Oude rot in bankvak; VIKTOR GERASJTSJENKO

ROTTERDAM, 12 SEPT. Viktor Gerasjtsjenko is terug van weggeweest: president Jeltsin wil het, premier Primakov wil het en als de Doema het ook wil (en de Doema wil best) wordt hij president van de Russische Centrale Bank en heeft hij de baan die hij vier jaar geleden moest opgeven.

De voordracht van Gerasjtsjenko wordt door waarnemers gezien als een van de indicaties dat het economische beleid onder de nieuwe premier Jevgeni Primakov wordt bijgesteld en dat de hervormers - inclusief Gerasjtsjenko's begin deze week opgestapte voorganger bij de centrale bank, Sergej Doebinin - buitenspel zijn gezet. Een andere indicatie in die richting is Primakovs kandidaat voor de post van eerste vice-premier, verantwoordelijk voor de economie, Joeri Masljoekov, in Sovjet-tijden de baas van het allesregelende staatsplanbureau.

De nieuwe president van de Russische Centrale Bank, een om zijn humor bekende workaholic die zijn hele beroepsleven bij banken heeft gewerkt, heeft zijn functie al twee keer eerder bekleed. Van 1989 tot de ineenstorting van de Sovjet-Unie in 1991 leidde hij de centrale bank van de USSR, die in die tijd van de perestrojka door een Russisch blad eens werd vergeleken met “een monster van het bureaucratisch commandosysteem”. Midden 1991 kwam hij even in opspraak omdat hij onder een hoedje zou hebben gespeeld met de daders van de putsch tegen Gorbatsjov. Hij bleef niettemin tot december 1991 aan, dankzij de steun van zijn beschermer, Boris Jeltsin. Midden 1992 benoemde die hem tot president van de Russische Centrale Bank. Twee jaar later werd hij onzacht aan de kant gezet nadat de roebel in een vrije val was geraakt en op één dag - 11 oktober, Zwarte Dinsdag - een kwart van zijn waarde had verloren.

Westerse bankiers waarderen de nu 61-jarige topbankier, tot gisteren president van een commerciële bank, als een vakman, maar zijn sceptisch over de middelen die hij hanteert. Zij herinneren zich de hoge inflatie van de vroege jaren negentig, die ontstond toen Gerasjtsjenko de roebelpersen in een hogere versnelling zette om tekorten aan te vullen en de machtige industriële en landbouwlobbies tevreden te houden. Ze herinneren zich óók de grote moeite die het Doebinin heeft gekost om die inflatie te beteugelen en de roebelkoers te stabiliseren. Gerasjtsjenko, zeggen ze, produceerde het toenemende aantal nullen op de roebelbiljetten die Doebinin er weer moeizaam van af heeft gehaald. Waarnemers vonden Gerasjtsjenko indertijd te laks bij de hantering van monetaire controlemechanismen.

De kans dat hij juist daarom is gekozen tot nieuwe chef van de Centrale Bank is groot. Interim-premier Tsjernomyrdin pleitte begin deze maand al voor nieuwe roebelemissies om de tekorten in de staatsbegroting weg te werken en alles wijst erop dat Primakov bereid is dat pleidooi over te nemen. De Doema wil niets liever dan geld bijdrukken om de gigantische achterstanden in loon- en pensioenbetalingen weg te werken, dit ondanks het gevaar van een nieuwe golf van hyperinflatie.

Gerasjtsjenko staat bovendien bekend om zijn kritiek op uitgesproken hervormers als Anatoli Tsjoebais, Boris Nemtsov en minister van Financiën Boris Fjodorov die dienden in de in maart ontslagen regering van Viktor Tsjernomyrdin en in die van diens opvolger Sergej Kirijenko. Zelfs uitgesproken verdedigers van zijn voordracht leggen de nadruk op Gerasjtsjenko's “gezond-conservatieve benadering” van het hervormingsproces.

Gerasjtsjenko is door zijn vroegere topbanen internationaal bekend. Hij heeft vanaf de jaren zestig ook veel in het buitenland gewerkt, in Londen, Beiroet, Singapore en Frankfurt. Hij beschikt dan ook over goede internationale connecties. Maar of die hem van nut kunnen zijn hangt geheel af van het monetaire beleid dat hij en de regering gaan volgen. Rusland is financieel en economisch zijn geloofwaardigheid geheel kwijt. Internationale geldinstanties en buitenlandse regeringen hebben een houding aangenomen van 'eerst zien, dan geloven' en zijn niet langer bereid geld te stoppen in hervormingen voordat daarmee ook daadwerkelijk - en overtuigend - een begin is gemaakt. De kans dat het trio Primakov, Masljoekov en Gerasjtsjenko die geloofwaardigheid snel zal herstellen, moet vooralsnog niet groot worden geacht.