Verder steunen omroepen niet zinvol

Eindelijk is het zover. Het lang in stand gehouden monopolie van omroepen op programmagegevens wordt afgebroken. De Nederlandse Mededingautoriteit (NMa) heeft bepaald dat de omroepen de gegevens moeten afstaan aan kranten en tijdschriften, tegen een nog nader te bepalen tarief. De beslissing van de NMa opent de weg voor een grondige herschikking van 'omroepland'.

De programmabladen zorgen voor aanzienlijke inkomsten. De exacte cijfers zijn een goedbewaard geheim, maar de schattingen lopen uiteen van 200 tot 500 miljoen gulden. Die inkomsten zullen grotendeels wegvallen. In een klassieke reflex hebben Kamerleden van CDA en PvdA al geroepen dat de overheid voor die tekorten moet opdraaien. De vraag kan gesteld worden of dat zinvol is. Ondanks de ruim 1,3 miljard gulden die het bestel krijgt van de overheid uit de omroepbijdrage en van het bedrijfsleven via reclame-inkosten en sponsoring, zijn omroepen armlastige instellingen. Programma's moeten zo goedkoop mogelijk (en boeten daarmee in aan kwaliteit), geld voor grote dramaprodukties of (goede) speelfilms is er nauwelijks.

Dat is het directe gevolg van de enorme versplintering in Hilversum. De pot wordt verdeeld over een handvol kleinere zendgemachtigden, de NOS (voor het Journaal, sport en 'evenementen') en acht zogenoemde A-omroepen, met doublures die leiden tot verspilling. Daarnaast zijn de omroepen verdeeld over drie netten. Dat betekent relatief veel zendtijd voor de relatief kleine budgetten waarmee ze moeten werken. Het gevolg is dat gedurende het overgrote deel van de dag uitsluitend het testbeeld te zien is. Het prestige van drie netten weegt niet op tegen de kosten die ermee gemoeid zijn.

Gezien de armoede in het bestel - financieel en programmatisch - en het dreigende inkomstenverlies door de afbraak van het monopolie op omroepgegevens, lijkt de tijd rijp voor een herziening. De omroepen zouden zich moeten terugtrekken op twee netten, waarbij één net bestemd wordt voor de meer populistische programma's (inclusief voetbal) en het tweede net een domein wordt voor 'serieuze' programma's. De samenwerking zou moeten worden geïntensiveerd, niet per net, maar per programmasoort. De afzonderlijke budgetten voor drama bijvoorbeeld, zouden kunnen worden samengevoegd.

De kern van zo'n stelsel zou moeten zijn dat omroepen geen zendtijd meer toebedeeld krijgen, maar een hoeveelheid geld, afhankelijk van het aantal leden. Aan dit bedrag wordt per programmasoort een aantal tijdblokken toegekend, verdeeld over de hele dag. De twee netten worden daarmee efficiënter benut dan de huidige drie netten. Het overgebleven net zou de overheid kunnen aanbieden aan een commerciële omroep, bij voorkeur via een veiling.

De omroepen moeten afstappen van de idee dat ze moeten concurreren met de commerciële zenders. Ze moeten voldoen aan hun primaire taak: duidelijk geprofileerd tevoorschijn komen met waarachtige en kwalitatief goede programma's.