Op lemen voeten; Het Russische leger vervalt tot de bedelstaf

Hield het leger zich afgelopen week afzijdig van het politieke strijd- toneel of waren paratroepen in staat van paraatheid gebracht? Primakov mag voorlopig het machtsvacuüm opvullen, zolang er geen geld is en geen stabiliteit, blijft het leger een explosief gevaarte.

Een flard op radio Echo Moskvi, een berichtje in de legerkrant Rode Ster of een een-regelige newsflash van het persbureau Interfax - het is wachten op het teken dat de spanning in Rusland zich ontlaadt.

Moskou is net een nerveus meisje, zegt de fotograaf. Ongeduldig ziet hij uit naar Putsch 3, de almaar uitblijvende couppoging die de herinnering aan die van 1991 (het noodcomité versus Gorbatsjov) en 1993 (Opperste Sovjet versus Jeltsin) zal doen verbleken.

De informatie die op het Moskouse bureau van deze krant binnenkomt is niet eenduidig. BBC en CNN spreken elkaar soms tegen, de Russische zenders ORT, NTv en RTR zijn cryptisch en elk uur melden de persbureaus een nieuwe roebelkoers, als een barometer die niet kan kiezen tussen “veranderlijk” en “storm op komst”.

Al drie weken spelt medewerkster Joelia de zeventien Russische kranten waarop we geabonneerd zijn, en luistert onafgebroken naar de radio. De 64.000 dollar-vraag: wordt de machtsstrijd met of zonder wapengekletter beslecht?

Boris Jeltsin, die nauwelijks beseft wat er allemaal in zijn land gebeurt, zit nog altijd in het ommuurde Kremlin. Aan de overkant van de straat hebben zich de communisten verschanst in de kolos van het vroegere Sovjet-planbureau Gosplan, waar nu de Doema zetelt. Er is geen regering, wel een duizelingwekkende economische terugval naar Sovjet-schaarste en -gebrek, maar niemand doet wat. Wie knippert het eerst met de ogen? De communist Gennadi Zjoeganov of de lichamelijk afgetakelde Jeltsin?

Op donderdagochtend onderbreekt de televisie haar reguliere uitzending: er is een voorlopige wapenstilstand. Jevgeni Primakov, de onomstreden minister van Buitenlandse Zaken, is aangesteld als arbiter. De voormalige Pravda-correspondent en ex-spion mag proberen Rusland als grootmacht bijeen te houden. Of hij erin slaagt een brug te slaan tussen de Doema en het Kremlin weten ze het eerste in de Ljoebljanka, het okergele hoofdkwartier van de Russische inlichtingendienst FSB. Al de hele week speelt dit gebouw op de achtergrond een crusiale rol.

FSB ontwapent eigen agenten. Op maandag komt Joelia het bureau binnen met een opengevouwen Segodnja. De krant haalt anonieme bronnen aan die zeggen dat honderden geheim agenten hun wapens op het hoofdkwartier hebben moeten inleveren, “omdat niemand weet waar hun loyaliteit ligt” - bij Jeltsin, de communisten, of een of andere generaal.

Joelia woont pal achter de Ljoebljanka, maar ze heeft niets vreemds gezien of gehoord. Als we gaan kijken blijkt het zo rustig dat je je afvraagt of er eigenlijk ooit een sterveling naar binnen gaat. Zou het dan toch waar zijn dat dit vroegere KGB-bastion via een stelsel van tunnels is verbonden met het Kremlin en zelfs met het vliegveld Vnoekova?

Naarmate de week vordert verschijnen er meer verdachte stukken in de kranten. De Moskovski Komsomolets meldt: Samenzwering binnen FSB verijdeld. Er zouden drie geheim agenten zijn gearresteerd. Waarom? Dat wordt niet duidelijk. Het weekblad Argoementi i Fakti schrijft dat alle presidentiele datsja's buiten de stad sinds kort worden bewaakt door een nieuw type pantserwagen. En de Kommersant Daily brengt een foto van trainende paratroopers, met als bijschrift “speciale toepen in staat van paraatheid”.

