De genoegdoening van een positivo

Koploper FC Utrecht speelt morgen tegen Ajax. De opleving van de volksclub is mede te danken aan technisch-directeur Hans van Breukelen. Sinds zijn aanstelling in de zomer van 1997 heeft hij schoon schip gemaakt in de selectie. 'Ik heb bewezen dat je wel degelijk idealen kunt hebben in de voetballerij.'

In de wandelgangen van het stadion is zijn luide stem op enkele tientallen meters hoorbaar. Eenmaal naderbij blijkt de blonde haardos ietsje uitgedund. De grote keepershanden verraden enkele bedrijfsongevallen; de lange vingers staan haaks op elkaar. Hij draagt een sweater en geen maatkostuum. Hans van Breukelen (41) heeft zijn handschoenen verruild voor een bureaustoel, maar een doorsnee bobo zal hij nooit worden.

“Voor representatieve zaken vermom ik mij als heer, maar op dit soort werkdagen loop ik zo relaxed mogelijk rond”, zegt hij op het moment dat de kantinejuffrouw met drie boterhammen komt binnenlopen. Hij luncht tussen de bedrijven door. “Bij FC Utrecht kun je gelukkig nog jezelf zijn. Moet je er als een kampioen uitzien als je kampioen wilt worden? Om een paar telefoontjes te plegen hoef ik niet in driedelig grijs of driedelig blauw te lopen. Maar als Ajax op bezoek komt, zit ik natuurlijk in ons clubkostuum. Dan moeten we eenheid uitstralen.”

Langs het trainingsveld kijken enkele tientallen supporters met een kritisch oog naar de verrichtingen van het eerste elftal. De aanhang is opgetogen over het vertoonde spel van de voorbije weken. Zoals het rechtgeaarde Utrechters betaamt, juichen ze echter niet te vroeg. Een goede competitiestart is geen garantie voor een goed seizoen. “Het wordt tijd dat we weer eens verliezen, want dat winnen gaat ook vervelen”, zegt een supporter van middelbare leeftijd. Over Van Breukelen zijn de meningen verdeeld. “Een moordgozer”, roept een jonge supporter. “Hij praat veel, maar hij zegt weinig”, roept een oude supporter.

Het spreekwoordelijke cynisme van de gemiddelde Utrechter is niet aan hem besteed. Als jonge doelman van FC Utrecht streed Van Breukelen voor de spelersrechten bij de vakbond VVCS. Aan het begin van zijn interlandloopbaan - hij speelde 73 keer voor Oranje - werd hij spottend 'Kareltje' genoemd, naar de vakbondsman Karel Jansen. Hij heeft zijn idealen aangepast aan de tijdgeest. Hij heeft zich geconformeerd, zonder zijn identiteit te verliezen. “Veel mensen dachten dat ik in deze jungle kopje onder zou gaan. Ik heb bewezen dat je wel degelijk idealen kunt hebben in de voetballerij.”

Na drie leerzame jaren in het zakenleven - hij leidde een bedrijf dat vrijetijdskleding verkocht - keerde hij vorig jaar terug op het oude, vertrouwde voetbalnest. Als doelman had hij een bescheiden talent. Zijn bezetenheid sprak meer tot de verbeelding. “Daarom pas ik zo perfect bij deze club. Utrechters willen strijd zien. Ik speelde met mijn hart. Ik was een winnaarstype. Daardoor maakte ik bij sommige mensen negatieve gevoelens los. Maar ik provoceerde altijd in het teambelang.”

Hij is rooms-katholiek opgevoed, maar de strenge leer van Rome kan hem niet bekoren. Hij gaat af en toe naar de kerk in zijn Brabantse woonplaats Leende. Hij toont een verguld engeltje in zijn kantoor. Gekregen van een supporter van PSV die hem na zijn afscheid bedankte voor het keepersgeluk. Het engeltje zat vaak op de lat bij Van Breukelen. Hij stopte veel belangrijke strafschoppen, met dank aan het bekende boekje van trainer Jan Reker, die de favoriete hoek van alle penalty-specialisten noteerde.

“Ik dwong dat geluk af, omdat ik altijd mijn huiswerk deed”, zegt de voormalige onderwijzer uit De Bilt. “Ik wil nooit verliezen, ook niet met een spelletje van mijn kinderen. Laat ze er maar voor knokken om als winnaar uit de strijd te komen. Met dezelfde achtergrond heb ik vorig jaar die brandbrief geschreven, toen we voor de beker van Noordwijk verloren. De spelers hadden de naam en faam van FC Utrecht in diskrediet gebracht. Ze hadden geen winnaarsmentaliteit getoond. Geen bloed, zweet en tranen laten vloeien. Niet gespeeld in de geest van onze supporters.”

