Eliteschool?

Zou jij je kind naar het Barlaeus sturen nu je dit hebt gezien? De vraag werd me gesteld door mijn stiefdochter, die er vorig jaar eindexamen deed. Aanleiding was de dinsdag door de Vara uitgezonden documentaire De eliteschool over het Amsterdamse gymnasium, gemaakt door Hans Polak. “Als het een intelligent, leergierig kind was, zou ik graag willen dat het naar een categoriaal gymnasium kon. Maar afgaande op die documentaire liever niet naar het Barlaeus”, antwoordde ik.

Zij boos. Bij mij had de uitzending tegenstrijdige gevoelens opgeroepen. Een prachtschool, maar wat een verwaande types. De titel van de documentaire was al dubbelzinnig. Het begrip eliteschool bevestigt het vooroordeel dat het gymnasium alleen toegankelijk zou zijn voor rijkeluiskinderen, terwijl dat grote onzin is. Leraar na leraar benadrukte dat elk begaafd kind, ongeacht afkomst, bijzonder welkom is. Aan de andere kant kreeg ik de indruk dat de 'Barlaeanen' zichzelf wel degelijk als een soort keurkorps beschouwen en de begrippen elite en kwaliteit door elkaar halen. Uit de lessen oude talen, geschiedenis en Engels die we te zien kregen, uit het optreden van het schoolorkest en uit de jaarlijkse theaterproductie bleek dat er hard wordt gewerkt aan de intellectuele en culturele vorming van de leerlingen. Maar gelukkig is dergelijk hoogwaardig onderwijs allang geen exclusief voorrecht meer van de elite.

Als kwaliteit gelijk wordt gesteld met elitair, dan kan onderwijs wat mij betreft niet elitair genoeg zijn. Op elk niveau moet het streven erop gericht zijn het beste in leerlingen naar boven halen, of het nu een Mavo, een Havo een Athenaeum, gymnasium of universiteit geldt. Ik ben het dan ook van harte eens met prof. Hans Adriaansen die zich in HP/De Tijd verweert tegen het verwijt dat zijn deze week in Utrecht geopende University College voor briljante studenten 'een on-Nederlands elitair karakter' heeft. “Elitair mag de opleiding best genoemd worden”, vindt hij, “als het erom gaat dat de studenten beter gemotiveerd zijn en meer in huis hebben dan andere studenten. Dat is juist de bedoeling.” Soortgelijke teksten vielen dinsdagavond te beluisteren uit de monden van Barlaeus-docenten. Een docent Grieks vertelde hoe prettig het is om te werken met leerlingen die enige bagage hebben, interesses koesteren, dingen leuk vinden.

In zijn film over het Barlaeus volgde Polak een aantal vierdeklassers gedurende een jaar en ik zal niet de enige kijker geweest zijn die een vergelijking trok met de tv-documentaire 4 Havo, een klas apart uit 1992, opgenomen op de Openbare scholengemeenschap West-Friesland in Hoorn. Wie mag kiezen tussen de twee scholen, hoeft niet lang te aarzelen. In de Havo-klas varieerde de leeftijd, als gevolg van het vele zittenblijven, van 15 tot 18 jaar wat de samenhang niet bevorderde. De desinteresse en het gebrek aan motivatie van de meeste leerlingen deed een leraar verzuchten dat aan de 'latente sabotage en het verzet door traagheid' van de gemiddelde 4 Havo-er niets te doen valt. Tegelijkertijd gaven de Havo-docenten weinig blijk van enthousiasme voor hun vak en dat is precies het verschil met het Barlaeus. Als we de televisiebeelden mogen geloven - en ik geloof ze omdat ik de school een beetje ken - lopen daar docenten rond met als belangrijkste kwaliteit dat ze hun vak serieus nemen en liefdevol datgene overbrengen waar ze het meest verstand van hebben. Niet voor niets hingen de leerlingen van classicus Rob de Jong tijdens diens les aan zijn lippen.

Zou er voor zo iemand nog wel plaats zijn in het 'studiehuismodel'? Ik vrees van niet, want het studiehuis is bedacht om kinderen met behulp van oppervlakkige vaardigheden te 'leren leren'. Dat biedt nog maar weinig ruimte aan 'ouderwetse' kennisoverdracht. Voor de bevlogen leraar die leerlingen voor de rest van hun leven inspireert en vormt, lijkt binnenkort geen emplooi meer te zijn. De bedoeling achter deze omstreden onderwijsvernieuwing, is dat scholieren op efficiënte wijze worden klaargestoomd voor een vervolgstudie die opleidt voor het bedrijfsleven. Uit de toespraken afgelopen maandag bij de opening van het academisch jaar kwam naar voren hoezeer dat bedrijfsleven al greep heeft op de steeds doelmatiger universitaire studies.

Zo'n Barlaeus-gymnasium met zijn nadruk op wat in de ogen van technocratische onderwijsvernieuwers zinloze kennis is, druist zo bezien weldadig in tegen de tijdgeest. In plaats van op te leiden voor bedrijfskunde, management of informatica wordt er in de breedste zin cultuur overgedragen, ook al is het 'nut' daarvan niet direct aanwijsbaar. “Als onze leerlingen werkloos worden, hoeven ze zich niet te vervelen omdat ze geleerd hebben van lezen te houden”, zei een geschiedenislerares. Dat lijkt me wijsheid: iemand die graag leest, van schoonheid kan genieten en over een brede belangstelling beschikt, kan een cursus management altijd nog wel aan, terwijl het omgekeerde minder voor de hand ligt.

Het klassieke gymnasium leidt niet alleen op voor het diploma maar ook voor het leven: non scholae sed vitae discimus. Dat is ook de doelstelling van het Barlaeus, vertelde een docente Nederlands. En hoe prijzenswaardig ik dat ook vind, juist op dit punt werd mijn weerzin gewekt. In de documentaire leek het er namelijk op dat op het Barlaeus het leven wordt voorgesteld als een warm bad vol gelijkgezinden of 'een eiland van Barlaeanen', zoals iemand het formuleerde.Op dat eiland is maar weinig plaats voor anderen. Afgezien van een enkeling waren de gefilmde scholieren mij wat al te ingenomen met zichzelf en hun bestaan. Wat in alle toonaarden ontbrak, zowel bij leerlingen als leraren, was iets dat ook een toetssteen is voor kwaliteit, namelijk kritische zin. Niemand die Hans Polak te woord stond, toonde ook maar een spoortje van kritiek, zelfreflectie of twijfel. De zelfgenoegzaamheid droop van de gymnasiasten en hun leermeesters af. Het maakte geen elitaire, maar een sektarische indruk en zoals bekend kan het een leven lang duren om van een sekte los te komen.