Lastenverlichting moet veel sneller zijn beslag krijgen

De wereldwijde economische terugslag die zich momenteel laat voelen zal ook aan Europa niet geheel voorbijgaan. Er is weliswaar geen reden voor paniek, maar J.C. Blankert ziet toch alle reden om het beleid van lastenverlichting door te zetten.

Vorige maand konden we via de televisie getuige zijn van 'Domino-D-day'. In de Leeuwardense veehallen deden studenten een geslaagde poging om het wereldrecord dominostenen-omvallen te verbeteren.

Het lijkt erop dat ook de wereldeconomie een 'Domino-D-day' beleeft. Regio's tuimelen als dominostenen over elkaar heen. Het begon met Japan. De rest van Azië volgde. De 'Azië-crisis' was geboren. Daarna volgde de implosie van de roebel in Rusland. Onrust teistert nu ook Latijns-Amerika. Inmiddels vertonen de beurzen in in Europa en de VS heftige schommelingen. Komen de omvallende dominostenen nu onvermijdelijk richting Europa en de VS? Of zullen, net als bij de recordpoging in Leeuwarden, niet alle stenen omvallen?

Gelet op de veel betere gezondheid van de Europese en Amerikaanse economie is de kans daarop reëel. Voor doemscenario's die stellige zwartkijkers schetsen isgeen reden. Maar de zaak bagatelliseren zou evenzeer erg onverstandig zijn.

In ieder geval is de kans vrij groot dat de voor Europa en VS al verwachte groeivertraging gedurende deze kabinetsperiode groter zal gaan uitvallen. Daarom was, tegen de achtergrond van wat er in de wereld aan de gang is, de discussie in de Tweede Kamer tijdens het debat over de regeringsverklaring curieus. Daar kibbelden de paarse partijen nog vrolijk over wat te doen met de meevallers als het financieringstekort bij een voortgaande economische zou zijn verdwenen: méér uitgeven en geen verdere belastingverlaging meer bovenop wat het kabinet nu in de planning heeft (4,5 miljard gulden plus een deel van eventuele meevallers) òf door blijven gaan met lastenverlichting? Een discussie over een situatie die pas optreedt als Paars II ten opzichte van de ramingen in het regeerakkoord 15 miljard gulden aan belastingmeevallers verder is. En dat is niet bepaald waarschijnlijk. Paars II lijkt er voorlopig de voorkeur aan te geven om door een veel te roze bril naar de toekomst te kijken.

In het Kamerdebat kwam feitelijk opnieuw de vraag naar het nut van voortgezette lastenverlichting aan de orde. Van de kant van degenen die vraagtekens zetten bij de merites van voortgaande lastenverlichting, worden verschillende argumenten naar voren gebracht: lastenverlichting is olie op het conjuncturele vuur; terugdringen van het nog te hoge financieringstekort is belangrijker; structurele lastenverlichting is überhaupt niet meer zo nodig en er zijn nu belangrijkere prioriteiten aan de uitgavenkant van de overheid.

Ik was en ben nog steeds een groot pleitbezorger van lastenverlichting. Een van mijn kritiekpunten op het regeerakkoord is juist dat de 4,5 miljard gulden aan lastenverlichting die het nieuwe kabinet heeft uitgetrokken te weinig is en bovendien niet gelukkig getimed. Pas tegen het einde van de kabinetsperiode (vanaf 2001) zal de lastenverlichting er daadwerkelijk komen. In de jaren daarvoor is er geen enkele lastenverlichting om de arbeidsmarkt te ondersteunen en de loonkostenontwikkeling op het goedespoor te houden. Integendeel, voor volgend jaar heeft Paars 1,5 miljard gulden aan lastenverzwaringen voor burgers en vooral bedrijven in petto. Dat is een verkeerde start. Als ik kijk naar de verschillende indicatoren die daarover iets kunnen zeggen, en vooral naar de nieuwste CPB-prognoses, die een duidelijke afvlakking van de groei laten zien, denk ik niet dat je kunt zeggen dat de Nederlandse economie het gevaar loopt overhit te raken. Zo is de industriële bezettingsgraad nog niet zo hoog als in de topjaren 89/90. Marges staan over het algemeen nog steeds onder druk.

