'Elf gronden om de president af te zetten'

Het rapport van aanklager Kenneth Starr omvat 445 pagina's. Daarin doet hij verslag van zijn onderzoek naar de affaire-Lewinsky - inclusief hoorzittingen met getuigen - en geeft hij aan waarom er in zijn ogen voldoende gronden zijn voor afzetting van de president. Of het zover komt, beslist niet hij, maar het Congres. Het rapport - dat de status heeft van een aanklacht, waarover de verdediging niet is gehoord - omvat drie delen: een introductie, een uitvoerig en chronologisch verslag van de verhouding van Clinton en Monica Lewinsky, en een opsomming van aanklachten op basis waarvan het Congres kan besluiten tot impeachment. Hieronder de belangrijkste passages uit het rapport, te beginnen met het laatste deel: de mogelijke gronden voor afzetting.

Er is substantiële en geloofwaardige informatie voorhanden om te concluderen dat afzetting van de president mogelijk is op 11 gronden:

1. President Clinton heeft onder ede gelogen in zijn civiele proces toen hij het bestaan ontkende van een seksuele affaire, een seksuele relatie of seksuele betrekkingen met Monica Lewinsky.

2. President Clinton heeft tegenover de grand jury onder ede gelogen over zijn seksuele relatie met mevrouw Lewinsky.

3. In zijn civielrechtelijke verklaring heeft president Clinton, teneinde zijn onware uitspraak over de seksuele verhouding te beargumenteren, onder ede gelogen over het feit dat hij met mevrouw Lewinsky alleen is geweest en over de talrijke geschenken die tussen mevrouw Lewinksy en hem zijn uitgewisseld.

4. President Clinton heeft in zijn schriftelijke verklaring in zijn civiele proces onder ede gelogen aangaande zijn gesprekken met mevrouw Lewinsky over haar betrokkenheid bij de zaak-Jones.

5. Tijdens het proces-Jones heeft de president de rechtsgang belemmerd en had hij een afspraak met mevrouw Lewinsky om getweeën de waarheid omtrent hun verhouding verborgen te houden door geschenken die de raadslieden van mevrouw Jones hadden gevorderd, achter te houden.

6. Tijdens het proces-Jones heeft de president de rechtsgang belemmerd en had hij een afspraak met mevrouw Lewinsky om getweeën de waarheid omtrent hun verhouding voor het gerecht te verzwijgen volgens een plan dat de volgende elementen omvatte:

- zowel de president als mevrouw Lewinsky had besloten in de zaak-Jones onder ede te liegen over hun seksuele verhouding;

- de president heeft mevrouw Lewinsky voorgesteld dat zij een beëdigde verklaring zou opstellen die, ten gunste van de president, haar getuigenis onder ede op schrift zou memoreren, en die zou kunnen dienen om ondervragingen van hen beiden over hun verhouding te voorkomen;

- mevrouw Lewinsky heeft deze valse verklaring ondertekend en aan de rechtbank overhandigd;

- de president heeft genoemde valse verklaring van mevrouw Lewinsky tijdens zijn getuigenis gebruikt om te vermijden dat hem vragen over mevrouw Lewinsky zouden worden gesteld, en

- toen dat mislukte, heeft de president in zijn civielrechtelijke verklaring onder ede gelogen over de verhouding met mevrouw Lewinsky.

7. President Clinton heeft gepoogd de rechtsgang te belemmeren door mevrouw Lewinsky te helpen een betrekking in New York te krijgen in een periode waarin ze een voor hem nadelige getuige zou zijn geweest als ze in de zaak-Jones de waarheid had verteld.

8. President Clinton heeft in zijn civielrechtelijke verklaring onder ede gelogen over zijn gesprekken met Vernon Jordan betreffende mevrouw Lewinsky's betrokkenheid bij de zaak-Jones.

9. De president heeft op ongeoorloofde wijze een potentiële getuige beïnvloed door zijn pogingen de getuigenverklaring van zijn secretaresse, Betty Currie, te oneigenlijk te beïnvloeden in de dagen na zijn civielrechtelijke verklaring.

10. President Clinton heeft getracht de rechtsgang te belemmeren tijdens het gerechtelijk onderzoek doordat hij gedurende zeven maanden weigerde te getuigen en tegen medewerkers van het Witte Huis loog, wetende dat zij de onware uitspraken van de president zouden overbrengen aan de grand jury - en heeft zodoende deze geheime onderzoekskamer bedrogen, obstructie gepleegd en het onderzoek belemmerd.

