NMa verbiedt bij dierenartsen rem op concurrentie

AMSTERDAM, 12 SEPT. Dierenartsen mogen voortaan bij het bepalen van hun prijsbeleid geen gebruik meer maken van adviestarieven. Verder moet hun worden toegestaan om reclame te maken buiten hun eigen klantenkring. Dit heeft de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) besloten.

De NMa ziet toe op naleving van de Mededingingswet, die kartels, afspraken tussen ondernemingen die concurrentie op de markt beperken, sinds 1 januari 1998 verbiedt. Volgens de NMa beperken de adviestarieven en het publiciteitsverbod in de beroepscode van dierenartsen de onderlinge concurrentie. De beroepscode wordt opgesteld door de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD), waarbij 85 procent van de dierenartsen is aangesloten.

Dr. T. Jorna, algemeen secretaris van de KNMvD, zegt teleurgesteld te zijn over het besluit en de manier waarop het tot stand is gekomen. “Eind vorig jaar heben we tegen de NMa gezegd: geeft u maar aan wat er nog fout is, dan verbeteren we dat. Maar sommige zaken moeten in de beroepscode voor dierenartsen worden veranderd, en die wordt altijd in oktober vastgesteld door de algemene ledenvergadering. Daarom hadden we zolang ontheffing aangevraagd. Die vergadering vervroegen? Dat is niet gebruikelijk, het is in de 136 jaar dat we bestaan nog maar twee keer voorgekomen.”

Volgens Jorna valt het met de concurrentiebeperking mee. “Wij geven alleen adviestarieven, de winstmarges die dierenartsen hanteren zijn heel verschillend.” Volgens de NMa is er sprake van een “ver uitgesplitse advisering”.

De Amsterdamse dierenarts H. Polanen vindt het niet prettig dat de adviestarieven verdwijnen. “Ik had ze liever wel. Het schept meer duidelijkheid; het is niet makkelijk je prijzen te bepalen. Bovendien, bij dierenartsen werkt het niet zo dat klanten naar degene gaan die de laagste prijs rekent. Mensen zijn trouw aan hun eigen dierenarts, of ze zoeken er een in de buurt. En de laagste prijs zegt ook niks als je niet weet wat voor hechtmateriaal of instrumenten een dierenarts gebruikt. Klanten hebben daar meestal geen inzicht in.”

Volgens Jorna wordt ook het publiciteitsverbod voor dierenartsen niet erg streng gehanteerd. “Daar gaan we heel luchtig mee om. In mijn regio adverteert al jaren een collega in de krant.” Toch loopt er op dit moment een klachtenprocedure tegen de KNMvD, omdat enkele Amsterdamse huisartsen een collega hadden aangeklaagd bij de ereraad, een tuchtcommissie voor KNMvD-leden. Deze collega adverteerde onder de naam Holland Dier Identiteit met een chipregistratiesysteem voor honden. Volgens de beroepscode van de KNMvD mag een dierenarts dat niet; volgens de NMa moet het juist worden aangemoedigd. Maar volgens KNMvD-woordvoerder Jorna vindt deze zaak zijn oorsprong in een “sfeer van oncollegialiteit”.