Scapino zwaait, zwenkt en zwiert, golft, glijdt en glipt

Gezelschap: Scapino Ballet Rotterdam. Nieuw: Frozen Handmarks (choreografie, toneelbeeld en kostuums: Imma Rubio Fall (chor. Tomas Rodrigues Xavier; kostuums: José Drabbe); reprise: Kathleen (Wubbe/ Stern.) Gezien: 11/9 VSB Theater aan de Schie, Schiedam. Inf. herhalingen: (010) 414 24 14.

In het fraaie, nieuwe VSB Theater aan de Schie in Schiedam, geurend naar de overvloed van blank hout dat er in verwerkt is, bracht het Scapino Ballet Rotterdam als eerste officiële bespeler twee premières uit: Frozen Handmarks en Fall. Ze werden gemaakt door respectievelijk de Spaanse Imma Rubio Tomas en de uit Brazilie afkomstige Ederson Rodrigues Xavier, beide als dansers aan het gezelschap verbonden.

De twee choreografen gebruiken een zelfde onrustig bewegingsvocabulair. Alles aan het lichaam zwaait, zwenkt en zwiert, golft, glijdt en glipt en er blijkt een grote voorkeur te bestaan voor het hoog zijwaarts opgetilde been. Er wordt ook druk gebruikt gemaakt van middelen buiten de dans zoals teksten (onverstaanbaar), projecties, ongewone belichting, en de bespeling van muziekinstrumenten door de dansers.

Het jammere is dat al die zaken niets toevoegen aan wat er choreografisch gaande is of daarin accenten aanbrengen. Het blijft zowel in Frozen Handmarks als in Fall gaan om de gecompliceerdheid en dynamiek van de beweging, hoezeer er ook diepere bedoelingen gesuggereerd willen worden.

De opbouw van de choreografieën is - zoals langzamerhand een eigentijdse must lijkt te worden - zeer fragmentarisch. Op- en afgangen komen niet herkenbaar voort uit de handeling of de compsitorische lijn. Solo's, duetten en trio's ontstaan willekeurig, onderlinge relaties zijn vluchtig en krijgen geen vervolg, de spanningsboog is gelijkmatig. Het eind komt abrupt, niet als een punt achter de danscompositie maar louter door het vallen van het doek.

Hoe dynamisch en complex dat bewegingsmateriaal ook is, en met hoeveel kunde en energie de Scapino-dansers, met Beth Bartholomew als meest markante, dat allemaal ook vertolken, het leidt in beide werken tot een teveel aan eenzelfde vorm en een te weinig aan inhoudelijke duidelijkheid.

Doordat het programma werd geopend werd met Ed Wubbe's Kathleen - al zes jaar lang een absolute publieksfavoriet - kwam nog een extra naar voren dat Wubbe's manier om met beweging om te gaan voor Tomas en Xavier een onmiskenbare inspiratiebron is. Daar is niets op tegen, maar iedere choreograaf zal toch een artistieke eigenheid moeten hebben en in staat moeten zijn die eigenheid een dansvorm te geven. Daartoe bleken Tomas en Xavier in dit geval niet in staat. Maar gezegd moet worden dat de publieke bijval groot was.