Klopt dat? Of houdt het leger zich afzijdig, zoals het ministerie van defensie wil doen geloven? De FSB is voor de zekerheid met vijftigduizend informanten vertegenwoodigd in de barakken, verspreid over het hele land. Op woensdag citeert Interfax ex-generaal Aleksandr Lebed, de uit een stuk gehouwen gouverneur van wet-en-orde, die bereid is de macht in Rusland over te nemen. “Het landsbestuur is verlamd”, zegt hij, “nog even en het leger zal in opstand komen.”

Hoog tijd om de stemming te gaan peilen bij de Russische strijdkrachten - de erfgenaam van het ooit zo gevreesde Rode Leger. Hun glorie is gelijk met de Sovjet-Unie ten onder gegaan. Zo'n 100.000 officieren van de divisie “West”, die jaren geleden uit Oost-Europa zijn teruggehaald, wonen nog steeds met hun gezinnen in barakken en tenten. Van het Russische staatsbudget is een vijfde gereserveerd voor het leger, maar de staat is failliet. Op voedselbasis 309 in het stadje Monino is deze zomer 1000 ton hondenvoer in beslag genomen, nadat soldaten hadden geklaagd over harige varkensoren en -staarten op hun bord. Uit geïsoleerd gelegen kazernes achter de Oeral komen berichten over ondervoeding; daar eten de rekruten zelfgestroopte zwerfhond.

Er komt een persbericht van de imterim-regering binnen: “Omdat de federale staat geen geld, bedoeld voor de voedselvoorziening in het leger, kan overmaken naar de provincies, worden de lokale overheden opgedragen de op hun grondgebied gestationeerde troepen uit de eigen begroting van levensmiddelen te voorzien”.

Eind augustus was er al een oekaze uitgegaan van de afdeling Moreel en Discipline: commandanten mogen met hun eenheden paddestoelen en bessen gaan plukken in het bos om hun karige menu aan te vullen. De Russische militairen, 1.824.000 in getal, zijn dus teruggevallen op het niveau van “jagers en verzamelaars”. Als ze geen eekhoorntjesbrood aan het zoeken zijn, zitten ze achter de controlepanelen van het op een na grootste kernwapenarsenaal ter wereld.

Gladiatoren

Bij een kiosk aan een van de uitvalswegen van Moskou kopen we een slof sigaretten - om uit te delen. Over de autoradio klinken onbevestigde berichten over troepenbewegingen. Van waar naar waar, dat is weer eens onduidelijk. De nieuwslezer vervolgt: “Broodfabrieken in het hele land zijn gestopt om op krediet aan het leger te leveren. Verschillende eenheden zijn overgeschakeld op het zelf bakken van brood.”

In een geurig herfstbos, nog geen vijftien kilometer buiten de stad, stuiten we meteen al op een militair konvooi. Een jeep en drie legertrucks met soldaten, gevolgd door een kraanwagen met opschrift: regiment der gladiatoren. De genietroepen slaan linksaf, wij ook. We passeren een slagboom, asfalt gaat over in zand, nog een slagboom, en ineens bevinden we ons in een verboden datsja-dorp voor hoge officieren. Oleg hangt uit het raampje en laat zijn Leica klikken. Her en der achter stenen muurtjes verrijzen wanstaltige paleisjes. Het konvooi houdt stil bij een replica van een Romeins badhuis, dat een zekere generaal Belajev door zijn manschappen laat bouwen. Wij zijn hier illegaal, en als “getuige van corruptie” voelen we ons licht ongemakkelijk. Het is een publiek geheim dat hoge militairen zich verrijken met de gratis arbeid van recruten. De sigaretten kunnen de konvooiscommandant niet vermurwen tot een gesprek: hij trapt het portier van zijn vrachtauto met een karatesprong dicht en verdwijnt achter het hek van de generaalsdatsja.

Geen nood, er blijken meer troepenbewegingen. Het radionieuws meldt dat er rond Moskou 12.000 soldaten zijn ingezet bij de aardappeloogst, en dat zij een bonus van 20 roebel per dag kunnen verdienen. Dat laatste lijkt ons onwaarschijnlijk. Een dollar per dag per persoon? Het zakgeld van een rekruut bedraagt 18 roebel per maand, en de officieren hebben al drie maanden geen soldij gehad.