11. President Clinton heeft zijn constitutioneel gezag misbruikt door:

- in januari 1998 in het openbaar en tegenover het Congres te liegen over zijn verhouding met mevrouw Lewinsky;

- destijds zijn volle medewerking te beloven aan het gerechtelijke onderzoek;

- later zes uitnodigingen om vrijwillig voor de onderzoekskamer te getuigen af te slaan;

- zich te beroepen op het presidentiële zwijgrecht (executive privilege);

- in augustus 1998 te liegen tegen de grand jury, en

- op 17 augustus 1998 opnieuw in het openbaar en tegenover het Congres te liegen, dit alles in het kader van zijn poging een mogelijk onderzoek door het Congres der Verenigde Staten te hinderen, te belemmeren en af te wenden.

Monica Lewinsky getuigde onder ede voor de grand jury dat ze vanaf november 1995, toen ze als 22-jarige stagiaire in het Witte Huis werkte, een lange relatie met de president had, die substantiële seksuele activiteiten behelsde. Ze getuigde in detail over de tijden, data en aard van de seksuele activiteiten, die soms ook genitaal contact behelsden. (...)

Tien incidenten zijn hier opgesomd omdat ze noodzakelijk zijn om vast te stellen of de president loog onder ede, zowel bij zijn getuigenis in de civiele zaak (de zaak Paula Jones, -red.), waarin hij elke seksuele relatie ontkende, als in zijn getuigenis voor de Grand Jury, waarin hij een “ongepast intiem contact” erkende, maar elk seksueel contact met mevrouw Lewinsky's borsten of genitaliën ontkende. (...)

Helaas maakt de aard van de ontkenningen van de president het nodig dat het bewijs tot in details uiteen wordt gezet. Als de president in zijn verschijning voor de Grand Jury, de seksuele activiteiten had toegegeven zoals die door mevrouw Lewinsky werden beschreven, en had toegegeven dat hij had gelogen onder ede in een civiele zaak (de Paula Jones-zaak, red.), dan waren deze beschrijvingen overbodig geweest.

Volgens mevrouw Lewinksky hadden zij en de president tien seksuele ontmoetingen, acht terwijl ze werkte op het Witte Huis en twee daarna. De seksuele ontmoetingen hadden in de regel plaats in of bij de werkkamer van het Oval Office - meestal in een gang zonder ramen buiten de werkkamer. Tijdens hun seksuele ontmoetingen leunde de president tegen de deuropening van de badkamer tegenover de werkkamer, waardoor, zo vertelde hij mevrouw Lewinsky, zijn pijnlijke rug werd ontzien.

Mevrouw Lewinsky getuigde dat de fysieke relatie met de president orale seks inhield, maar geen seksuele gemeenschap. Volgens mevrouw Lewinsky bedreef zij orale seks met hem, maar hij nooit met haar. Aanvankelijk, volgens mevrouw Lewinsky, stond de president niet toe dat de orale seks werd voltooid. Naar mevrouw Lewinsky begreep had zijn weigering te maken met “vertrouwen” en het feit dat hij “mij niet goed genoeg kende”. Tijdens de twee laatste seksuele ontmoetingen, beide in 1997, ejaculeerde hij.

Volgens mevrouw Lewinsky bedreef ze negen maal orale seks met de president. Bij al deze negen gelegenheden betastte en kustte de president haar blote borsten. Hij beroerde haar genitaliën, zowel door haar ondergoed heen, als direct, en bracht haar bij twee gelegenheden tot een orgasme. In een geval bracht de president een sigaar in haar vagina in. Bij een andere gelegenheid hadden zij en de president kortstondig wederzijds genitaal contact.

Terwijl de relatie zich ontwikkelde, begon mevrouw Lewinsky zich emotioneel aan president Clinton te hechten. (...) Mevrouw Lewinsky vertelde hem van haar gevoelens. Nu en dan geloofde ze dat hij ook van haar hield. Er was fysieke genegenheid: “Veel geknuffel, soms handen vasthouden. Hij veegde altijd het haar uit mijn gezicht.” (...) Volgens mevrouw Lewinsky's vriendin Neysa Erbland zou president Clinton mevrouw Lewinsky ooit hebben toevertrouwd dat hij niet wist of hij getrouwd zou blijven nadat hij het Witte Huis zou hebben verlaten. (...)

