Gebit lijdt onder stress; SPANNING LEIDT TOT VERWAARLOZING MONDHYGIËNE

IN DE geneeskunde wordt aan een verband tussen lichamelijke klachten en (psychische) stress nauwelijks nog getwijfeld. Het ligt daarom voor de hand dat ook naarstig wordt gezocht naar een verband tussen stress-verschijnselen en afwijkingen in de mond en het hoofd-halsgebied.

Op basis van onderzoek, met overigens nogal wat methodologische onvolkomenheden, worden verbanden gelegd tussen stress-verschijnselen en kaakgewrichtsklachten, het ontstaan van aften (berucht pijnlijke kleine zweertjes onder meer op de wangslijmvliezen) en afwijkingen op het tandvlees en kaakbot, de zogenoemde parodontale afwijkingen. Men wijst daarbij op zowel directe als indirecte effecten van deze verschijnselen op de mondgezondheid. Mensen zouden onder stress eerder hun mondhygiëne verwaarlozen waardoor minder plaque wordt verwijderd en eerder tandbederf en tandvleesafwijkingen ontstaan. Roken kan worden uitgelegd als een andere gedragsreactie van stress en er is weinig twijfel meer dat roken een duidelijke risicofactor is voor het ontstaan van parodontale afwijkingen. Ten slotte wordt ook gewezen op de schadelijke effecten op het gebit van stressachtige gewoonten als nagelbijten, knarsen of klemmen van de kaken.

Veel is er al gespeculeerd over het directe effect van stress op de mondgezondheid zonder dat de empirische ondersteuning duidelijk is. Zo zou onder meer stress, doordat er een verminderde bloedtoevoer naar de mondweefsels optreedt, consequenties hebben voor de gezondheid van het tandvlees en het kaakbot. Verder is bekend dat onder de invloed van stress een reductie in de speekselvloed optreedt hetgeen kan resulteren in een grotere aanwezigheid van plaque. Bij patiënten met een bepaalde ernstige parodontale afwijking is een hogere hormoonuitscheiding vastgesteld dan bij mensen die deze afwijking niet hebben. Ook stoffen als adrenaline en noradrenaline, in verhoogde mate aanwezig in het lichaam onder stress, schijnen bij te dragen tot een ongezondere toestand van het tandvlees en het kaakbot. Voorts zijn er aanwijzingen dat de manier waarop ons immuunsysteem met stressvolle gebeurtenissen omgaat invloed heeft op de plotselinge verergering van parodontale ziekten.

Onlangs verschenen er, in twee edities van een bekend internationaal tandheelkundig tijdschrift, artikelen waar expliciet werd ingegaan op het mogelijke verband tussen stress gerelateerde verschijnselen en het optreden van parodontale afwijkingen. Duitse auteurs vergeleken de gebitstoestand van 26 medische studenten die een zwaar examen moesten afleggen met hetzelfde aantal geneeskundestudenten die in dezelfde studieperiode geen examen hoefden te doen. Zonder in te gaan op de opzet van dit onderzoek bleek dat de gebitsgezondheid van de examenstudenten direct na het afleggen van het examen significant slechter was dan die van de controlegroep. Bij de eerste groep werd aanzienlijk meer plaque, bloeding en tandvleesontsteking aangetroffen.

De auteurs speculeren over de mogelijke verklaringen. Veel van de hierboven genoemde constatering worden in de discussie van het artikel genoemd als mogelijke oorzaak van de verslechterde gebitsgezondheid.

In het andere, zeer zorgvuldig uitgevoerde, onderzoek vergeleken Zweedse onderzoekers twee groepen patiënten tussen de 35 en 55 jaar van wie de eerste groep goed reageerde op parodontale behandelen en de andere groep niet. De patiënten werden geselecteerd uit 1.400 dossiers van mensen die de afgelopen jaren op de universiteit van Lund in de afdeling Parodontologie waren behandeld. Beide groepen verschilden niet voor wat betreft de ernst van de parodontale afwijking en hadden vergelijkbare soorten behandelingen gekregen. Verder kwamen de groepen, als het ging om de samenstelling, in hoge mate met elkaar overeen.

Met behulp van zowel interviews als allerlei testen werden lichamelijke als psychologische factoren verkregen. Deze gegevens werden vergeleken met de klinische gegevens. Nu bleek dat er aanwijzingen waren dat bij de patiënten, in de groep die niet goed reageerde op behandeling, meer indicatoren van stress - traumatische ervaringen, slaapproblemen, problemen bij het werk, enz. - werden geconstateerd dan bij de andere groep. Bovendien leken de personen in de eerste groep op een andere manier met stressvolle gebeurtenissen om te gaan dan de patiënten uit de andere groep. Daarnaast leek de eerste groep in het algemeen wat angstiger voor tandheelkundige behandelingen en rapporteerde meer pijn tijdens de behandelingen.

De Zweedse onderzoekers stellen vast dat wanneer parodontologen uitspraken doen over de prognose van grote parodontale ingrepen bij hun patiënten, zij inzicht moeten hebben in stressvolle gebeurtenissen, die een rol kunnen spelen bij het succes van de behandeling. Volgens hen zijn er zeker redenen om psychische factoren bij de diagnostiek van de afwijkingen aan het tandvlees en het kaakbot te betrekken.

Bovengenoemde artikelen verschenen in The Journal of Clinical Periodontology 1998; 25. Dank is verschuldigd aan drs. R.C. Gorter, sociaal-psycholoog, ACTA, vakgroep Sociale Tandheelkunde en Voorlichtingskunde voor zijn commentaar.