Methoden justitie staan opnieuw ter discussie in hoger beroep Etienne U.

Maandag begint het hoger beroep in de zaak-Etienne U.. Opnieuw zal de verdediging de methoden van justitie fel bekritiseren. Het eerste niet-ontvankelijkheidsverweer ligt al klaar.

ROTTERDAM, 12 SEPT. Wat hebben twee schepen vol drugs voor de kust van Afrika te maken met drugsbaas Etienne U.? Helemaal niets. Dat concludeert volgens direct betrokkenen althans het Amsterdams openbaar ministerie, in een onderzoek naar een ándere verdachte. En dat kwam het OM in Haarlem, verantwoordlijk voor de vervolging van Etienne U., slecht uit. Want maandag begint het hoger beroep tegen U.

Na een proces dat ruim twee maanden duurde, werd U. in januari van dit jaar door de Amsterdamse rechtbank veroordeeld tot zes jaar cel wegens het leiding geven aan een criminele organisatie en belastingfraude. Het OM in Haarlem leidde het onderzoek. En het zette aanvankelijk ook de verdenking van buitenlandse drugshandel in de dagvaarding van Etienne U. Maar daarmee ging het al in de eerste procesweek mis: het OM werd wat betreft de buitenlandse handel van U. niet-ontvankelijk verklaard. Toen Etienne U. in 1996 door Frankrijk moest worden uitgeleverd, had het OM verzuimd deze aanklacht te vermelden in het uitleveringsverzoek. Daarom moest het van de Amsterdamse rechtbank als afzonderlijk delict worden geschrapt. De buitenlandse handel mocht alleen als bewijs dienen voor het bestaan van een criminele organisatie.

Zodoende kwamen in het proces toch met regelmaat twee schepen ter sprake: 'The Great Alexander', een schip dat afgeladen met drugs voor de Afrikaanse kust lag, en de 'Orcadia', dat een deel van die lading kwam oppikken en richting Verenigde Staten voer. In het voorjaar van 1996 werd de lading door de Amerikaanse Drug Enforcement Administration onderschept. Vier verdachten belandden in de cel en werden in de VS voor de smokkel veroordeeld, onder wie twee Nederlanders. Zij zitten sindsdien in een cel in Jacksonville, Florida. Volgens het Haarlems OM zou Etienne U. hun opdrachtgever zijn.

Maar U. was hiervoor niet de eerste kandidaat. De verdachten in de VS hebben inmiddels een kleine stoet aan Nederlandse officieren langs zien trekken. Eerst kwamen er twee uit Amsterdam, om te vragen of ze wellicht in opdracht van Johan V., de Hakkelaar, hadden gewerkt. Toen dat niet het geval bleek kwamen Haarlemse officieren onderzoeken of het om Etienne U. ging. En een nieuw Amsterdams onderzoeksteam kwam en concludeerde dat de opdrachtgever Anton H. was, een nog voortvluchtige drugshandelaar die minder bekend, maar vermoedelijk net zo capabel is in het drugsmilieu als Johan V. en Etienne U.

Dat Anton H. achter de smokkel met de Great Alexander en de Orcadia zat, is volgens het OM in Amsterdam zeker. Zijn Nederlandse handlangers zijn daarvoor onlangs ook veroordeeld. Bij een inval in de woning van Anton H. zijn computerfloppy's gevonden met gegevens over personen die bij de transporten betrokken waren. Zelfs de coördinaten van de plaats in zee waar de overdracht tussen de Great Alexander en de Orcadia plaats had, zijn op de floppy's aangetroffen. Wat blijft dan over van de vermeende betrokkenheid van Etienne U.bij de Great Alexander? Na zijn veroordeling zijn de leden van het Haarlemse onderzoeksteam opnieuw naar de VS gevlogen om alsnog iets te vinden dat tijdens het hoger beroep van nut kan zijn. De vier Orcadia-smokkelaars zijn opnieuw gehoord, nu met succes: Een van hen, Thomas S., heeft in maart verklaard dat hij de twee Nederlanders die er in de cel zitten, Jakob W. en Frans van der E., heeft afgeluisterd. En dat hij uit het gesprek heeft kunnen opmaken dat Etienne U. de grote baas achter de lading van de Great Alexander was.

Eind juli bezocht opnieuw een Haarlemse delegatie de VS. Volgens Etienne U.'s raadsman C. Korvinus heeft de Haarlemse CID-chef G. Oldenkamp “inmiddels toegegeven” dat hij gegaan is, en heeft de Nederlander Frans van der E. verklaard dat hem bij dit bezoek een getuigenbeschermingsprogramma is aangeboden in ruil voor een belastende verklaring over Etienne U.. Van der E. zou hebben geweigerd. Het Haarlems OM wil niet reageren zolang het hoger beroep tegen Etienne U. nog gaande is. Van beide bezoeken aan de VS is de verdediging niet op de hoogte gebracht. De stukken zijn pas aan het dossier toegevoegd toen procureur-generaal P. Brillman bij toeval ontdekte dat ze bestonden en ze opeiste. Wat Korvinus betreft, zal het hoger beroep maandag daarom opnieuw in het teken staan van een niet-ontvankelijkheidsverweer. “In een fase waarin geen verhoorsituatie behoort voor te komen, heeft het OM buiten de verdediging om toch gehoord”, zegt hij.

Korvinus verwijst naar een uitspraak van de Hoge Raad in een Alkmaarse incestzaak uit 1990, toen het OM om die reden niet-ontvankelijk is verklaard. Hij zet daarom opnieuw hoog in: vrijspraak van Etienne U. Want als de Great Alexander niet meer als bewijs voor het bestaan van een criminele organisatie van Etienne U. en zijn handlangers zou mogen dienen, blijft volgens hem “een lege criminele vereniging, dus niets” over. “Dan rest alleen nog U.'s belastingdelict.”

Voor de rechtbank stapelde de verdediging verweer op verweer om het Haarlems openbaar ministerie niet-ontvankelijk te laten verklaren. Sinds de IRT-affaire was Haarlem immers 'fout': jarenlang was U. zo ongrijpbaar geweest dat justitie drugs begon in te voeren om bij hem in de buurt te komen. Sindsdien stond de naam Etienne U. voor een zich vergalloperend opsporingsapparaat. Het IRT werd opgeheven en alle bewijzen tegen U. gingen de kluis in. In 1994 moest een nieuw onderzoeksteam, het Kernteam Randstad Noord en Midden (KTR) bij nul beginnen.

De veroordeling van Etienne U. werd door het Haarlems OM gezien als het bewijs dat het nieuwe onderzoek clean werd bevonden. En dat grote drugsbazen dus ook met ouderwets recherchewerk konden worden veroordeeld.

Met het eerste niet-ontvankelijkheidsverweer op tafel, ligt het voor de hand te verwachten dat ook het hoger beroep in het teken staat van de methodes van het KTR. Wellicht ook om de aandacht af te leiden van een belangrijk bewijsstuk dat van de rechtbank niet, maar van het hof wel gebruikt mag worden:het nog ongepubliceerde interview met Etienne U. dat bij zijn aanhouding in zijn bagage werd aangetroffen. Hierin vertelt U. ronduit over zijn drugshandel,zijn samenwerking met de in 1991 geluiquideerde drugsbaron Klaas Bruinsma en de invloed die hij zou hebben op mr. J. Engelsma. Deze advocaat was tot zeer recent de kantoorgenoot van U.'s raadsman Korvinus.