Mevrouw Lewinsky en de president wisselden veel geschenken uit. Naar haar inschatting gaf zij hem ongeveer dertig cadeaus en hij haar ongeveer achttien. (...) De meeste van de ongeveer dertig geschenken die ze de president gaf, hadden te maken met zijn interesse in geschiedenis, antiek, sigaren en kikkers. (...)

Volgens mevrouw Lewinsky beklemtoonde de president vanaf begin af aan het belang om de verhouding geheim te houden. In haar geschreven verklaring schreef mevrouw Lewinsky dat “de president mevrouw Lewinsky zei de relatie te ontkennen als ernaar werd gevraagd. Hij zei in grote lijnen dat, als twee betrokkenen ontkennen dat er iets is gebeurd, er niets is gebeurd.”

(...) Uit bezorgdheid gezien te worden, vonden de seksuele ontmoetingen meestal in een gang zonder ramen buiten de werkkamer plaats. Volgens mevrouw Lewinsky was de president bezorgd gezien te worden door de ramen van het Witte Huis. Mevrouw Lewinsky getuigde dat op 28 december 1997 “toen ik mijn kerstkusje kreeg” in de deuropening van de werkkamer, de president “uit het raam keek, met zijn ogen wijd open, en ik toen woedend werd omdat het niet erg romantisch was”. Hij antwoordde: “Ik keen alleen om te zien of er niemand toekeek.” (...)

Mevrouw Lewinsky getuigde dat woensdag 15 november 1995 (...) het begin van haar seksuele relatie met de president markeerde. (...) Volgens mevrouw Lewinsky hadden zij en de president oogcontact toen hij in de westelijke vleugel kwam om de heer Panetta en Harold Ickes te zien, en later tijdens een informeel verjaardagsfeestje voor Jennifer Palmieri, speciale assistente van zijn kabinetschef. Op een bepaald moment spraken mevrouw Lewinsky en de president alleen in het kantoor van de kabinetschef. Tijdens het flirten met hem trok ze haar jasje op haar rug omhoog en toonde hem de bandjes van haar jarretel. (...)

Ongeveer om tien uur 's avonds, in mevrouw Lewinsky's herinnering, was ze alleen in het kantoor van de kabinetschef en de president kwam er aan. Hij nodigde haar uit binnen een paar minuten naar het kantoor van meneer Stephanopoulos te komen, en zij stemde toe.

Volgens mevrouw Lewinsky kusten zij en de president elkaar. Ze deed haar jasje uit; ze maakte haar bh los of trok die omhoog; hij betastte haar borsten met zijn handen en mond. Mevrouw Lewinksy getuigde: “Ik geloof dat hij een telefoontje aannam ... en we gingen van de gang naar het kantoortje daarachter ... Hij stak zijn hand in mijn broekje en stimuleerde me in de genitale zone (Mevouw Lewinsky dacht dat de beller een afgevaardigde of senator was). Zij bedreef orale seks met hem. Hij maakte het gesprek af en zei, een moment later, tegen mevrouw Lewinsky op te houden. In haar herinnering: “Ik vertelde hem dat ik ... het wilde afmaken. Hij zei dat hij wilde wachten tot hij me meer vertrouwde. Ik dacht dat hij een grap maakte ... dat hij er lang van verstoken was geweest.” (...)

Volgens mevrouw Lewinsky beëindigde de president de relatie (slechts tijdelijk, zo bleek later) op maandag 19 februari 1996. (...) De president vertelde haar dat hij niet langer een goed gevoel had over hun intieme relatie. (...) Na de breuk, volgens mevrouw Lewinsky, “bleef er een soort flirten ... als we elkaar zagen.”

Op zondag 31 maart 1996, volgens mevrouw Lewinsky, hervatten zij en de president hun seksuele contact. (...) In de hal van het studeervertrek kusten de president en mevrouw Lewinsky. Bij deze gelegenheid, volgens mevrouw Lewinsky, “richtte hij zich nogal exclusief op mij”, haar blote borsten kussend en haar genitaliën strelend. Op een gegeven moment stak de president een sigaar in haar vagina, waarna hij de sigaar in zijn mond stak en zei: “Het smaakt goed.” (...)

