Geharrewar over autokostenforfait

Mensen die in een auto van de zaak rijden, moeten inkomstenbelasting betalen over het privé-gebruik daarvan. Dat gebeurt door inkomensbijtelling, het zogenaamde autokostenforfait. Ook in de BTW-sfeer is een aanpassing voor het privé-gebruik nodig, omdat niet alle verrekende BTW die op de auto drukt zakelijk was. De BTW is een geharmoniseerde heffing; voor alle Europese landen gelden dezelfde uitgangspunten. De uitwerking kan evenwel van land tot land verschillen.

Zo heeft de Nederlandse overheid de correctieregel voor de BTW in verband met het privé-gebruik van zakenauto's op een geheel eigen manier in haar wetgeving verwerkt. Op een verkeerde manier, zo ontdekten belastingadviseurs van het advieskantoor Walgemoed enige tijd geleden. Dat was schrikken voor de fiscus. Het kantoor had eerder al eens tegen de Nederlandse belastingdienst geprocedeerd omdat onze wijnaccijns niet precies strookte met de Europese regels en dat heeft de schatkist uiteindelijk een half miljard gulden gekost.

Met de nieuwe ontdekking loopt de schatkist opnieuw een risico van enkele honderden miljoenen guldens. Staatssecretaris Vermeend (Financiën) verried meteen irritatie over de nieuwe dreiging, die samenviel met opschudding over het zogenaamde Securitel-arrest. Dat toonde aan dat de Nederlandse regering Europese regels slecht had doorgevoerd in nationale wetgeving. De toenmalige minister Wijers (Economische Zaken) moest daarvoor de meeste verwijten incasseren, maar in dit geval komt de schuld voor een verkeerde verwerking van de Europese BTW-regels volledig bij Financiën te liggen. Walgemoed kreeg niet alleen een boze staatssecretaris van Financiën tegenover zich heen.

De Nederlandse Orde van Belastingadviseurs was ongelukkig met de publiciteitscampagne van Walgemoed. Daarin beloofde het kantoor zich gratis in te zetten voor iedereen met zakenauto's tot het moment van succes. Dat lijkt op dienstaanbieding op no-cure-no-pay-basis en dat mag een Orde-lid niet. Het kantoor betoogde evenwel dat het eigenlijk ging om een handig geformuleerde uitgestelde facturering. Misschien blijkt dat er bij een verloren zaak helemaal geen factuur wordt verstuurd, maar dat is dan een zaak van later. Zo wordt een gerespecteerde organisatie van belastingadviseurs bestookt met de lepe redeneringen die in de Belastingdienst en de politiek wel eens als het handelsmerk voor de belastingadviseur worden gezien. Ondertussen wilde staatssecretaris Vermeend het inventieve kantoor duidelijk maken dat hij er ook wat van kan. Voor de duizenden mensen die op het aantrekkelijke aanbod van Walgemoed waren ingegaan, had het kantoor volstaan met het schrijven van een simpel protestbriefje naar de fiscus. Een proefprocedure zou vervolgens wel duidelijkheid brengen. Zo was het ook gegaan in andere geschillen die hier op leken. Bijvoorbeeld over de extra vierprocentsbijtelling voor zakelijke autorijders die ver van hun werk wonen of de heffing van een extra personenautobelastingbelasting op kleine bestelauto's en ook bij een geschil over het belasten van vakantiegeld.

