DNA-TECHNIEK HELPT BIJ RECONSTRUCTIE VAN CHAUCERS OERTEKST

Door de anatomische kenmerken of de genetische codes van verschillende organismen met elkaar te vergelijken, kunnen evolutiebiologen van die organismen de onderlinge afstamming vaststellen. Tegenwoordig wordt daarbij steevast de computer te hulp geroepen. Dezelfde technieken blijken echter van pas te komen bij het ontraadselen van de definitieve versie van een eeuwenoude Engelse tekst, The Canterbury Tales van Geoffrey Chaucer (Nature, 27 augustus).

Toen Chaucer in 1400 overleed, liet hij een onvoltooid werk achter. De kopiisten die voor de verspreiding van de tekst zorg droegen maakten niet alleen fouten en lieten zinnen weg, maar gebruikten bovendien niet allemaal Chaucers originele tekst. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er alleen al in de vijftiende eeuw meer dan tachtig versies van het werk in omloop waren. Sindsdien zijn vele geleerden bezig geweest om vast te stellen welke fragmenten tot het gedicht behoorden, in welke volgorde ze dienen te worden gezet en wat te doen met de lacunes in de tekst.

In de jaren dertig liep een eerste poging om te komen tot een definitieve tekst op niets uit vanwege de enorme omvang van het werk - om alle variaties te kunnen vastleggen bleken al 60.000 systeemkaartjes nodig. Sinds een paar jaar doen onderzoekers van vier Engelse en Amerikaanse universiteiten echter een nieuwe poging, met als eerste doel om alle beschikbare teksten in de computer op te slaan. Dat is al geen eenvoudige opgave, omdat daarvoor een goede transcriptie moest worden ontwikkeld waarmee alle finesses van het (middel)Engels kunnen worden weergegeven.

Daarnaast moet er voor elk gevonden verschil bepaald worden of er sprake is van een spel- of overschrijffout of van een duidelijke afwijking. Alleen zo kan duidelijkheid worden verkregen welke van de manuscripten aan elkaar verwant zijn. Daarbij komen de computerprogramma's die evolutiebiologen gebruiken om de verwantschap tussen soorten vast te stellen goed van pas. De verschillende versies van The Canterbury Tales zijn immers in feite in een soort evolutionair proces uit Chaucers verloren gegane origineel ontstaan.

De eerste tekst die op deze manier werd aangepakt waren de 58 versies van The Wife of Bath's prologue. In sommige manuscripten daarvan komen namelijk extra passages voor die een wat ander licht werpen op het karakter van de hoofdpersoon. De computeranalyse stelde de onderzoekers niet alleen in staat om groepen aan elkaar verwante manuscripten te identificeren, maar van een aantal kon bovendien aannemelijk worden gemaakt dat ze zeer dicht bij Chaucers oorspronkelijke tekst moeten hebben gestaan. Daaruit blijkt dat deze zelf waarschijnlijk een paar (gewaagde) passages heeft geschrapt, die later weer door anderen zijn toegevoegd. Het is eens te meer duidelijk geworden dat Chaucer slechts een ruwe versie heeft nagelaten, met verschillende alternatieve passages en aantekeningen. Wanneer straks alle verhalen even grondig zijn bekeken, zou er dus wel eens een heel andere Canterbury Tales kunnen uitkomen dan vijfhonderd jaar lang is aangenomen.