Toen personeel van het Witte Huis en van de geheime dienst opmerkingen begonnen te maken over de frequente aanwezigheid van mevrouw Lewinsky in de westelijke vleugel, besloot een assistent van de kabinetschef haar over te plaatsen van het Witte Huis naar het Pentagon. Op 7 april vertelde mevrouw Lewinsky de president over haar overplaatsing. Hij beloofde haar terug te halen na de verkiezingen (...) De meeste mensen dachten dat de voornaamste reden voor mevrouw Lewinsky's overplaatsing haar gewoonte was om bij het Oval Office en de westvleugel rond te hangen. (...)

Mevrouw Lewinsky getuigde dat de president haar vrijdag 12 april 1996 thuis opbelde. Ze praatten ongeveer twintig minuten. Volgens mevrouw Lewinsky zei de president dat hij was nagegaan waarom ze was overgeplaatst. “Hij wist dat Evelyn Lieberman (de assistent van de kabinetschef) de overplaatsing had geregeld, en dat ze dacht dat hij teveel aandacht aan haar besteedde, en dat ik te veel aandacht aan hem besteedde, en dat het haar weinig kon schelen wat er na de verkiezingen gebeurde, maar dat we vóór de verkiezingen voorzichtig moesten zijn.” (...)

Nadat mevrouw Lewinsky aan haar nieuwe baan in het Pentagon was begonnen, op 16 april 1996, had ze de rest van het jaar geen fysiek contact meer met de president. Zij en de president spraken elkaar over de telefoon (en hadden telefoonseks), maar zagen elkaar alleen bij publieke gelegenheden. Mevrouw Lewinsky raakte gefrustreerd toen de president haar na de verkiezingen niet naar het Witte Huis terughaalde. (...)

In 1997 hadden president Clinton en mevrouw Lewinsky opnieuw privé-ontmoetingen, nu gearrangeerd door Betty Currie, de secretaresse van de president. (...) Mevrouw Currie gaf toe dat ze soms alleen naar het Witte Huis kwam om ervoor te zorgen dat mevrouw Lewinsky werd binnengelaten. Agenten van de geheime dienst viel mevrouw Currie's rol op. Officier Steven Pape zag een keer dat mevrouw Currie alleen in het Witte Huis aanwezig was zolang mevrouw Lewinsky daar was, en daarna vertrok. Soms, als ze een officier in de lobby van de westelijke vleugel er attent op maakte dat mevrouw Lewinsky in aantocht was, zei mevrouw Currie: “En je weet wie dat is.”(...)

Mevrouw Currie getuigde dat ze probeerde te vermijden details van de verhouding tussen de president en mevrouw Lewinsky te horen. Bij één gelegenheid zei mevrouw Lewinsky over haarzelf en de president: “Zo lang niemand ons ziet - en niemand ziet ons - is er niks gebeurd.” Mevrouw Currie antwoordde: “Ik wil het niet horen. Zeg niets meer. Ik wil er niets meer over horen.” (...) Mevrouw Currie hielp de relatie geheim te houden.

Volgens mevrouw Lewinsky hadden zij en de president een seksuele ontmoeting tijdens de opname van een radiospeech op donderdag 28 februari, de eerste in bijna elf maanden. (...) In een marineblauwe jurk van Gap (een winkelketen, red.) was ze aanwezig bij de opname van de speech en liet ze haar foto nemen met de president. (...) Als een verlaat kerstgeschenk gaf hij haar een hoedenpin en een bijzondere editie van Walt Whitman's 'Leaves of Grass'. (...) Mevrouw Lewinsky getuigde dat, nadat de president haar de geschenken gaf, ze een seksuele ontmoeting hadden (...) Voor het eerst voltooide ze de orale seks. Toen mevrouw Lewinsky haar marineblauwe jurk van Gap later uit haar klerenkast haalde, zag ze vlekken rond de heupen en op de borst. Uit laboratoriumproeven van de FBI bleek het om sperma van de president te gaan. (...)

Volgens mevrouw Lewinsky had ze haar, naar achteraf bleek, laatste seksuele ontmoeting met de president op zaterdag 29 maart 1997. (...) Met de verkiezingen van 1996 achter de rug bleef mevrouw Lewinsky aandringen op een baantje binnen het Witte Huis. (...) In haar herinnering antwoordde de president dat verschillende stafleden ermee bezig waren (...) Mevrouw Lewinsky begon zich af te vragen of ze aan het lijntje werd gehouden. (...)