Maar daar dacht de staatssecretaris opeens anders over. Hij verlangde dat ieder bezwaar werd gemotiveerd met een uitvoerig geschrift waarin uit viel op te maken om welk bedrag het ging in elk van de tien jaren waarop de bezwaren van Walgemoed betrekking hadden, welk deel van dat bedrag er jaar voor jaar werd betwist en zo meer. Het is natuurlijk een flinke klus om dat uit te zoeken voor de vele duizenden zaken waarvoor Walgemoed gratis in het strijdperk was getreden. Een publiciteitsstunt is leuk maar het moet niet in een verliespost ontaarden. Ondertussen stroomden bij de Belastingdienst ook van andere zijden de bezwaren toe. Al met al zou het er volgens aannemelijke maar niet-bevestigde berichten uit de Belastingdienst gaan om meer dan 50.000 zaken, vooral afkomstig van kleinere belastingadvieskantoren. Overigens zijn ook de fiscaal experts van de grotere kantoren het vrij algemeen met Walgemoed eens dat Financiën de Europese regel verkeerd in Nederlandse wetgeving heeft omgezet. Maar anderzijds kan bijna niemand zich voorstellen dat in hoogste instantie de Europese rechter in Luxemburg daaraan het gevolg verbindt dat de in de afgelopen tien jaar betaalde belasting moet worden terugbetaald. Met een formeel wel juiste wetgeving zou het materiële effect voor de belastingbetaler namelijk precies hetzelfde zijn geweest. Het opzetje van Walgemoed is daarom een voorbeeld van opportunistische kommaneukerei die belastingadviseurs een slechte naam bezorgt. Maar nu hij formeel waarschijnlijk toch fout zit, heeft Vermeend het beter gevonden om het kantoor en zijn navolgers niet te veel terug te pesten. Onlangs heeft de bewindsman aan de Belastingdienst de nog niet openbaar gemaakte opdracht gegeven er in te berusten dat vele betrokkenen niet motiveren waarom zij belasting terugvragen en ook niet te verlangen dat zij becijferen om hoe veel geld het gaat. Dat is ten opzichte van de aanvankelijke geharnaste opstelling een behoorlijke knieval in afwachting van enkele proefprocedures. Het is tevens bijna een uitnodiging aan iedereen die de BTW voor zakelijke autorijders betaalt om - eventueel op eigen houtje ook maar bezwaar aan te tekenen.

Hun dilemma is interessant: het gaat om een loterij zonder nieten, maar de kans op een prijs is erg klein en de prijs zou zonder meer onverdiend zijn.

Tot slot wat muggenzifterij van de fiscus. Die betreft mensen die kosten maken ten behoeve van een algemeen nut beogende instelling; zo'n instelling waar de giftenaftrek voor geldt, zoals een kerk, vakbond of sportvereniging. Als een dergelijke organisatie de kosten die een vrijwilliger maakt normaal gesproken zou moeten vergoeden dan mag de vrijwilliger die geen kosten declareert dat bedrag als aftrekbare gift opvoeren. Dat mag van de Hoge Raad ook als de instelling zo arm is dat ze een kostenvergoeding niet had kunnen uitbetalen. Een bestuurder van een sportbond zat tussen de wal en het schip. Zijn bond was niet zo behoeftig dat ze helemaal geen vergoeding voor in dit geval autokosten gaf. Maar ze was ook weer niet zo rijk dat ze de werkelijke kosten kon vergoeden. De man kreeg ongeveer de helft van zijn echte kosten terugbetaald. De rest voerde hij in zijn belastingaangifte als gift op. Zo'n gift had geen enkel belastingtechnisch probleem opgeleverd als de man niets vergoed had gekregen en ook bij een volle vergoeding was er fiscaal niets aan de hand geweest. Maar in deze tussenliggende situatie ging de inspecteur dwars liggen. Zozeer zelfs dat de Arnhemse belastingrechter zich over de zaak moest buigen. Die snapte niet waar de inspecteur zo moeilijk over deed. Als de hele kostenpost aftrekbaar zou zijn, dan moet de halve dat toch zeker ook zijn. De bestuurder kreeg dus gelijk.

De inspecteur bekijkt het van de andere kant. Elke declaratie vormt zijns inziens een 'afkoop' van de hele kostenpost. Er blijft dan niets te schenken over. Binnenkort legt de inspecteur de zaak voor aan staatssecretaris Vermeend (Financiën). Die moet dan op fiscaal technische en politieke gronden de beslissing nemen of hij met de vondst van de fiscus naar de Hoge Raad stapt of niet.