Maar dreigt dan geen oververhitting op de arbeidsmarkt? Ondernemingen ondervinden inderdaad meer moeilijkheden bij het aantrekken van bepaalde soorten personeel. Er zijn tekorten. De absolute omvang van het aantal openstaande vacatures is flink gestegen. Maar afgezet tegen de werkgelegenheid ligt de relatieve omvang daarvan nog beduidend onder het niveau van de vorige conjuncturele top. Ondertussen is de flexibiliteit ook op de arbeidsmarkt een stuk groter geworden. Bovendien heeft Nederland doorzijn hoge graad van deeltijdarbeid waarschijnlijk meer dan andere landeneen natuurlijk ventiel voor het opvangen van arbeidsmarktspanningen. En wij hebben in Nederland nog een groot onbenut arbeidspotentieel van minstens één miljoen mensen.

Eén ding weet ik zeker: met lastenverzwaring los je geen knelpunten op de arbeidsmarkt en tekorten aan technici op. Met goed ingevulde lastenverlichting kun je daarentegen het gevaar van oververhitting juist helpen voorkomen. Via vergroting van het fiscale verschil tussen werken en niet-werken en verlaging van marginale tarieven kan vergroting van het arbeidsaanbod en doorstroming op de arbeidsmarkt worden gestimuleerd. Lastenverlichting bevordert bovendien investeringen.

Dan het argument dat het schaarse budgettaire geld, vooral in deze fase van de conjunctuur, beter voor tekortverlaging kan worden gebruikt. Niet te ontkennen valt dat Nederland in verhouding tot zijn, ook internationaal vergeleken, gunstige economische ontwikkeling zijn schatkisttekort de afgelopen jaren te weinig structureel heeft teruggedrongen. Volgens OESO-cijfers van nog niet zo lang terug is ons structurele schatkisttekort (twee procent van het bruto binnenlands product (BBP) nog bijna even hoog als dat van EMU-koploper Frankrijk. De weg naar een structureel tekort van nul is nog lang. Paars heeft er in het regeerakkoord nauwelijks meer dan twee miljard gulden gereserveerd voor tekortreductie. Voor de rest vertrouwt het nieuwe kabinet op meevallers, die pas optreden als de economische groei gemiddeld meer dan 2,3 procent bedraagt.

De kans daarop is niet groot meer. Door die keuze neemt het kabinet met het financieringstekort dus een stevig risico. Bij een flinke terugslag zitten we zo weer tegen de drie procent aan. Maar dat betekent niet dat er te veel lastenverlichting wordt gegeven.

Tegelijk zijn er ook stevige argumenten voor extra uitgaven aan zaken als infrastructuur, onderwijs, informatietechnologie. Het kernprobleem is dat Paars dat allemaal wil doen zonder tegelijk voldoende te willen ombuigen. Het regeerakkoord ging nog van de stille hoop uit dat er meevallers zouden zijn, maar die hoop slinkt.

Lastenverlichting moet. Het eerste en belangrijkste argument is dat nog één miljoen mensen met een uitkering werkloos aan de kant staan. In die werkloosheid kunnen we alleen een grote bres slaan, als we onze banenmachine voldoende op toeren weten te houden. Voortgaande beheerste loonkostenontwikkeling is daarin essentieel. Gestage, jaarlijkse lastenverlichting draagt daartoe bij. Het is geen medicijn waarvan je de toediening stopt als de kwaal minder is geworden. Van vergroting van het fiscale verschil tussen werken en niet-werken komt de komende jaren niets terecht, terwijl de arbeidsmarkt er wel om vraagt.

Het tweede argument voor verdere lastenverlichting is dat ons belastingstelsel niet op orde is. Ook niet na de bijna vijf miljard gulden die Paars II (helaas pas in 2001) inzet voor een fiscaal concurrerender belastingstelsel. In het belastingplan voor de 21ste eeuw is dan nog steeds sprake van onder andere de verstorende rariteit van een kapitaalsbelasting voor ondernemingen. En het marginale tarief van inkomstenbelasting en premies voor de minimumloner en de modale werknemers is dan nog altijd zestig procent.

Een derde argument voor lastenverlichting is de noodzaak om ruimte te bieden voor meer marktwerking en privatisering. In de sociale zekerheid, de gezondheidszorg en delen van het onderwijs is daarmee nog het nodige aan efficiency- en kwaliteitsverbetering te verdienen. Tevens sluit dat meer aan op de behoeften van nieuwe generaties burgers aan minder collectieve standaardvoorzieningen en meer differentiatie en maatwerk.