een studentenkamer

Door de combinatie van de stijgende kamerhuren en de dalende beurs voor uitwonenden, rekent de thuiswonende student zich tegenwoordig het rijkst. Tussen de thuis- en uitwonendenbasisbeurs zit een verschil van 300 gulden en dat dekt de kosten van een studentenkamer al lang niet meer. De komst van de OV-kaart heeft het 'nesthokken', zoals thuiswonen al wordt genoemd, verder in de hand gewerkt. Ook het nagenoeg verdwijnen van de aloude generatiekloof houdt studenten thuis. Moderne ouders 'zeuren' niet meer, ze plegen hoogstens 'onderhandelend overleg over het geluidsniveau van de audioapparatuur', en daar valt mee te leven.

De groep studenten die wel op kamers gaat, kan dezer dagen achteraan sluiten in de rij zoekenden. De woningnood in studentdichte steden zoals Amsterdam en Utrecht neemt iets af, maar blijft groot. De prijzen van kamers verschillen sterk per stad. De Nederlandse Woonbond constateerde enige tijd geleden dat Rotterdam de duurste kamers heeft. Particulieren in de havenstad vragen tussen 440 en 475 gulden, woningbouwverenigingen circa 380. Na Rotterdam volgen Maastricht en Amsterdam. Delft is de goedkoopste stad voor kamerhuurders, de gemiddelde prijs voor een eerstejaarskamer is 250 gulden per maand.

In september storten tienduizenden nieuwe studenten zich op de kamermarkt. Tot medio oktober geeft een groot deel zich over aan drank en hartverscheurende kalverliefde, om tegen november te constateren dat de studie toch niet heeft gebracht wat ervan werd verwacht. Nog voor kerst zitten ze om de tafel met ma en pa en in het nieuwe jaar worden ze gewoon wakker in hun eigen kamer in het ouderlijk huis, alsof ze nooit zijn weggeweest. Deze groep afhakers laat rond januari vaak de mooiste, net opgeknapte kamers achter. De een zijn studiecrisis is de ander zijn woongenot.

De hoogte van kamerhuur hangt meestal samen met de oppervlakte. De kwaliteit van de kamer (aanwezigheid van een wasbak, centrale verwarming) is in de praktijk nauwelijks af te lezen aan de huurprijs en voor veel studenten ook geen doorslaggevende factor. Met een puntensysteem - verkrijgbaar bij onder andere de Nederlandse Woonbond - is precies na te gaan of de prijs-kwaliteitverhouding van de kamer juist is. De uitslag zal voor veel kamers op de particuliere markt negatief uitvallen.

Huisjesmelkers bieden in advertenties vaak grote studentenkamers aan, soms zelfs zelfstandige etages, voor op het eerste gezicht weinig geld. De kwaliteit van de woonruimte mag dan bedroevend zijn, een veertigkoppige slemppartij op je 'eigen' etage doet veel houtrot vergeten. De verleiding is dus groot, maar meestal heeft een huisbaas een aantal financiële verrassingen.

De kale huur wordt bijvoorbeeld aangevuld met sleutelgeld of een onredelijke vergoeding van 'administratiekosten'. Voor dat laatste is alles meer dan vijftig gulden dubieus. Ook het begrip 'servicekosten' wordt dankbaar gebruikt om de huurprijs een beetje te verhogen. Officieel kan een huisbaas vaste servicekosten berekenen voor het gebruik van bijvoorbeeld een koelkast of meubels, en variabele kosten voor telefoongebruik of huisvuilafvoer. De huurder moet hiervan van te voren op de hoogte zijn.

Huisjesmelkers 'vergeten' dit soms en sommen later een willekeurig aantal 'services' op. Een veelgebruikte truc is het berekenen van servicekosten voor water en kabelaansluiting, terwijl het energiebedrijf die zaken al verrekent in de maandelijkse nota. Voor daadwerkelijke service is 40 tot 100 gulden per maand een redelijk bedrag bovenop de kale huur.

Een borgsom, waarmee de verhuurder na afloop van de overeenkomst eventuele schade aan de woonruimte kan verrekenen, mag eigenlijk niet hoger zijn dan een maand kale huur. Het is belangrijk altijd een kwitantie te vragen van de betaalde borg en aanwezige mankementen aan de kamer vast te leggen voor hij in gebruik wordt genomen.

Behalve met sleutelgeld, borgsommen en servicekosten, gaan sommige particuliere huisbazen graag creatief om met overnamekosten. Die mogen alleen worden gevraagd als iets daadwerkelijk in eigendom worden overgedragen. Nagelvaste zaken als een keukenblok of parket vallen onder de maandelijkse huur. Een student is niet verplicht zaken over te nemen, maar in de praktijk is het soms de enige manier om de woonruimte toegewezen te krijgen.

Niet-commerciële kamerbureaus huisvesten studenten op redelijk onderhouden kamers, onder goede voorwaarden en tegen een goede prijs. Die kan tot wel 100 gulden onder de totale huurprijs van een vergelijkbare kamer op de particuliere markt liggen. Een stichting voor studentenhuisvesting gaat uit van all in-huren. Een nadeel is de lange wachtlijst. In Amsterdam kan het 12 tot 24 maanden duren voor een student een kamer krijgt toegewezen. In studentensteden in het oosten van het land speelt dat probleem overigens veel minder.

Naast niet-commerciële zijn er kamerbureaus met winstoogmerk. Meestal betreft het bonafide bedrijven die goede afspraken maken met de huurders. De prijzen voor kamers liggen ietwat hoger dan bij stichtingen voor studentenhuisvesting, maar de wachtlijsten zijn doorgaans korter en de keuze is groter. Zelfs een kamer met ISDN-lijn, fax of satellietschotel kan worden geregeld. Zeer luxe kamers in de binnenstad, vaak in monumentale panden en deels gemeubileerd, kunnen tot 800 gulden per maand kosten, maar er zijn kamers in alle prijsklassen vanaf zo'n 450 gulden.

Vanaf 150 gulden per maand kan een student een slaapzaal van een voormalige kazerne, een verdieping in een ziekenhuis of een voormalig bankgebouw bewonen. Elke stad heeft stichtingen en bedrijven die huisvesting bieden in het kader van anti-kraak. De bewoning is altijd tijdelijk, want de betreffende panden staan op de lijst voor sloop of renovatie. Wie er geen bezwaar tegen heeft af en toe te verkassen, woont goedkoop en op unieke locaties.

Meer informatie in de folder 'Op Kamers' van de Nederlandse Woonbond. Kosten: 6,50 gulden inclusief verzendkosten. Te bestellen op nummer (020) 5 51 77 00. Het ministerie van VROM heeft de brochure 'Huur van kamers voor de huurder en de verhuurder'. Bestellen via (079) 3 44 94 49.