Oudste Amerikaan, geen indiaan; 11.500 JAAR OUDE SCHEDEL HEEFT NIET-MONGOLOÏDE OORSPRONG

Kwamen alle indianen uit Siberië? Of waren er ook andere immigratiegolven? Walter Neves denkt het laatste, en hij heeft bewijzen.

OVER DE DATERING van de eerste migratiegolf naar het Amerikaanse continent wordt sinds jaar en dag heftig gedebatteerd. Maar aan het vermoeden dat de eerste Amerikanen niet uit Azië zouden komen, maar overeenkomsten vertoonden met mensen uit de Stille Zuidzee en Afrika, wordt over het algemeen weinig aandacht besteed. De eerste uitspraken hierover werden al aan het begin van deze eeuw gedaan. En metingen aan schedels en gebitten van diverse menselijke fossielen uit zowel Noord- als Zuid-Amerika, verricht sinds het einde van de jaren tachtig, blijken dit idee inderdaad te ondersteunen. Ook de nieuwste ontdekking van een 11.500 jaar oude schedel van een jonge vrouw van een jaar of vijfentwintig, kan deze vermoedens bevestigen.

De fossiele schedel, Luzia gedoopt naar de oudste mensachtige ooit gevonden, werd al in 1974 ontdekt tijdens archeologische opgravingen bij Belo Horizonte, ruim 300 kilometer ten noorden van Rio de Janeiro in Brazilië. De desbetreffende archeologe, Anette Laming-Emperaire, overleed in 1976 waardoor er weinig met de gegevens werd gedaan. Uiteindelijk is de schedel in 1996 in de VS gedateerd op een leeftijd van 11.000-11.500 jaar.

LANG GEDUURD

De onderzoekers, antropologen dr. Walter Neves, werkzaam aan de Universiteit van São Paulo en dr. Joseph Powell van de Universiteit van New Mexico, hebben de resultaten pas nu wereldkundig gemaakt. Neves zegt hierover desgevraagd: “Het duurde nogal lang voordat we met de datering naar buiten konden komen, omdat we absoluut zeker wilden zijn van de resultaten. Uiteindelijk hebben we hier toch te maken met de oudste Amerikaan ooit gevonden.”

De gegevens passen geheel in het plaatje dat nog niet zo lang geleden werd geschetst met de vondst van een 12.500 jaar oude nederzetting en een aantal vuurplaatsen in Chili. Een team van archeologen, onder wie een aantal critici van de ontdekker van deze site (dr. Tom Dillehay van de University of Kentucky), heeft de vindplaats inmiddels bezocht en is unaniem tot de conclusie gekomen dat de datering van 12.500 jaar accuraat is geweest. Rekent men daarbij een algemeen geaccepteerde tijdsspanne van 2.500 jaar om van het Arctische gebied naar Zuid-Chili te migreren, dan is nu de grens van de eerste migratie op 15.000 voor heden gesteld en daarbij dus het gevestigde Clovis-model (eerste migratie vond plaats ca. 11.500 voor heden) omvergeworpen.

De vondst en diverse andere onderzoeken leiden tot een sterk vermoeden dat ver vóór de migratiegolf van Mongoloïde Aziaten, die zich tot de Amerikaanse indianen zouden ontwikkelen, zich nog andere migratiegolven hebben voorgedaan. Eerder onderzoek aan Paleo-indiaanse skeletresten in zowel Noord- als Zuid-Amerika wezen al op niet-Mongoloïde kenmerken van deze migranten. Metingen aan de schedel van Luzia bevestigen deze eerdere onderzoeken. Neves: “De schedel van Luzia lijkt sterk op die van mensen in de Stille Zuidzee. Hij is lang en betrekkelijk smal en heeft absoluut geen plat aangezicht met hoge jukbeenderen, wat juist een duidelijke Mongoloïde trek van de moderne Amerikaanse indianen is. We hebben talrijke metingen verricht en vergelijkingen gedaan met schedels uit diverse regio's. Duidelijk is dat Luzia grote overeenkomsten vertoont met moderne Australische en, in iets minder maar toch overtuigende mate, met de Afrikaanse mens. Eenzelfde resultaat bleek uit vergelijkingen met Pleistocene hominiden uit dezelfde regio's.” Dit leidt volgens Neves tot de conclusie dat de Amerika's in eerste instantie bevolkt werden door een algemene Homo-sapiensgroep die leek op de groep die rond 50.000 jaar geleden in Australië terecht kwam. Dit menstype had een lange en smalle schedel, een kort en smal aangezicht met kleine oogkassen en neus.

VERVANGEN

Er zijn aanwijzingen dat rond 8 à 9.000 jaar geleden dit type in een groot deel van Zuid-Amerika plotseling werd vervangen door een homo sapiens met de klassieke Mongoloïde karakteristieken. Neves: “We hebben nog geen goed inzicht op welke schaal dit is gebeurd. Wel weten we dat in ieder geval in Tierra del Fuego mensen met niet-Mongoloïde kenmerken tot in historische tijden hebben geleefd. Wij zijn momenteel druk bezig om uit te zoeken waar dat nog meer het geval was. Ik heb aanwijzingen dat dat in Centraal Brazilië, waar de bevolkingsdichtheid erg hoog was, ook zo was. Het verbaast me overigens niet dat de Mongoloïde mens heel de Amerika's heeft veroverd en gedomineerd. Dat deden ze namelijk ook in heel Oost-Azië, waar uiteindelijk nog maar één niet-Mongoloïde groep over is. In ieder geval wijst dit alles op twee migratiegolven van mensen met verschillende morfologische kenmerken. Volgens andere onderzoekers zijn de Aleut-Eskimo en de Na-Dene in Noord-Amerika ook weer van andere migratiegolven, waardoor je nu van ten minste vier migratiegolven naar de Nieuwe Wereld kunt spreken.” Aan een uitspraak over de datering van de komst van de eerste migranten waagt Neves zich overigens niet.