Hypercorrect

ZOALS NU de zuiverheid van uw en mijn denken omtrent allochtonen of homoseksuelen angstvallig wordt beoordeeld, zo was er ook ooit een meetlat waarmee ieders rechtzinnigheid ten aanzien van de socialistische leer kon worden afgemeten. In zijn onlangs verschenen dissertatie 'Nederland en de DDR' vertelt Jacco Pekelder dat een van de vragen aan de hand waarvan dit werd beoordeeld, betrekking had op de erkenning van de DDR. Om te tonen hozeer hij voldeed aan de eisen die de meetlat stelde, roemde Han Lammers, de latere wethouder, landdrost, interim-burgemeester en nog veel meer, eind jaren zestig de Oost-Duitse democratie en toonde hij begrip voor 'de Muur'. Na een bezoek aan Oost-Duitsland schreef toenmalig journalist Lammers in 'De Groene Amsterdammer': “Als men de reeksen van argumenten heeft gehoord die tot het besluit om hem op te richten hebben geleid, staat men er minder vreemd tegenaan te kijken dan voorheen. (...) Hij is staatssgrens en wordt derhalve streng bewaakt. Zonder die bewaking zou geen mens in de ernst ervan geloven. Vandaar ook dat er op vluchtelingen geschoten wordt.” Het is op zijn minst wonderlijk dat Tommel wordt nagedragen een politieke onbenul te zijn terwijl Lammers niet eens in figuurlijke zin is afgeschoten.

Het is nog minder begrijpelijk dat mensen terecht moeten staan omdat ze, deel uitmakend en afhankelijk van dat systeem, het schieten op vluchtelingen bevorderen, terwijl een politicus die dat schieten eveneens bevorderde door oppositie daartegen in het vrije Westen de kop in te drukken, en die dit alleen maar deed uit eigenbelang, uitsluitend om te tonen hoe hoog hij scoorde op de zelf mede ontworpen meetlat, niet alleen vrij mag rondlopen, maar daarenboven ook nog eens beloond wordt met belangrijke functies en eervolle opdrachten.

De eertijdse meetlat voor progressiviteit had niet alleeen betrekking op internationaal-politieke onderwerpen, maar bestreek daarnaast ook allerlei andere gebieden. Zo werd onderwijspolitieke correctheid afgemeten aan de hand van geloofsartikelen als middenschool, schaalvergroting, geen nature maar nurture, en een afkeer van het meten van leerprestaties om maar enkele voorbeelden te noemen.

Dit alles als aanloop naar een eigentijdse meetlat.

Islamitische besturen die eigen scholen willen oprichten, ondervinden allerwege tegenwerking. CDA'ers weten haarfijn uit te leggen waarom emanciperen in eigen kring voor henzelf heilzaam heeft gewerkt, maar voor islamieten de verkeerde weg is. Ik heb de bezwaren tegen het emanciperen van moslims in eigen kring nooit begrepen en ben dan ook altijd van mening geweest dat het onbehoorlijk is islamitische clubs te verhinderen de weg te volgen die bijna de helft van de Nederlandse bevolking, vaak zelfs zonder al te veel psychische schade, heeft bewandeld. Moslims mogen niet anders worden behandeld dan andere clubs die eigen scholen willen oprichten. Niet iedereen denkt er zo over: de kersverse staatssecretaris Adelmund wilde een Rotterdamse moslimorganisatie toestemming geven tot de oprichting van een islamtische school terwijl die niet voldeed aan de, wat betreft de leerlingenaantallen, gestelde eisen. De Kamer hield dat tegen. 'De Volkskrant', evenals Adelmund nooit te beroerd om mee te dansen op de golven van de heersende mode, meende, in een redactioneel commentaar nog wel, de opstelling van de Kamer te kunnen diskwalificeren met het verwijt dat die zich te veel door 'regeltjes'zou laten leiden.

Met hun politieke hypercorrecte opstelling hebben Adelmund en de Volkskrant beiden voldaan aan de huidige eisen van allochtoon-vriendelijkheid en zijn daarmee beiden geslaagd voor het examen hedendaagse progressiviteit. Dat is hen net zo min als verdienste aan te rekenen als het slagen indertijd van Han Lammers voor datzelfde examen.