Smeed het hete beursijzer

Een kappersechtpaar stopt begin volgend jaar met werken en verkoopt de zaak. Daar houden ze schoon 500 duizend gulden aan over. Daarnaast bezitten ze 250 duizend gulden spaargeld en beleggingen, en een eigen huis met een niet verplicht aflosbare 5 procent hypotheek van 175 duizend gulden. Pas over een jaar of zeven ontvangen zij AOW plus een maandpensioen van 1.500 gulden bruto. Hun pensioentekort stellen ze op 50 duizend gulden per jaar. Hoe brei je alle losse eindjes tot een solide weefsel? Door doelgericht en in de juiste volgorde te redeneren.

Hun adviseur stelt een direct ingaande lijfrente van 50 duizend gulden per jaar voor, tegen betaling van een koopsom van 350 duizend gulden. Die uitkering is vrij van inkomstenbelasting, tot de koopsom opgesoupeerd is. Daarna houdt de verzekeraar over de vervolguitkeringen belasting en sociale premies in. Bij overlijden stoppen de uitkeringen of gaan desgewenst over op het leven van de achterblijvende partner. Er zijn tal van variaties mogelijk, omdat de fiscus amper beperkingen oplegt aan het opmaken van je eigen geld. De kappers twijfelen: er moet meer uit te halen zijn. Maar hoe?

De wens om zoveel mogelijk uit je geld te halen, in reclametaal 'optimaal renderen', is een slecht uitgangspunt bij het opzetten van een financieel plan. Het geeft geen houvast. Wat is nou optimaal? In dit voorbeeld draait het vooral om het ouderdomspensioen. Daarom moet je daarmee beginnen.

Na de 65ste verjaardag komt er jaarlijks circa 47 duizend gulden pensioen (AOW plus twee ouderdomspensioenen uit voorgaande dienstbetrekkingen) op tafel. Dat loopt levenslang, is enigszins welvaartsvast en wordt straks belast volgens de regels van het nieuwe stelsel.

Voor de gewenste 50 duizend gulden extra pensioen kunnen ze een (levenslange) lijfrente sluiten, de makkelijkste weg, of beleggen in eigen beheer. Ze willen graag zelf beleggen in aandelen en opties, want dat is hun hobby. Maar als het gaat om je oudedag moet je natuurlijk niet teveel risico's nemen. Voor iemand die werkt ligt dat anders. Die kan een eventueel verlies met werken opvangen.

Laten we uitgaan van 750 duizend gulden te beleggen vermogen en alvast de nieuwe belastingregels toepassen, hoewel die nog niet zijn aangenomen. Die stellen dat vermogensopbrengsten (rente, dividend, koerswinst) niet belast zijn. In plaats daarvan gaat de fiscus er wel vanuit dat je 4 procent rendement per jaar realiseert. Over die 4 procent betaal je 30 procent belasting; per saldo dus 1,2 procent over het vermogen. In dit voorbeeld 9.000 gulden; 1,2 over 750 duizend. De koerswinsten blijven onbelast, net als nu.

Van een verondersteld rendement (koerswinst en opbrengst) van gemiddeld 5,5 procent per jaar blijft, na aftrek van 1,2 procent belasting en 0,3 procent kosten, 4 procent netto over. Dat wil zeggen: 30 duizend per jaar tot in lengte van jaren, zonder in te teren op het vermogen en afgezien van inflatie. Dat is minder dan de beoogde 50 duizend. Je kan deze opbrengst opkrikken door een hoger rendement te maken, maar je mag niet te veel risico nemen, of door in te teren.

Stel dat het paar in wil teren, 88 jaar denkt te worden, en bruto 5,5 procent haalt. De beleggingshorizon, tussen volgend jaar en het overlijdensjaar, komt dan op circa 30 jaar. Die 30 uitkeringen van 50 duizend gulden bedragen op dit moment (de contante waarde) circa 725 gulden, factor 14,533745 x 50.000. Voor 25 jaar (670 duizend gulden; factor 13,4139339. In grote lijnen blijkt een pensioen in eigen beheer dus haalbaar en is een lijfrentepolis niet strikt nodig. Kanttekening: meer dan eens blijkt dat lezers met een kapitaal(tje) daar niet op in durven teren. Dat vinden ze eng.

Waar beleg je in? Het echtpaar suggereert onroerend goed, obligaties en solide fondsen 'onder begeleiding van de accountmanager van de bank'. Die bankhand biedt weinig soelaas, want je blijft zelf verantwoordelijk voor je beleggingen, tenzij de bank als vermogensbeheerder optreedt. Als ze met 'begeleiding' advies bedoelen, dan is dat verstandig. Liever een goed advies, dan een snel uitgevoerde order tegen lage kosten, zonder advies.

Op dit moment zijn de obligaties duur, en het rendement laag, omdat grootbeleggers hun geld overhevelen van aandelen naar obligaties. Sommige aandelen, waaronder solide AEX-fondsen, zijn juist goedkoop. De opruiming is in volle gang, de rekken moeten leeg voor de nieuwe ronde. Daarom kunnen meneer en mevrouw overwegen, samen met de bank, vast de aandelenbasis van hun portefeuille te leggen. Over een poosje, als het grote geld weer van obligaties naar aandelen stroomt, kunnen ze wellicht obligaties kopen. Met een eigen huis, lijkt een extra investering in onroerend overbodig. Aandelen, eventueel met opties, en obligaties vormen samen een mooie portefeuille. Smeed het ijzer als het heet is.