Een jongensdroom in het duingebied

Project: De Nollen van Rudi van de Wint. Uitsluitend op afspraak te bezichtigen, tel. (06) 515 06 043. Entree ƒ 15,- per persoon.

In een zestig meter lang onderaards gangenstelsel van corten-staal branden honderden waxinelichtjes. Ze zijn boven het hoofd langs de wanden bevestigd, zoals fakkels in een middeleeuws kasteel maar dan in verkleinde uitvoering. Vanaf de entree, die afgesloten wordt met een ijzeren hek van spijlen, leidt een gang naar een kleine overkoepelde ruimte. Hier splitst de stalen tunnel zich in tweeën. In de wand van deze hal is een boogvormige nis aangebracht, waarin een foto van een schilderij is geplaatst. Te zijner tijd zal het origineel hier zijn vaste plek krijgen.

Het schilderijtje toont een witte eivorm, half in het licht half en in de schaduw, zwevend in een donkere ruimte.

De gehele enscenering heeft veel weg van een kapel met een altaar ter verering van het schilderij. De titel liegt er ook niet om: Eidolon, idool. Volgens de maker, Rudi van de Wint (1942), betekent deze titel echter niet meer dan 'beeld'.

In 1981 kreeg Van de Wint de beschikking over een duingebied van veertien hectare, 'De Nollen' geheten. Hij verwijderde puin en afval, groef een gracht rondom en trok zich terug tussen de stuifduinen. Sindsdien werkt hij aan een steeds uitdijende verzameling bouwsels, bunker-schilderingen, sculpturen, theatraal aandoende installaties in bunkers en grote, onder het zand verscholen betonnen constructies die hij om wil toveren tot beschilderde licht-ruimtes. Om het Nollen-project voortgang te kunnen doen vinden, kende Aad Nuis in juli, vlak voor zijn vertrek als staatssecretaris van Cultuur, aan de Stichting De Nollen een subsidie van 500.000 gulden toe. Tot dusverre financierde Van de Wint zijn project uit sponsorbedragen en opdrachten. Een subsidie van een half miljoen gulden aan één kunstenaar is van een unieke orde van grootte - wat de staatssecretaris ertoe bracht hem aan Van de Wint te geven heeft hij nooit verduidelijkt.

Bovendien blijft het niet bij het geld van Nuis: naar verluidt zijn zowel de Mondriaan Stichting als het Fonds voor de Beeldende Kunst, Vormgeving en Bouwkunst van plan om hier nog subsidies aan toe te voegen.

Desgevraagd antwoordt Melle Daamen, directeur van de Mondriaan Stichting: “Dat bericht klopt ja. Althans, er is een positieve intentie, bij ons en bij het Fonds, maar de aanvraag is nog niet binnen. Het wachten is op de aanvraag van de Stichting De Nollen”. Over de hoogte van het bedrag wil Daamen nog geen uitspraak doen, het zal een 'substantieel' bedrag zijn 'maar niet zoveel als de half miljoen van Nuis'.

De Nollen is voor Van de Wint (1942) de verwezenlijking van een jongensdroom. Als kind groeide hij op in de nabijheid van een verwaarloosd duingebied bij Den Helder, vol met kleine bunkers en afval. Hij maakte schilderingen in de bunkers, vertelt hij, en hij ontwikkelde een gevoel voor de relatie tussen schilderkunst en de omringende ruimte.

Met het nieuw verworven geld wil Van de Wint het gangenstelsel uitbreiden en twee stalen koepels, waar de gangen naar toe leiden, voltooien. De stalen geraamtes van deze koepels zijn al klaar, ze zullen met riet worden gedekt. In de ene koepel komt een 'IJsproject', een lichte ruimte die contrasteert met de duisternis van het gangenstelsel, en in de andere een 'Prisma-project'. Ook zal een 'Schilderijenhuisje' worden gebouwd voor een permanent expositie van de schilderijen van Van de Wint.

Uiteindelijk zullen twee wandelingen moeten ontstaan, een bovengrondse en een ondergrondse, die alle onderdelen met elkaar verbinden en die de toeschouwer door het universum van Van de Wint leiden.

Licht, heelal en ruimte zijn steeds terugkerende motieven in het werk van Van de Wint. Het ovaalvormige Eidolon bijvoorbeeld vertoont 'opvallende overeenkomsten' met het beeld dat wetenschappers tegenwoordig hebben van 'de oudste structuren die ooit in het heelal zijn waargenomen', aldus een beschrijving van de Nollenstichting.

Van de Wint schildert dergelijke ovaalvormen, oplichtend in een duisternis, ook op grote formaten van drie bij vier meter. Deze oranje met zwarte schilderijen wil hij laten zien op zijn overzichtstentoonstelling in het Kröller-Müller Museum in het jaar 2000. Om het dramatisch effect te verhogen belicht hij het kosmische motief een felle fotolamp die deel is van het concept van het schilderij.

Zeven jaar geleden bezocht ik De Nollen voor het eerst. Ik raakte onder de indruk van de werkdrift van Van de Wint, al was een samenhang tussen de diverse objecten en projecten moeilijk te ontdekken, maar dat kon liggen aan het vroege stadium waarin het project verkeerde. Maar nu bij het weerzien, is er nog steeds geen samenhang waar te nemen. De vraag is of dit ligt aan de onvoltooidheid. Ik denk het niet. Eigenlijk heeft dit curieuze project nauwelijks artistieke waarde, het zit vol met effectbejag: de waxinelichtjes, de theatrale ensceneringen in de bunkers, de fotolamp. In beeldende zin is er tot nu toe weinig te zien dat overtuigt.

Het is mooi wanneer iemand het isolement opzoekt om te werken aan de realisering van een droom. Maar waarom aan dit persoonlijke decorum een dergelijke, exorbitant hoge subsidie, die in geen enkele verhouding staat tot overige subsidies, moet worden toegekend, is mij volslagen onduidelijk.