Hollands Dagboek: Fokkelien Oosterwijk

Dominee Fokkelien Oosterwijk (46) volgde in 1995 Nico ter Linden op als predikant in de Westerkerk in Amsterdam. Haar aanstelling wekte wrevel bij comité Red de Wester - dat haar onbekwaam acht in haar omgang met de gemeente. Anderen roemen juist haar kwaliteiten. Het conflict bereikte eind augustus een hoogtepunt.

Woensdag 2 september

Vanmorgen begonnen met het maken van de liturgie voor aanstaande zondag. Een heerlijk werkje voor de vroege uurtjes: een meditatieve legpuzzel van liederen en teksten. Veel bladeren, wikken en wegen, bedenken hoe tekst en melodie in juist deze of gene combinatie zullen klinken. Extra spannend, omdat je - ik tenminste - op woensdag nog een heel eind van de komende preek verwijderd bent. Ook hier en daar al de verrassing van een vondst, die het scheprad van de creativiteit in gang zet. De cantorij zal zondag zingen en een fax van Jos van der Kooij, onze cantor-organist, ligt klaar met het repertoir van de cantorij en een suggestie voor de gemeentezang tijdens het Avondmaal. De telefoon rinkelt er van tijd tot tijd tussendoor, en het is goed om dan niet 'ingeblikt' op te kunnen nemen. Tegen half elf vertrek ik tevreden naar de Wester en spoor hond Babbe in het Beatrixpark aan tot spoed: we hebben echt niet meer dan vijf minuten.

Van elf tot twaalf een Doopgesprek. Ouders, die hun eerstgeborene als een groot geschenk en wonder ervaren, en een dominee die het opnieuw als een geschenk ervaart om zo intens met mensen te praten.

Even naar de administratie om met de medewerkers te overleggen. Dan een uur hoge-druk-pan-overleg met Jos van der Kooij, vooral met het oog op de bijdragen van de cantorij en de te vragen solisten op de komende hoogtijdagen van kerst tot Pasen. Zo'n fantastische vakman op muzikaal gebied, compleet met alle contacten vandien, is een regelrechte zegen!

Daarna is er nog een pastoraal gesprek en een paar kleine maar wel belangrijke zaken. Ik loop de kerk in om met de kerkwachten te spreken, die de kerk gastvrij open houden voor wie er maar op zo'n doordeweekse dag wil binnenlopen. Dan naar huis, waar aan het eind van de middag een lieve collega naar mijn welzijn zal komen vragen: een hartverwarmend voorbeeld van pastoraat onder pastores zelf.

De avond gaat - na een 'rondje hond' en potje koken - op aan de telefoon: het antwoordapparaat moet weer leeg voor de volgende dag. Het overleg met kerkenraadsvoorzitter Ad Vos, bijna dagelijks aan de orde, hoort daarbij. Ik heb groot respect voor deze keiharde werker, die het voorzitterschap het gezicht gegeven heeft dat onze Wester waardig is.

Dan gaat het in de grondverf zetten van het Tafelgebed voor komende zondag beginnen.

Donderdag

Uitgerekend op de dag, dat ik aan dit dagboek begon, kreeg ik van een onbekende collega uit het land een dagboek toegestuurd: My utmost for His Highest. Klinkt erg Amerikaans en is het ook, maar het gebaar - en ook de titel - raakt me zo, dat ik er toch maar af en toe in lees. Ik ben zelf geen mens voor het schrijven van een dagboek. Wel voor het lezen ervan, bij tijd en wijle. Vorig jaar ben ik in de Stille Omgang van Willem Barnard begonnen. Zijn trilogie Op een stoel staan reist al sinds het begin van mijn predikantschap met mij mee.

Op mijn werkkamer in het Prinsenhuis (het bijgebouw van de Westerkerk) met Bep Kroese - oud kosteres van de Wester en sinds het overlijden van haar man coördinatrice van het bezoek aan zieken en hoogbejaarden - de stand van zaken doorgenomen. Tijd ook voor meer dan de zaken alleen, tijd voor tranen en ook wederzijdse bemoediging. Daarna het bruidspaar van komende week nog voor een laatste gesprek. Dan een ontmoeting met een vrouw, die ongelooflijk goed herstelt van een zware operatie. De dag voor Kerst vorig jaar hebben we haar echtgenoot begraven, na een slopende ziekte. Het is wel veel, allemaal, en het gemis dient zich, zoals zovaak, pas nu in alle hevigheid aan.

Er is veel post en opnieuw veel telefoon. 's Avonds gezellig eten met mijn zusje, die door de wolkbreuken heen uit Haarlem komt.

