vaak niet te klagen, maar ook de familie Doorsnee heeft ervaren dat van de vier jaar geleden zo hoopvol aangekondigde 'één-loket-gedachte' in de sociale zekerheid nog niets is terechtgekomen.

Meer geld voor de zorg, meer geld voor Rijkswaterstaat én meer geld voor beter betaalde Melkert-banen; dat kan niet allemaal tegelijk, zeker niet omdat Nederland aan Europa heeft beloofd om minder te lenen, en de belasting in 2001 ook nog eens omlaag zal gaan. Vóór de verkiezingen hebben politici de indruk gewekt dat ze de problemen in de zorg natuurlijk zouden oplossen, en al in 1996 gingen Kabinet en Tweede Kamer onder applaus akkoord met een plan om voor zeven miljard gulden tenminste de ergste knelpunten in het wegennet op te lossen. Nu is daar niet genoeg geld voor, en in de sociale zekerheid legt het kabinet dan bovendien wel heel erg makkelijk een efficiencykorting op aan al die 50.000 mensen die er werken, zonder hen daarbij ruim baan te geven om dan tenminste vlotter en met krachtiger financiële hulpmiddelen werklozen te helpen van de uitkering naar een baan.

Als ik het allemaal eerlijk probeer op te tellen, komt het erop neer dat in de zorgsector domweg meer geld nodig is, ook volgend jaar, omdat het onbehoorlijk is om zieke mensen zo lang te laten wachten op behandeling.

In de sociale zekerheid valt uiteindelijk heel veel te besparen, maar dan is nodig dat eerst het loon van mensen die onlangs nog werkloos waren aanzienlijk hoger wordt dan de uitkering. Dat betekent echter minder afdracht van belasting en premies aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Wat dat kost aan lagere belastingen of hogere toeslagen valt wel terug te verdienen wanneer gemeenten - inclusief de grote steden - dan eindelijk ernst maken met sanctiebeleid in de Bijstandswet, maar niettemin zal de kost enige tijd voor de baat moeten uitgaan. Niemand wil immers nog een herhaling van de beschamende episode uit 1994 toen WAO'ers te horen kregen dat een carrière als Bonzaiboomkweker openstond en daarmee aan hun lot werden overgelaten.

Eerst méér uitwegen uit de armoede, dan pas sanctiebeleid en dus valt ook in die sector in 1999 nog niets te bezuinigen. Daarom blijft logischerwijs het ministerie van Verkeer en Waterstaat over als mogelijke oplossing voor de financiële klem. Het is ook niet toevallig dat Rijkswaterstaat steeds nadrukkelijker adverteert voor creatieve ideeën bij de financiering van de dure projecten die daar op de wenslijst staan. Eén mogelijkheid is dat private financiers mede-eigenaar worden van een hoge snelheidslijn, een zweeftrein naar het noorden of een nieuwe weg. Dat is een aanlokkelijk perspectief, maar ik ben bang dat onze overheid met al het gezwabber rond Schiphol en de HSL nu zo'n onbetrouwbare zakenpartner lijkt te zijn, dat private financiers pas met geld over de brug komen wanneer trein, haven of vliegveld helemaal klaarliggen voor winstgevende exploitatie. Daarom is het logischer om met voorrang óók te zoeken naar geld dat al eerder beschikbaar kan komen. Dat geld zit niet tussen de rails - want dan moet de treinbaan eerst zijn aangelegd - maar in de grond bij de toekomstige stations.

Voorlopige berekeningen van ons instituut NYFER suggereren dat er in principe genoeg geld in de grond zit om bijvoorbeeld het doortrekken van de A4 naar het zuiden en een zweeftrein van Amsterdam via Almere naar Groningen zo ongeveer buiten bezwaar van Rijksschatkist te financieren. Zo betalen andere landen veel nieuwe infrastructuur, soms uit een forensenbelasting op kantoren met veel forensen, soms door het afromen van winsten op grond die in Nederland nog steeds onbelast terechtkomen bij toevallige boeren of iets minder toevallige kopers van gronden.

Toen Nederland nog bouwde aan de Deltawerken, bevatte de Deltawet dan ook een artikel 7 waarin het Rijk zich het recht voorbehield om winsten op grond af te romen en in te zetten voor het bestrijden van de kosten. Die goede traditie zal op een of andere manier dringend terug moeten komen, ook al is daarvoor samenwerking vereist tussen de ministeries van VROM, Verkeer en Waterstaat, Landbouw, Financiën en Justitie. Samenwerking tussen ambtenaren en politici van vijf departementen is ongetwijfeld penibel, maar dat is een wachtlijst van tien maanden bij een pijncentrum ook. Wie vanaf 1 januari méér geld wil voor de medische zorg, zal wat zakelijker moeten kijken naar die twee andere dure hoofdterreinen van beleid: het verkeer en de sociale zekerheid.

In de Bijstandswet moeten gemeenten wijs en royaal kunnen experimenteren, maar ook - laten we eerlijk zijn - met training en banen gekoppeld aan serieus sanctiebeleid. De winst komt later door meer werk en hogere inkomens. Voor wat betreft de infrastructuur zit het geld vaak in de grond als we tenminste bereid zijn een heffing of belasting te regelen zoals destijds in de Deltawet. Zes miljard in de grond voor alleen al twee grote projecten lost nog lang niet alle financiële problemen op. Maar het is jammer om dat geld in de grond te laten zitten, alleen omdat vijf ministeries niet snel zaken kunnen doen.

P.S. -R. Janssen van deze krant heeft mij op 3 september en opnieuw op 9 september in columns beschuldigd van overschrijven zonder bronvermelding. Dat is een kwaadaardige beschuldiging, maar omdat ik die al eerder heb weerlegd (NRC Handelsblad van 5 september) is communicatie met Janssen niet langer mogelijk. De hoofdredactie heeft mij verzekerd dat de stelling van Janssen uitsluitend voor diens rekening is.