Nog maar een maand geleden was Oleg gebeld door zijn familie uit Tomsk. Of hij een noodlijdend neefje van hem een extra voedselpakket kon brengen in de Dzjerzjinski-kazerne net buiten Moskou? Bij het Comité van Soldatenmoeders is de wanhoop onder de jongens bekend. De pressiegroep verzamelt afschriften van brieven. “Hallo mama, papa, Zjenja, Tanja. Het gaat slecht met mij. Bij ons is het koud. Ik heb geen jas en geen sokken. Per dag krijgen we twee vliesdunne sneetjes brood, twee tot drie lepels havermoutpap en soms vruchtencompote. Mama, ik wacht op jullie. Als jullie mij niet voor december komen halen dan zal ik proberen te vluchten, of, als dat niet lukt, mijzelf ophangen.” Het officiële zelfmoordcijfer in het leger in 1997 was 414, maar volgens de Soldatenmoeders ligt dat aantal veel hoger. Zij hebben berekend dat er jaarlijks 12.000 rekruten deserteren.

De stafchef zelf gaf vorige week toe: “Het leger is niet bepaald in een feeststemming.” In ruil voor zijn loyaliteit heeft president Jeltsin hem bevorderd tot de speciaal voor hem gecreerde rang van maarschalk. Igor Sergejev is tot nu toe erg trouw, al klaagt hij openlijk dat de vloot “bijna zinkt” en dat de helft van Ruslands gevechtsvliegtuigen onklaar aan de grond staat. Over de machtsstrijd in Moskou heeft hij maar een ding gezegd: “God verhoede een herhaling van 1993” - toen met veel moeite de Dzjerzjninski-divisie bereid werd gevonden om Jeltsins vijanden met tanks uit het parlementsgebouw te schieten.

In de tweede helft van augustus, toen het land al in het financiele moeras wegzakte en de Doema een afzettingsprocedure tegen hem wilde starten, bracht president Jeltsin een bezoek aan de Noordelijke Vloot in de Barentszee. Hij inspecteerde de lancering van de raket vanaf een kernonderzeeer, die tien tijdzones verderop in de buurt van het schiereiland Kamtsjatka zou inslaan. Leve de grootmacht Rusland. Maar de matrozen hadden de hele zomer nog geen roebel soldij gehad, en hun admiraal zei op een persconferentie in Moskou: “Ik vraag me elke dag opnieuw af wanneer toch het geduld van de officieren opraakt.”

Aardappelrooimachine

Op de velden van de Sovchoze Ramenskoje, aan een spoorlijn ten zuidoosten van Moskou, vinden we het leger. Kadetten van de luchtmacht-academie staan op de aardappelrooimachine, terwijl de gewone dienstplichtigen met vijftig-kilozakken zeulen. Bij een groezelige legertent zit de 23-jarige Sergej aardappels te schillen voor het hele peloton. “We zijn hier nu wel aan het oogsten, maar we wachten in feite op het telefoontje: oprukken naar Moskou”, zegt hij. Als lid van een van de elite-korpsen van de MVD, het ministerie van Binnenlandse Zaken, is hij er trots op zijn eenheid in 1993 bij de bestorming van het Witte Huis was ingezet. “We wachten op een nieuwe oorlog”, zegt Sergej, terwijl hij zijn houtoventje opstookt. “Een burgeroorlog.”

Er verschijnt een stipje aan de horizon, dat snel uitgroeit tot een stofwolk en later een jeep. Een luchtmacht-kolonel en zijn ondergeschikte, kapitein Vadim, komen op inspectie. Wat vinden zij, als officieren, moet er niet gauw een regering komen in Rusland die de economie redt?

“Een regering?' zegt de kolonel lacherig. “Het leger is op zichzelf aangewezen. Anders stonden we hier geen aardappels te rooien. Wij kunnen prima overleven zonder regering?”

En zonder geld?

“Ach, dat doen we al jaren”, zegt kapitein Vadim. Maar zijn baas reageert getergd: “Wilt u ophouden op onze ziel te trappen! U als buitenlander wilt weten wat de stemming in het Russische leger is. Ik zeg u: de stemming is die van iemand die geen soldij krijgt.”

