Sukkels (1)

In 1972 moest generaal Couzy een 'loyaliteitsverklaring' tekenen, omdat hij zijn minister (Ter Beek) voor de voeten liep. Los van de vraag wat een loyaliteitsverklaring toevoegt aan de officierseed, waren er toen twee mogelijkheden. Ten eerste: de minister had de heer Couzy moeten ontslaan (dan had hij echt zijn 'politieke verantwoordelijkheid', wat dat ook zijn mag, genomen), want zeker op een dergelijke positie kun je deloyaliteit niet tolereren, of ten tweede: de heer Couzy had zelf ontslag moeten nemen. In beide situaties had hij dan inderdaad recht van spreken gehad. Maar de gedragslijn was een andere: de bevelhebber der landstrijdkrachten gaat overal mee akkoord, schrijft na zijn pensionering zijn kritische memoires en laat ook nu weer van zich horen over zaken waar hij, als uitvoerder van politieke besluiten, verantwoordelijk voor was.

Hoe komt het toch dat generaals pas na hun pensionering hun frustraties over de politiek luchten? Het zou hem gesierd hebben als de heer Couzy, toen de politiek besloot zich met bewapenings- en andere specifiek militaire zaken van Dutchbat te bemoeien, wederom zijn pet aan de kapstok had gehangen. Dan had hij recht van spreken gehad. Het zou een behoorlijke impact hebben gehad, maar dat is dus allemaal niet gebeurd.

Ook hetgeen in het artikel staat rond de benoeming en bevordering van de heer Karremans is opmerkelijk. Couzy liet zijn ondergeschikten hierover beslissen, resp. wist hier niets van. Maar hij was en bleef, als hoogste militair van de landmacht, ook hier terdege verantwoordelijk voor de besluiten hierover.

Echter zo werkt het dus niet in die kringen. Daarmee is deze eruptie een nieuwe variatie op 'de pot die de ketel verwijt, dat hij zwart is'.