Op zoek naar spelden

Een veelgehoorde en volkomen terechte klacht van beginnende Internetgebruikers is dat ze de weg niet kunnen vinden op het World Wide Web. E-mailen en chatten hebben ze meestal snel onder de knie, maar al die nuttige informatie en leuke sites waar ze al jaren over horen, blijken onvindbaar.

Hoe komt dat? De meeste zoekmachines geven te veel informatie en maken bovendien geen onderscheid tussen goede en slecht sites. Wie via AltaVista of Infoseek bijvoorbeeld zoekt op 'David Leavitt' of 'Clinton's sex scandals' krijgt alle pagina's (vaak duizenden, soms honderdduizenden) waarop deze woorden voorkomen. Die ene goede site over Leavitt of een goed dossier over Clintons politieke problemen zijn een onvindbare speld in een hooiberg.

Een goed uitgangspunt voor efficiënte surftochten bieden zogeheten webindexen of surf engines, zoekmachines die sites overzichtelijk rubriceren en cybrarians of redacteuren in dienst hebben om ze te beoordelen.

Jarenlang was Yahoo! de beste surf engine. Yahoo! begon in 1994, toen het Web nog klein en overzichtelijk was, als een eenvoudige homepage met de favoriete sites van de Stanford-studenten David Filo en Jerry Yang. In vier jaar tijd is Yahoo! uitgegroeid tot een winstgevend mediabedrijf met honderden werknemers. In het eerste kwartaal van dit jaar maakte het bedrijf 4,2 miljoen dollar winst op een omzet van ruim 30 miljoen dollar.

Tegenwoordig is Yahoo!, dat zich het laatste jaar steeds meer op nieuws en elektronische handel is gaan richten, niet erg actueel meer. Yahoo! is een 'portal' geworden, een toegangspoort tot andere grote sites op het Web. Daarnaast steekt het bedrijf veel tijd en geld in eigen diensten, zoals gratis e-mail, spelletjes, beurskoersen en winkelen. Dit gaat ten koste van de webindex, die dringend geactualiseerd en opgeschoond moet worden.

Een waardige opvolger voor Yahoo! is Eblast, de nieuwe Internetgids van de Encyclopedia Britannica. Eblast ('the thinking person's guide to the web') is wat bescheidener opgezet dan Yahoo! en daarmee ook handzamer en beter te gebruiken. waar je onder 'religie' bij Yahoo! ruim 15.000 vermeldingen vindt, beperkt Eblast zich tot ongeveer 100 sites ('after all, we're Britannica, we have standards'). De besproken sites zijn allemaal van uitstekende kwaliteit.

Een redactie van ongeveer 25 vakredacteuren beoordeelt en categoriseert websites. Eblast bevat naast 125.000 site-recensies ook een aantal interessante columns en rubrieken. In New to the Net legt Lisa Napoli, Internetjournalist bij de New York Times, uit hoe het Web werkt en onderwijl verwijst ze naar nuttige sites op het gebied van computerbeveiliging, onderwijs en insecten.

Bookmarks of the Smart and Famous laat schrijvers, wetenschappers en Internetpioniers als Howard Rheingold, auteur van Virtual Communities, een bekend boek over digitale gemeenschappen, aan het woord over hun favoriete sites. Advocaat en thrillerschrijver Scott Turow bekent dat de pagina die hij hij het meest bezoekt de bestsellerlijst van USA Today is. Cybergoeroe Douglas Rushkoff blijkt vooral elektronische magazines te lezen en een voorliefde voor samenzweringstheorieën te hebben.

Helemaal onbruikbaar is Yahoo! overigens niet geworden. Voor het internationale nieuws heeft het zich zelfs bijna onmisbaar gemaakt. Dagelijks brengt Yahoo! in tien talen de nieuwste berichten van bekende persbureaus als Reuters en Associated Press en Internetnieuwsdiensten als Wired en Ziff-Davis. De meeste artikelen zijn voorzien van links naar verwante sites en het archief is gratis. Ook voor alternatieve sites is Yahoo! een betere bron dan het ietwat deftige Eblast. De categorie slang-woordenboeken van Yahoo! is beter dan die van de Britannica.

Yahoo! (www.yahoo.com). Eblast, Encyclopdia Britannica's Internet Guide (www.ebig.com)