Soapkoning tegen wil en dank

Na acht jaar lang soaps te hebben gemaakt, is Rogier Proper miljonair. Vorige week verkocht hij zijn 'soapfabriek' aan Endemol. “Het is wat uit de hand gelopen, allemaal.”

Wie Rogier Proper hoort spreken, kan het niet nalaten te glimlachen. Zijn stem is onmiskenbaar die van Jaap Knasterhuis, de legendarische, morsige 'filmcriticus' die zich in het VPRO-radioprogramma Ronflonflon mompelend en windend ('sorry') door zijn 'columns' ploegde.

Het programma was niet veel meer dan een chaos van eindeloze jingles, te laat gestarte platen, zinloze telefoongesprekken en oeverloze scheldpartijen - maar het wist in het midden van de jaren tachtig duizenden pubers aan het toestel te kluisteren.

Meer dan tien jaar later kan Rogier Proper (55) er nog altijd hartelijk om lachen. Voor een dichterlijke intellectueel met een onstilbare honger naar het banale, is hij goed terechtgekomen.

Na te hebben gewerkt bij Propria Cures, NRC Handelsblad, Skoop, de VPRO en Vrij Nederland, verpandde hij in 1990 zijn hart aan amusementskeizer Joop van den Ende en stichtte de 'Eerste Nederlandsche Scenariofabriek' Doctor Proctor Scripts, een bedrijf gespecialiseerd in het schrijven van de teksten voor de drie soaps die Nederland rijk is - Goede Tijden, Slechte Tijden; Onderweg naar Morgen en Goudkust. Hij werd er miljonair mee, zegt men. Zelf relativeert hij dat. “Als je het omrekent in ecu's valt het nogal tegen.” Afgelopen week verkocht hij zijn imperiumpje aan Joop van den Ende, een transactie waarbij volgens ingewijden een paar miljoen gulden is gemoeid.

“Ik ben zeven jaar lang de soapkoning van Nederland genoemd”, grinnikt hij, een kleine man met een warrige grijze haardos en waanzinnige gympen. “Nu is het tijd weer eens wat anders te gaan doen.”

Was zijn bekering tot het soapgenre de zoveelste wind die hij liet om het respectabele milieu waartoe anderen hem rekenden te shockeren? Hij weerspreekt het. Het overkwam hem, zegt hij, de wereld van de intriges, bordkartonnen decors, romantiek, kijkcijfers, lust en liefde.

“In een VPRO-radioprogramma vroeg men mij hoe ik aan een dergelijk programma kon meewerken, ze noemden me een geldwolf die zich aan de commercie had verkocht, maar ik vond GTST gewoon heel spannend, grappig en interessant om te schrijven. Zoiets was nog nooit eerder gedaan in Nederland.”

Hij begon in 1990 met het bewerken van de uit het Engels vertaalde scripts van de Australische serie The Restless Years, waarop Goede Tijden gebaseerd was. Maar zijn organisatietalent, gepaard aan al bestaande Amerikaanse technieken in soapschrijven, maakte zijn bedrijfje al in korte tijd tot een geoliede machine waar fabrieksmatig gewerkt werd.

De principes had hij vrij snel door. “Een soap is heel belangrijk voor een zender. Het heeft een strategisch belang. Als het goed bekeken wordt, kunnen de programma's die ervoor en erna zitten ervan profiteren. Dat betekent dat het programma een brede doelgroep moet aanspreken. Als schrijver mag je het dus niet te grillig maken. Niet vloeken, geen mensen beledigen, of rare grappen maken die niemand begrijpt. Dat past niet in het genre. Het schrijven van een soap is daardoor op den lange duur tamelijk geestdodend werk. Het is ook heel leuk, maar onze schrijvers adviseerde ik altijd er iets naast te blijven doen. Anders wordt het toch wat saai.”

Hij blijft gissen waarom soap zo populair is. “Het leuke is, dat de soapkijkers echt wel weten dat ze naar pulp zitten te kijken. Het is een soort afspraak tussen de makers en de kijkers: Nu gaan we ervoor zitten, het verstand op nul, niemand mag er doorheen praten, en voor twintig minuten zinken we even weg in die rare verhalen en die mensen die je zo goed kent. Zoiets is het.”

De programma's waarvoor hij de teksten schreef, behoren tot de best scorende van de Nederlandse televisie. Naar GTST kijken dagelijks gemiddeld 1,75 miljoen mensen. Voor Onderweg naar Morgen en Goudkust zijn dat er nog eens 600 en 465 duizend. Daarnaast is er een levendige fancultus ontstaan rondom de jonge acteurs die in de programma's spelen en worden er allerlei artikelen verkocht met de beeldmerken van de series.

Proper zegt tegen wil en dank te zijn meegezogen op de golven van het succes. “Het is wat uit de hand gelopen, allemaal”, verontschuldigt hij zich quasi. “Het is veel groter geworden dan ik wilde. Toen we alleen nog maar Goede Tijden deden, had ik al een beetje het idee: het is wel genoeg zo. Maar toen Frans Rasker, destijds chef drama bij Van den Ende, worstelde met Onderweg naar Morgen dat van de TROS naar Veronica ging, kon ik eigenlijk niet weigeren. Later kwam daar nog eens Goudkust bij. Dat was, in tegenstelling tot de andere twee, een product dat we vanaf het begin zelf mochten ontwikkelen, dus ook weer heel leuk. Toen zat ik ineens met drie soaps in mijn maag. Ik was op het laatst alleen nog maar aan het managen. Ik verschuil me daar niet achter, ik had ook nee kunnen zeggen, maar ik had beter eerder kunnen stoppen.”

In dat licht bezien, kwam het aanbod van Van den Ende dus als een geschenk uit de hemel. Hij zal zijn collega's erg missen, maar met velen van hen heeft hij al weer afspraken over nieuwe projecten die hij met zijn bedrijfje Propeller Scripts gaat oppakken.

Soap doet hij niet meer, volgens de overeenkomst. Maar wel de VPRO-dramaserie Hertenkamp, een nieuwe film met Theo van Gogh, drie nieuwe comedy's en een dramaserie die in een ziekenhuis speelt. Binnenkort gaat hij de boer op om de formats te slijten bij de omroepen. Daar maakt hij zich eigenlijk nog het meeste zorgen over.

“Het vervelende van televisie is dat de omroepen er momenteel zó op gebrand zijn de leeftijdgroep 20-34 te bereiken, dat ze niets meer durven maken wat afwijkt van het geijkte. Ik denk dan, je moet juist geloven in wat leuk, raar en afwijkend is, en dan goed gemaakt. Dan bereik je die leeftijdgroep juist beter.”

Hij geeft toe dat dit pleidooi een beetje wrang klinkt uit de mond van een man die jarenlang fabrieksmatig soaps gemaakt heeft. Maar het een een hoeft het ander niet uit te sluiten, zegt hij. De technieken waarmee soap gemaakt wordt kunnen ook heel goed voor verhevener producties worden ingezet, meent hij. “Juist door mijn soapervaring ben ik door regisseur Pieter Kramer bij de VPRO dramaserie Hertenkamp gevraagd. En dat is wél een stap vooruit voor de Nederlandse televisie, hoop ik.”

Hij zal er waarschijnlijk niet mee kunnen voorkomen dat hij de annalen in zal gaan als soapkoning. Maar daar zit hij niet mee. “'Soapkoning loopt onder tram' zou er dan in de krant staan, bij mijn overlijden. Dat lijkt me eigenlijk best een grappig einde.”