Toen er aanwijzingen kwamen dat mevrouw Lewinsky indiscreet was geweest, beëindigde president Clinton in mei 1997 de seksuele relatie. (...) Volgens mevrouw Lewinsky legde de president haar uit dat de intieme relatie moest eindigen. Eerder in zijn huwelijk, zo vertelde hij, had hij honderden affaires gehad; maar sinds hij veertig werd, deed hij zijn best om trouw te blijven. (...) Mevrouw Lewinsky, huilend, probeerde hem over te halen de seksuele relatie niet te beëindigen, maar hij was niet te vermurwen, toen en later niet. (...) Hoewel mevrouw Lewinsky probeerde terug te keren naar het Witte Huis en haar seksuele verhouding met de president nieuwe leven probeerde in te blazen, slaagde ze in geen van beide doelen. (...)

“Bijzonder gefrustreerd” over haar onvermogen om in contact te komen met de president om over haar werksituatie te praten, schreef mevrouw Lewinsky hem een gemene brief op 3 juli 1997. Onder de opening 'Dear Sir' riep de brief de president ter verantwoording voor het feit dat hij zijn belofte had gebroken haar een nieuwe baan bij het Witte Huis te bezorgen. Mevrouw Lewinsky dreigde hem verhuld een boekje open te doen over hun verhouding. Als ze geen werk kreeg bij het Witte Huis, schreef ze, moest ze “haar ouders precies uitleggen waarom dat niet het geval was.” (...) Mevrouw Lewinsky noemde ook de mogelijkheid van een baan buiten Washington. Als terugkeer naar het Witte Huis onmogelijk was, vroeg ze in de brief, kon ze dan geen baan bij de Verenigde Naties in New York krijgen? (...)

Op vrijdag 4 juli 1997 had mevrouw Lewinsky een onderhoud met de president dat ze als “zeer emotioneel” omschreef. (...) De ontmoeting begon vijandig, de president gaf haar een uitbrander: “Het is verboden de president van de Verenigde Staten te bedreigen”. (...) Mevrouw Lewinsky begon te huilen, en de president omhelste haar. (...) De president was “meer liefdevol dat hij ooit was geweest”. Hij streelde haar arm, speelde met haar haar, kuste haar in haar nek, prees haar intellect en schoonheid. (...) Mevrouw Lewinsky getuigde dat ze “die dag emotioneel verpletterd vertrok” omdat “ik gewoon wist dat hij verliefd op mij was”. (...)

Vlak voor haar vertrek, volgens mevrouw Lewinsky (...) vertelde ze hem dat ze had gehoord dat Newsweek werkte aan een artikel over Kathleen Willey, een voormalige vrijwilliger van het Witte Huis, die claimde dat de president haar seksueel had lastiggevallen tijdens een persoonlijk gesprek in het Oval Office op 23 november 1993 (...) De president zei dat het belachelijk was omdat hij nooit vrouwen met kleine borsten, zoals mevrouw Willey, zou benaderen. (...)

Op 6 oktober 1997, volgens mevrouw Lewinsky, kreeg ze te horen dat ze nooit meer op het Witte Huis zou werken. Mevrouw Tripp vertelde het nieuws, dat ze had gehoord van een vriendin op het Witte Huis. (...) De president bood haar een positie bij de Verenigde Naties in New York aan. Na aanvankelijk enthousiasme, begon het idee mevrouw Lewinsky tegen te staan en drong ze er bij de president op aan haar een baan te geven in het bedrijfsleven. (...)

Volgens mevrouw Lewinsky telefoneerde de president haar rond twee uur 's nachts op 10 oktober. Ze maakten anderhaf uur ruzie. “Hij werd zo boos op mij, dat hij paars moet zijn aangelopen”, herinnerde ze zich. De president zou volgens mevrouw Lewinsky hebben gezegd: “Ik zou nooit iets met je zijn begonnen als ik vooraf had geweten wat voor een persoon je werkelijk bent.” (..)Toen het gesprek op haar banenjacht terecht kwam, klaagde mevrouw Lewinsky dat de president niet genoeg had gedaan om haar te helpen. (...) Mevrouw Lewinsky deelde hem mee dat ze een baan in New York wilde vòòr eind oktober, en de president beloofde te doen wat hij kon. (...)

Op 16 oktober stuurde mevrouw Lewinsky de president een pakket met een “lijstje wensen”, zoals ze het noemde, betreffende de soorten baantjes waarin ze geïnteresseerd was in New York. (...) Ze noemde vijf public relations-bedrijven waar ze wilde werken. (...)