De fotograaf en ik hadden vorig jaar in het Verre Oosten van Rusland gezien hoe de Stille-Oceaanvloot in de haven van Vladivostok ligt te roesten. Om aan geld te komen was de marine een joint-venture aangegaan met het Hotel Intourist, waar een prijslijstje hing: een tochtje in een dieselonderzeeer: 600 dollar. Een uur rijden met een T-55 tank: 700. Het afvuren van anti-tank geschut: 1400. Schieten met een kalasjnikov: 45. Een marine-officier die met een verborgen camera hongerige matrozen had gefilmd, werd prompt door de bevolking van Vladivostok tot burgemeester gekozen.

Maar nu komen er ook alarmerende berichten uit Moskou. Een verpleegster van de bloedbank in de Novo-Zjikovstraat belde het ministerie van Defensie: “Wat is er aan de hand? Wij krijgen hier jongens in uniform, rammelend van de honger. Als we die bloed afnemen, vallen ze flauw.” Een uitgestuurde patrouille arresteerde soldaat Aleksej Linev, die eigenlijk op wacht had moeten staan. “Ik deed het om het geld, omdat ik niet genoeg te eten krijg”, verklaarde hij.

Terug in Moskou, als ik mijn aantekeningen van de gesprekken met de soldaten uitwerk (“Zjoeganov is veel te slap, we hebben iemand als Stalin nodig”) floept er een flash van Interfax op het computerscherm: Jeltsin is gezwicht. Hij heeft zijn kroonprins, de “zwaargewicht” Viktor Tsjernomyrdin, laten vallen. Door in zijn plaats Jevgeni Primakov, de minister van Buitenlandse Zaken, voor te stellen als premier, heeft Jeltsin voor het eerst in zijn carriere toegegeven aan de Doema. Wat een opluchting!

De zenuwenoorlog om de macht is voorbij. Generaal Lebed zal zijn presidentiele ambities voorlopig voor zich moeten houden, net als de Moskouse burgemeester Loezjkov. Jeltsin is zwakker dan ooit, maar er komt tenminste weer een regering aan het roer van het op drift geraakte Rusland.

Stabilnost

De uitspraak van kapitein Vadim, dat het grootste gevaar in het leger het schrijnende gebrek aan stabilnost is, klinkt ineens niet meer actueel. Maar dan verschijnt Tsjernomyrdin op de televisie. Als een slecht verliezer begint hij wild om zich heen te slaan: de communisten in de Doema zijn uit op staatsgreep “die de wereld zal doen huiveren”. Zij willen de Sovjet-Unie in ere herstellen (dat wilde Vadim ook) “maar de roden, zullen bruin- en zwarthemden blijken en het zal uitlopen op een bloedbad”.

De uitgaande man heeft Jeltsin aangeraden om harder op te treden tegen de Doema-communisten. “Ik heb hem erop gewezen waar het verraad van München toe heeft geleid”, zei hij, met een grimmige verwijzing naar de houding van Engeland en Frankrijk, die aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog toestonden dat Hitler Sudetenland annexeerde.

Primakov mag dan het griezelige machtsvacuüm opvullen, zolang er geen geld is en geen stabilnost blijft het leger een explosief gevaarte op de achtergrond. Een exclusief gevaarte op de achtergrond: Jeltsin, politiek verzwakt, verschijnt op de televisie en zegt doodleuk dat Rusland het randje van de afgrond heeft bereikt. Als eerste wil de nieuwe premier Ruslands economische meltdown een halt toe roepen, en als tweede: het leger hervormen (en voeden). Maar de communisten willen meer: totale controle over de economie. De Russische media waarschuwen Primakov alvast dat de tijd dringt, want op 7 oktober doemt de eerste grote test op. Op die datum is de oogst binnen en begint het seizoen van de protestmarsen. Doen de strijdkrachten in dat geval mee? Rijden zij hun geschut uit de kazernes om hun achterstallige soldij op te eisen, zoals een majoor in de regio Niznji Novgorod in juli heeft gedaan? Of is het leger juist bereid om bij eventuele opstootjes de orde te herstellen?

“Iedereen in mijn bataljon heeft genoeg van Jeltsin en zijn bende”, had kapitein Vadim in het aardappelveld gezegd. “Ik denk niet dat er nog legereenheden zijn waar hij in een noodsituatie een beroep op kan doen. Ja, de presidentiele garde en de elite-eenheden, een deel van de FSB misschien, maar dan houdt het op.”