Vrijdag

Om tien uur supervisie in Voorburg. De hernieuwde stroom van publiciteit, die een negatief beeld geeft van de Wester en van mij, doet veel pijn. Temeer omdat er zoveel vijandschap en leugenachtigheid uit blijkt. Maar God zij dank (ja, zo meen ik dat werkelijk) ontvang ik geweldige steun van de kerkenraad, vrijwilligers, gemeenteleden en heel veel andere mensen van dichtbij en veraf.

Ook uit de hogere regionen van de kerk en van een heleboel vooraanstaande mensen binnen de kerkorganisatie ondervinden wij steun, solidariteit en medewerking. En over de gehele linie gaat het werk gewoon door. De Wester is echt een heel actieve organisatie. En die organisatie draait op volle toeren, laat daarover geen misverstand bestaan. Ik wil dat hier toch eens heel duidelijk zeggen.

De rest van de dag is er, naast opnieuw telefoon en post, voor de voorbereiding op het grote werk van morgen: het maken van de preek. Het nauwgezet lezen van de tekst, de exegese, het lezen van diverse commentaren en - last but not least - het laten inwerken van dat alles in het eigen hart. Het klinkt bevindelijk, en dat is het ook.

Zaterdag

Zoals gewoonlijk op zaterdag om half tien begonnen met een wandeling door het Amsterdamse bos met Babbe en haar vriend Igor. Ze lijken zoveel op elkaar, dat ze op een afstand haast niet uit elkaar te houden zijn en het is een feest om ze te zien dollen. Zijn vrouwtje en ik babbelen intussen over koetjes en kalfjes, kleinkinderen en oude moeders en zo meer.

Thuisgekomen met het benodigde proviand voor deze zaterdagse overlevingstocht met pen en papier, zijn daar eerst nog de nodige uitstelmanoeuvres: nieuwe bloemen in de vazen, even een rondje door de tuin, een versterkend soepje koken, krantje kijken. Maar tegen enen is hét moment onontkoomlijk en moeten de eerste woorden op het eerste multoblad. Preken maken blijft voor mij handwerk: het is als houtsnijden en glasblazen, beeldhouwen en boetseren. Alle woorden moeten door de trechter van het eigen leven en mijn houtkachel smult de weggegooide proppen op. Om tien uur 's avonds houd ik de preek voorlopig voor gezien en leg de laatste hand aan de gebeden. Ook bidden met zo'n kerk vol mensen vraagt erom woorden te wegen op de goudschaal van het hart. Tegen twaalven gaan de ogen toe.

Zondag

Ik zou het wel anders willen en vraag me tegelijkertijd af, of dat zo is. Om vijf uur gaat de wekker en om zes uur belt, volgens afspraak, een dierbare voor alle zekerheid of ik me niet verslapen heb. De preek is tegen half negen klaar. Het zijn de uren, waarvan ik - ondanks moeheid - zeer geniet: stille uren met de Eeuwige. De krochten van de zondagmorgen, van waaruit je straks in die zondoorschoten kerk mag staan om het feest van de ontmoeting te vieren met God en mensen.

Het zit weer behoorlijk vol - ontroerend, hoe trouw mensen zijn juist in deze tijd - Jos speelt de sterren van de hemel, de cantorij zingt prachtig en in het gesprek met de kinderen wordt de juiste toon gezet: wat is het toch heerlijk, dat er in zo'n kerk stilletjes gehuild (zoals ik zo vaak in gesprekken hoor en soms ook zie) maar ook hartelijk gelachen kan worden.

Als we aan het eind van de dienst het Heilig Avondmaal vieren, denk ik stilletjes: we gaan wel op tot Gods altaren, maar ze moeten wel worden klaargezet. Al mijn eigen gezwoeg op zo'n dienst staat en valt met al die ambtsdragers en vrijwilligers, die het geheel tot in de puntjes regelen en verzorgen. Samen dragen we het geheel, tot en met de koffie na afloop. Het is warm en hartelijk, het is goed.

Na de dienst vele kleine ontmoetingen, bemoedigende woorden en een vreemde mevrouw die me een beeldschoon boeket in de handen drukt: 'Die zijn eigenlijk voor mijn dochter, maar ik koop straks wel nieuwe'. Eerder dan ik zou willen moet ik weg, want er wacht nog een verjaardagsfeest in Maastricht.

Aan het eind van de middag sta ik in het 'Magisch Theater': een oude boerenschuur aan de rand van de stad waar ik elf jaar woonde. Een gouden keus van een lieve vriendin, die hier haar vriendenschaar trakteert op een adembenemende voorstelling, met in de 'pauzes' happen en dranken. Het is een heus theater, boven, en ik ben diep onder de indruk van het marionetten- en pantominespel. Heerlijk ook om zoveel oude bekenden te zien en evenzoveel opnieuw bemoedigende woorden te horen.