In de herfst van 1997 vroeg mevrouw Currie aan John Podesta, een assistent van de kabinetschef, mevrouw Lewinsky te helpen een baan te vinden in New York. De heer Podesta getuigde dat hij tijdens een presidentiële rondreis door Latijns Amerika VN-ambassadeur Bill Richardson aan boord van de Air Force One vroeg om een baan bij de VN voor een voormalige stagiair van het Witte Huis. (...) Volgens zijn assistent besloot ambassadeur Richardson haar aan te nemen. (...) Drie weken later, op 24 november, belde mevrouw Lewinsky mevrouw Sutphen (de assistent, -red.) en vroeg meer bedenktijd omdat ze wilde nadenken over mogelijkheden in het bedrijfsleven. (...) Op 5 januari 1998 sloeg mevrouw Lewinsky de baan af. (...)

Medio oktober had de president besloten Vernon Jordan bij de banenjacht te betrekken. (...) Om tien voor negen 's ochtends op 5 november sprak de heer Jordan de president vijf minuten over de telefoon. Later die ochtend hadden de heer Jordan en mevrouw Lewinsky een onderhoud van twintig minuten. (...) De heer Jordan zei dat hij met de president over haar had gesproken en dat hij haar “ten zeerste aanbeval”. Wat haar banenjacht betreft, zei de heer Jordan: “Wij gaan zaken doen.” (...)

Op 13 november ontmoette mevrouw Lewinksy de president heel kort in zijn privé-studeerkamer terwijl president Ernesto Zedillo van Mexico op bezoek was. Later noemde ze dat in een e-mail een “hysterische escapade”. (...) Ze toonde hem een e-mail waarin ze de effecten beschreef van het kauwen van perpermunt van Altoid bij het uitvoeren van orale seks. Ze kauwde op dat moment Altoid pepermunt, maar de president antwoordde dat hij niet genoeg tijd had voor orale seks. Ze kusten en de president spoedde zich naar het staatsdiner met president Zedillo. (...) Hierna slaagde ze er niet meer in de president te zien te krijgen tot de eerste week van december. (...)

Op vrijdag 5 december faxten de raadslieden van Paula Jones een lijst van hun potentiële getuigen - inclusief mevrouw Lewinsky - naar de raadslieden van de president. De volgende dag ontmoette president Clinton mevrouw Lewinsky om met haar te praten over de zaak-Jones met zijn raadslieden en de assistent-raadsman van het Witte Huis Bruce Lindsey. Een paar dagen later ontmoette mevrouw Lewinsky de heer Jordan in zijn kantoor en regelde hij sollicitatiegesprekken voor haar bij drie bedrijven. Midden in de nacht op 17 december belde de president om te zeggen dat ze op de lijst van getuigen stond en wellicht onder ede moest getuigen in de zaak-Jones. (...)

Mevrouw Lewinsky kreeg haar dagvaarding in de zaak-Jones op vrijdag 19 december. (...) Op zondag 28 december ontmoette de president mevrouw Lewinsky, die bezorgd was over het feit dat in de dagvaarding de geschenken werden opgeëist die hij haar had gegeven. (...) Een paar uur na haar bezoek reed mevrouw Currie naar het appartement van Lewinsky in het Watergate-complex en nam een doos in ontvangst met de geschenken van de president. Mevrouw Currie nam die doos mee naar huis en verborg hem onder haar bed. (...) Bovenop de doos stond geschreven: 'Asjeblieft, niet weggooien!'

Op 5 januari stelde haar advocaat, Francis Carter, een beëdigde verklaring op voor mevrouw Lewinsky. Op 6 januari sprak ze met de heer Jordan over de verklaring, waarin ze elke seksuele relatie tussen haar en de president ontkende. Op 7 januari tekende mevrouw Lewinsky de verklaring. (...)

Op de ochtend van 9 januari 1998 had mevrouw Lewinsky een gesprek met Allyn Seidman, senior vice-president van MFH, en twee individuen van Revlon. Het gesprek ging goed, aldus mevrouw Lewinsky, de heer Seidman belde haar terug en “bood haar informeel een baantje aan, dat ze informeel aanvaardde”. (...) De heer Jordan zegt dat hij mevrouw Currie en de president op de hoogte stelde zo snel hij dat hoorde. “Ik weet zeker dat ik op een bepaald moment tegen Betty Currie heb gezegd: “Mission accomplished.”