Geen genezing, wel recht

Een Amsterdamse advocaat wil op Internet een lijst publiceren van artsen en ziekenhuizen die veel fouten maken. Hoe sterk staat het slachtoffer van een medische fout?

LELYSTAD, 12 SEPT. “Je gaat er leuk in, met een dik buikje, en je komt er als een wrak weer uit.” Yvonne Koopman uit Lelystad is ervan overtuigd dat zij door fouten bij de bevalling van haar tweede kind in 1989 in een rolstoel is terechtgekomen.

Jarenlang negeerde het Zuiderzeeziekenhuis haar klachten, zegt Koopman. Ze kon nauwelijks meer lopen, zag slecht en had vaak moeite met praten. Een verband met de bevalling werd niet gelegd. Koopman zou lijden aan een postnatale depressie, en later aan een vorm van multiple sclerose (MS). Revalidatie volgde pas na een jaar. En pas na een 'second opinion'-onderzoek in een academisch ziekenhuis kreeg ze bevestigd, vertelt ze, dat haar hersenen waren beschadigd door bloedverlies na de bevalling. Dat was in 1993, na vier jaar onzekerheid. “Je gaat aan alles twijfelen. Is het psychisch of niet, heb ik MS of niet. En je komt in een isolement, want je familie gelooft het op een gegeven moment ook niet meer.”

Volgens onderzoek van de universiteit van Groningen lijden jaarlijks zo'n 25.000 mensen in zorginstellingen schade door vermijdbare fouten. Ongeveer drieduizend mensen per jaar zouden op deze manier overlijden. Vergeleken met deze getallen is het aantal klagers over medische fouten zeer gering. Klachtencommissies van ziekenhuizen behandelen volgens de Orde van Medisch Specialisten twee- á driehonderd klachten per jaar. Het Medisch Tuchtcollege ontving vorig jaar 836 klachten, een grote verzekeraar als Nationale Nederlanden zevenhonderd claims. Het aantal rechtszaken over medische fouten is niet meer dan een fractie van het totaal.

Ook het aantal 'calamiteiten' dat ziekenhuizen rapporteren bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg is laag, zo blijkt uit het jaarverslag van de Inspectie. Vorig jaar behandelde de Inspectie er 176. In 129 gevallen overleed de patiënt; 51 keer kwam dit door fouten. De Inspectie noteert in haar laatste jaarverslag dat medici in ziekenhuizen ook achterblijven bij het intern melden van fouten. Dit zou zijn omdat ze te bang zijn voor de gevolgen.

Volgens de Amsterdamse letselschade-advocaat G. Engelgeer is het voor patiënten te moeilijk na een medische fout hun recht te halen. Ziekenhuizen en artsen zouden veel opener moeten zijn, vindt hij. Deze week maakte hij bekend volgend jaar op Internet een lijst te willen publiceren van artsen en ziekenhuizen die meer fouten maken dan gemiddeld. Engelgeer wil hiermee zowel patiënten als juristen informeren. “Als een advocaat bezig is met een zaak tegen een arts, moet hij surfend op Internet kunnen kijken hoeveel zaken er lopen tegen die arts.” De Orde van Medisch Specialisten sprak in een eerste reactie verontwaardigd van “een publiek tribunaal”.

Ook de Vereniging van Letselschade Advocaten (LSA) wijst het initiatief af. Volgens secretaris M. Dijkstra is het in de eerste plaats bedoeld om klanten te werven voor Engelgeers kantoor. Hij pleit voor een onafhankelijke beoordeling van de klachten. B. Hermans, docent gezondheidsrecht aan de Erasmusuniversiteit, meent dat publicatie op Internet tot gevolg kan hebben dat artsen nog minder open worden dan ze al zijn, bijvoorbeeld door fouten nog minder vaak intern te melden.

Maar Hermans vindt ook dat het Nederlandse systeem te wensen overlaat, hoewel er op het punt van wetgeving de laatste jaren veel is verbeterd. “De patiënt hoeft niet meer te bewijzen wie de fout heeft gemaakt. Maar hij moet nog steeds bewijzen dát er een fout is gemaakt.” In sommige Scandinavische landen, met name in Zweden en Finland, geldt volgens Hermans een ander systeem: het ziekenhuis is zonder meer aansprakelijk als de patiënt slechter het ziekenhuis uitkwam dan hij erin ging. “Volgens de laatste berichten werkt dat zeer bevredigend, zowel voor de patiënt als voor het ziekenhuis. Er was wel een toename in claims, maar die viel mee. Het was niet meer dan een inhaalslag.”

Het echtpaar Koopman, dat leeft van een minimum-inkomen, kwam twee jaar geleden door een folder in een wachtkamer op het idee een advocaat in de arm te nemen. Klagen bij een tuchtcollege of de Inspectie hebben ze nooit overwogen. “We verkeerden daarvoor te veel in het ongewisse”, zegt Theo Koopman. Via de Letselschade Groep Nederland (LGN), een bedrijf dat rechtsbijstand biedt op basis van het principe no cure no pay, kwamen ze terecht bij Engelgeer. Wint Engelgeer de zaak, dan heeft LGN recht op 15 procent van de claim. “Ik vind dat een goed systeem”, zegt Koopman, “Zo doet hij beter zijn best.” De advocaat probeert een rechtszaak tegen het ziekenhuis van de grond te krijgen. Volgens het ziekenhuis is de zaak verjaard.

De werkwijze van Engelgeer en LGN is omstreden. Begin deze maand kwam LGN in opspraak door reclamespotjes die slachtoffers proberen over te halen schadeclaims in te dienen. Werken volgens 'no cure no pay' is door de gedragsregels van de advocatuur verboden, omdat het ertoe zou kunnen leiden dat advocaten alleen nog 'lucratieve zaken' aannemen. Tegen Engelgeer loopt een tuchtrechtszaak van de Nederlandse Orde van Advocaten, omdat hij LGN zelf zou hebben opgericht om zo de gedragsregels te ontduiken.

Yvonne Koopman wil met de rechtszaak bereiken “dat de mensen het eerlijk te horen krijgen als hun iets overkomt”. “Als ze meteen hadden gezegd dat er een fout was gemaakt, had ik het veel beter kunnen verwerken”, zegt ze.

Het Zuiderzeeziekenhuis, inmiddels opgegaan in stichting de IJsselmeerziekenhuizen, wil geen commentaar geven op de zaak omdat die onder de rechter is. “Bovendien hebben wij een geheimhoudingsplicht, zowel tegenover de patiënt als tegenover derden”, aldus een woordvoerder.