Liefdes Zegepraal

In De Wondere Wereld van Belcampo is een groot aantal verhalen van Herman Schönfeld opgenomen. De schrijvende studentenarts uit Groningen (1902-1990) had een voorkeur voor bizarre fantasieën en originele gedachtespinsels. Het maakte hem tot een van de grootste fantastische schrijvers van Nederland. Het verhaal Liefdes Zegepraal (1934) gaat over een levensmoede jongeman, Theophilus, die een advertentie plaatst: 'Intelligente jongeman is bereid zijn leven te wagen, onverschillig waarvoor'. Hij krijgt een reactie en komt zo in contact met een professor: een kalende man, met slechts één hoofdhaar, die in een spiraal gerold zijn hoofd bedekt. In het lichaam van Theophilus plaatst de professor een aantal raampjes. Theophilus slijt vervolgens zijn dagen als wandelend gruwelkabinet. Hij trekt van kermis naar kermis, met zijn hondenkar als bed en woning.

Door de ruitjes op zijn lichaam konden de kermisbezoekers tegen betaling van tien cent de wondere werking van het menselijk lichaam aanschouwen. Ze zagen hoe een hap eten door zijn slokdarm afdaalde naar de maag, waar het achter glas door borrelende maagsappen werd verteerd. Een ander ruitje bood een blik op zijn kloppend hart. Op de kermis ontdekte Theophilus de ware liefde. De dochter van de glazenmaker was de enige bezoeker die niet bang was, integendeel. Ze raakte geïntrigeerd door Theophilus en z'n ruitjes. Terwijl Theophilus haar uitlegde hoe de ruitjes gezet zijn, gaf ze hem een zoen. Haar adem maakte de prachtigste bloemen op de ruitjes. Het liefste zou ze zien hoe het ging als hij zou sterven, vertelde ze.

“Binnen in Theophilus kwam een dodelijke blakte en zijn hart hing daar slap neer. Hij spreidde een deken uit midden in zijn tent, ging er op liggen en liet het meisje naast zich neerknielen. 'Ik zal langzaam sterven', zei hij zacht, 'dan kun je het goed zien.' ” Zo stierf Theophilus onder de ogen van de glazenmakersdochter.

Liefdes Zegepraal is niet het bekendste verhaal van Belcampo. Maar de zonderlinge geschiedenis is wel een representatief voorbeeld van zijn rijke en buitenissige verbeelding. Hoe zou het tegenwoordig staan met de bekendheid met het werk van Belcampo? Er was één manier om daar een antwoord op te krijgen: zelf zo'n advertentie plaatsen en dan de reacties afwachten. Vanzelfsprekend zouden de echte belcampisten een reactie sturen naar deze eigentijdse Theophilus.

Hoe eenvoudig het plan ook leek, de advertentieafdelingen van de kranten bleken een hindernis van formaat. Dat de advertentietekst vragen zou oproepen, was al van tevoren duidelijk. Maar de eerste vragen rezen al bij de dames en heren van de advertentieafdelingen. Bij de Volkskrant moest de telefoniste 'even overleggen' om vervolgens te vertellen dat deze tekst niet geplaatst kon worden. Waarom niet? Dat hoeft de krant niet uit te leggen, vertelde ze. Na enig aandringen volgde een summiere toelichting: 'We willen niet dat onze lezers hiermee geconfronteerd worden.' De Telegraaf had aanvankelijk geen bezwaar, maar kwam daar een dag later van terug. De krant wilde bij nader inzien de tekst niet plaatsen, omdat deze 'mensen met criminele bedoelingen op een idee zou kunnen brengen'. Het Utrechts Nieuwsblad en het Rijsens Nieuwsblad (voor de belcampistische couleur locale) kenden geen enkele aarzeling en ook NRC Handelsblad wilde wel tot plaatsing overgaan. Alleen onder voorwaarde dat de advertentie vooruit betaald werd. Kennelijk was men bang dat er na plaatsing niemand meer zou zijn om de rekening te betalen. Na betaling stond het inderdaad in de krant: Intelligente jongeman is bereid zijn leven te wagen, onverschillig waarvoor.

Uit de reacties bleek dat de belcampistische fantasie nog steeds tot de verbeelding spreekt. Vooral redacteuren van talkshows blijken verlegen te zitten om onderwerpen. Een verbroken relatie weer gelijmd, seks met je schoonmoeder, altijd al op de fiets naar de Noordpool gewild?, redacteur zoekt voor serieus programma et cetera. Het zijn bekende advertenties uit de oproepenrubriek. Maar ook door advertenties zelf laten de redacteuren zich inspireren: 'Niet direct levensgevaarlijk, maar toch ook heel spannend is een interview te geven aan een journalist van een krant' en 'Ik wil graag met je in contact komen. Je waagt daarmee niet direct je leven, maar misschien kunnen we in overleg iets verzinnen'.

Slechts één lezer had de advertentietekst herkend. Hij stuurde een briefkaartje met de tekst 'Welk venster je ook opent naar jezelf, pas op voor het meisje dat niet bang is', afzender A.L. Op de voorzijde was met pen een goed gelijkend portret van Belcampo getekend. Alleen was er in plaats van de haardos één enkele haar, in een spiraal opgerold. Daarnaast was een rubrieksadvertentie op de kaart geplakt voor 'ontwerp, reparatie en restauratie van glas in lood'. Uit de tekst bleek een gedegen kennis van het werk van Belcampo. De bezorgers van het verzameld werk zouden in aanmerking komen, maar die hebben niet de initialen A.L.

Toch was de veronderstelling dat de bron bij de uitgever gezocht moest worden niet onterecht. De directeur van Querido is een niet onverdienstelijk tekenaar. En Arie Langbroek is een belezen belcampist.