MaandagMijn officiële vrije dag, maar voor het eerst sinds weken een dag, dat de wekker niet gaat. 's Middags een wandeling in het Savelsbos - Babbe weet de oude paadjes nog precies te vinden - en reflectie op de theatervoorstelling van gisteren. Het 'Panta rhei' en de 'Metamorphosen' waren duidelijk mede geïnspireerd op deze oerbos-omgeving vol stronken en takken en oergezichten. Na enkele uurtjes op het O.L. Vrouweplein (sinds ik er ooit een toerist, met afkorting en al, naar heb horen vragen, noem ik het plein het liefst zo) weer retour hoofdstad.

's Avonds laat nog even bijpraten met dierbaren, die op het antwoordapparaat hebben ingesproken.

Maar ook nog even contact met Agniet van Andel, die onze vrijwilligersorganisatie professioneel en met hart en ziel coacht: de sollicitatie-procedure voor de nieuwe koster is vandaag rond gekomen. Witte rook uit de keizerskroon: habemus custodem! We zijn er beiden heel blij mee.

Dinsdag

Thuis eerst de telefoon - antwoordapparaat - en dan naar de Wester. Een bijzonder gesprek met de weduwe en twee dochters van een bejaarde man, die deze zomer plotseling gestorven is en zijn lichaam ter beschikking van de wetenschap heeft gesteld. Na alle vakanties van familie en dominee is het dan nu zover, dat we hem morgen in de kerk zullen gedenken. Wat een rijkdom, denk ik, als je vrouw en je dochters zo vol liefde en met humor over je praten kunnen: tot jouw gedachtenis.

Een volgend pastoraal gesprek blijkt afgezegd wegens ziekte, maar er blijft genoeg te doen. Veel post en telefoon: afspraken die moeten worden gemaakt en overleg dat moet worden gevoerd.

De liturgie voor de rouwdienst van morgen gemaakt én die voor de trouwdienst van vrijdag: zo zit het leven in elkaar. Dan loop ik binnen bij de bejaarden, die zoals gewoonlijk op deze dag bij elkaar komen. Binnenkort zit ik er weer eens in de maand een uur, om wat met elkaar te praten over leven en geloof. Wat zou ik vandaag graag even naar mijn 'eigen bejaarde' gaan, op haar hofje in de Haarlemse binnenstad. Maar het zit er niet in: ook het op papier zetten van dit dagboek kost tijd. Maar deze moeder is er gelukkig een uit duizenden en wacht gewoon tot het tij keert en we weer gezellig samen eten gaan.

Woensdag 9 september

De overdenking voor de gedachtenisdienst van vanmiddag is het werk van deze morgen en een deel van de middag. De telefoon gaat daar af en toe tussendoor, maar dat mag niet hinderen.

Ik houd van begrafenisdiensten, hoe vreemd dat ook klinken mag. 'Het hart der wijzen is in het huis van rouw', zegt de Prediker, 'maar het hart der dwazen in het huis van vreugde.'

Feit is, dat in zo'n rouwdienst de oren anders gespitst zijn dan bij een trouwerij, en terecht. Hoe graag ik ook in het huis der vreugde ben en met heel veel liefde en aandacht een huwelijksdienst met een bruidspaar voorbereid, zo'n verstild gebeuren als vanmiddag vervult mij van diepe vreugde. Het raken aan de uitersten van het bestaan, in woord en zang

op de randen en zelfs aan de afgrond van het verdriet: dat brengt mensen in de buurt van de Eeuwige.

Opgeschoten kleinkinderen - grootkinderen zou je ze moeten noemen - die hoogstens alleen nog met de Kerst in een kerk komen, maar je nu oprecht komen bedanken: dat is de bos bloemen - al die koppies - die ik mee naar huis neem. De échte bloemen zet ik natuurlijk, met het zakje chrysal, in een vaas.

Om half zes wacht er nog een gesprek - een afspraak vanuit één van de vele telefoongesprekken - met een man, die zijn moeite met het geloof wil bespreken. Niet alleen zijn moeite, maar ook de troost, die hij wel degelijk blijkt te ontvangen. Hij is HIV positief en volgt zo'n nieuwe kuur, waar hij af en toe doodziek en ook doodmoe van wordt. Hij heeft zijn plekje in de Wester gevonden en ik word wat verlegen van zijn lof.

Als we ten slotte, op zijn verzoek, samen hebben gebeden, neemt hij na mijn 'amen' het woord tot de Allerhoogste en bidt, hartstochtelijk en puur, voor mij.Bij de Albert Heijn op de Westermarkt kom ik niet verder dan een blik hondenvoer en een pak vruchtensap: ik wil naar huis, om alle bloemen, ook deze laatste, in een vaas te zetten.