Tijd voor plan B

Van Thailand tot Brazilië, van Indonesië tot Rusland zijn munten gekelderd of staan ze onder enorme druk. Geen wonder dat in wat tot voor kort 'opkomende landen' waren, het enthousiasme voor verdere liberalisering van het kapitaalverkeer plaats maakt voor oproepen tot beperkingen. Maleisië heeft eerder deze maand de vrije inwisselbaarheid van zijn munt opgeschort, Hongkong intervenieert actief op zijn valuta- en effectenmarkten. Meer en meer landen overwegen maatregelen te nemen om zich af te schermen van de internationale financiële furie.

In een jaar tijd is de stemming volkomen omgeslagen. Tijdens de jaarvergadering in Hongkong, september 1997, besloot het Internationale Monetaire Fonds om volledige liberalisatie van het kapitaalverkeer als doelstelling voor de lidstaten op te nemen in de statuten van het Fonds. Iedereen was enthousiast, al waarschuwde Stanley Fischer, plaatsvervangend directeur van het IMF en de man die het Fonds feitelijk leidt, dat “liberalisatie zonder de noodzakelijke voorwaarden extreme risico's met zich meebrengt”.

Met name in landen met een zwakke financiële infrastructuur en macro-economische tekortkomingen (overgewaardeerde munt, begrotingstekorten, tekort op de betalingsbalans) kan kapitaalliberalisatie levensgevaarlijk zijn.Het voordeel van vrij kapitaalverkeer is dat het landen toegang verschaft tot de internationale kapitaalmarkten. Zo kunnen investeringen gefinancierd worden waardoor de economische groei versnelt en de levensstandaard verbetert. Maar vrij kapitaal kan niet alleen instromen, ook uitstromen.

Nu praat niemand meer over de voordelen van liberalisatie van het kapitaalverkeer, maar gaat het om de vraag hoe de verwoestende werking van flitskapitaal dat zich uit landen terugtrekt, kan worden voorkomen. Het IMF erkent dat de herziening van de statuten geen vorderingen maakt.

Bij de Wereldbank is het enthousiasme voor vrij kapitaalverkeer helemaal bekoeld. Joseph Stiglitz, de chief economist van de Wereldbank, heeft opgeroepen voor beperkingen op kapitaalverkeer en waarschuwde onlangs voor “nodeloze risico's zonder voordelen die daar tegenop wegen”.

In de industrielanden is de volledige liberalisatie van het kapitaalverkeer ook een kwestie van lange adem geweest. De Verenigde Staten voerden in de jaren zestig nog beperkingen in om de uitstroom van dollars tegen te gaan. In Europa gingen landen als Italië en Frankrijk pas eind jaren tachtig, gedwongen door de regels van de Economische en Monetaire Unie, over op opheffing van de laatste resten van kapitaalbeperkingen. Tijdens de Europese valutacrises van 1992/'93 voerde Spanje ze tijdelijk weer in.

Kunnen ontwikkelingslanden profiteren van de voordelen van toegang tot internationaal kapitaal en zich beschermen tegen de nadelen?

Chili geldt als interessant voorbeeld. De Chilenen voeren al jaren een liberaal economisch beleid, maar ze beperken de vrijheid van kapitaalverkeer door een belasting te heffen op kortlopend kapitaal. Dit heeft een remmende werking op de instroom en het heeft Chili (dat overigens ook een gezond macro-economisch beleid voert) behoed voor de financiële rampen die andere landen teisteren.

Paul Krugman, hoogleraar internationale economie aan MIT in Boston, heeft deze maand in het tijdschrift Fortune (www.fortune.com) een serie artikelen geschreven over de Azië-crisis. Krugman komt tot de conclusie dat het de hoogste tijd is voor radicale voorstellen, omdat de conventionele oplossingen (ruwweg: het IMF-beleid) er volgens hem tot nu toe niet in geslaagd zijn de catastrofale economische neergang in Azië te stoppen. De extreem hoge rentepercentages die nodig zijn om de munten te stabiliseren, zijn dodelijk geweest voor de economieën van de getroffen landen.

Zijn voorstel is om Plan B in werking te laten treden, de instelling van beperkingen op de vrije inwisselbaarheid van munten. Valutabeperkingen bieden de mogelijkheid om van de twee variabelen, rente en wisselkoers, er één uit te schakelen zodat met de ander kan worden gemanipuleerd ten behoeve van de economie. Als een munt niet vrij inwisselbaar is, dat wil zeggen niet is overgeleverd aan de grillen van de internationale financiële markten, kan een land besluiten zijn rentetarieven te verlagen zonder direct het gevaar te lopen dat de munt in een vrije val terecht komt.

En dit, betoogt Krugman, is precies wat de Aziatische crisislanden nodig hebben. Ze moeten de rente verlagen zodat bedrijven en banken hun activiteiten kunnen hervatten. Het gaat om een adempauze: als de economie zich herstelt, keert ook het vertrouwen in de munt weer terug en kunnen de valutabeperkingen opgeheven worden.

Als onorthodoxe liberale econoom weet Krugman heel goed wat de risico's van valutarestricties zijn. Hij waarschuwt dan ook dat het om een noodgreep gaat. In een aanvullende Open letter aan de Maleisische premier Mahatir somt hij vier voorwaarden op: het normale zakenleven moet zo min mogelijk verstoord worden, de maatregelen moeten tijdelijk zijn, de afscherming tegen speculatie moet niet leiden tot permanente handelsbescherming en de controles zijn geen alternatief, maar een hulpmiddel voor hervormingen.

Want ondanks de hernieuwde belangstelling voor beperkende maatregelen blijft de hoofdzaak dat landen een houdbaar macro-economisch beleid voeren. Ook de strengste controles op het kapitaalverkeer kunnen dat niet toedekken en het zal voor landen pijnlijk zijn om zich duurzaam te onttrekken aan de integratie van de wereldeconomie.