FC Utrecht wordt sinds de zomer van 1997 betiteld als Challenger van de gevestigde topclubs. De toekomstvisie van bestuursvoorzitter Herremans (afkomstig van hoofdsponsor Fortis) en technisch-directeur Van Breukelen is gericht op de lange termijn. Rond de eeuwwisseling moet FC Utrecht tot de subtop van Nederland behoren. Het verouderde stadion wordt in verschillende fasen gerenoveerd. De financiering van 65 miljoen wordt mogelijk gemaakt door banken, founders en overheden. De toeschouwerscapaciteit gaat van 13.000 naar 25.000 zitplaatsen. Door de extra inkomsten van skyboxen en business-seats krijgt FC Utrecht een ruimere begroting: van 16 miljoen naar minimaal 25 miljoen op jaarbasis.

“Vergelijk onze situatie met die van de stad Londen. Daar waren ze als eerste met straatverlichting en als laatste met elektriciteit.” De wet van de remmende voorsprong. “Wij hadden in 1983 een modern stadion, een paar jaar later was het alweer achterhaald. Zonder skyboxen red je het niet meer tegenwoordig.”

Hij praat met gemengde gevoelens over de donkere tijden, toen de curator bijna beslag legde op de bezittingen van het noodlijdende FC Utrecht. Hij herinnert zich de reddingsactie van de supporters, die in 1981 met 65.000 handtekeningen voor het stadhuis stonden. De wisselwerking tussen spelers, supporters en bestuursleden is gebleven. FC Utrecht besteedt jaarlijke enkele tonnen aan de begeleiding van de harde supporterskern. Leden van de businessclub gaven een cheque voor de verbouwing van het supportershome. Als blijk van dank stuurden de supporters een bloemetje naar de 'sponsorvrouwen'.

Volgens Van Breukelen moet de bijdrage van de supporters niet onderschat worden. Afgelopen woensdag waren ongeveer 1.500 fans naar Maastricht gereisd, voor de uitwedstrijd tegen MVV. “We mogen god op onze blote knieën danken met zulke supporters. We hebben goud in handen. Met vereende krachten hebben we het vandalisme kunnen terugdringen. Toen de club op sterven na dood was, hebben de supporters het voortouw genomen. Daarom mogen ze op de 'kwartaalavonden' hun zegje doen. Ze vertellen je keihard wat je allemaal verkeerd doet. Maar ze geven je even gemakkelijk gelijk als je met goede argumenten komt. Schitterend, toch?”

De technisch-directeur benadrukt dat hij zijdelings betrokken is bij de renovatie van het stadion. “Uit onderzoek is gebleken dat 42 procent van ons publiek speciaal voor de sfeer komt kijken. We krijgen hier geen toestanden achter glas, althans niet voor de mensen die de wedstrijd willen zien. De ruimtes om het stadion worden verhuurd, maar het veld wordt niet geëxploiteerd voor popconcerten. De Galgenwaard blijft een echte voetbaltempel.”

Hij is wel betrokken bij de aanleg van een trainingsaccommodatie, op loopafstand van het stadion. “Vanaf volgend jaar krijgen we eindelijk een eigen smoel. Als ik terugdenk aan PSV, denk ik ook aan de Herdgang. Het personeel stond altijd voor je klaar, fantastische mensen! Daarom wil ik ook zo graag een eigen kantine bij het trainingsveld. Het zijn de kleine dingen die een voetballer happy maken.”

Van Breukelen werd vorig seizoen nog uitgelachen, toen de resultaten van het eerste elftal achterbleven bij de ambitieuze toekomstplannen. “Typisch Nederlands om je dan meteen met de grond gelijk te maken”, reageert hij twaalf maanden later. “Natuurlijk willen wij meteen goede prestaties, maar die staan los van de langetermijnvisie. Ik ben geen moment in paniek geraakt.”

Na het vertrek van trainer Ron Spelbos (“Ik heb urenlang wakker gelegen van zijn problemen”) volgde een kortstondige opleving onder leiding van Nol de Ruiter, die zijn functie van hoofd-scouting tijdelijk verruilde voor het trainerschap. Op advies van Van Breukelen heeft FC Utrecht vervolgens Mark Wotte binnengehaald. De jonge oefenmeester stond nog onder contract bij FC Den Haag. Ten koste van een flinke afkoopsom mocht Wotte uiteindelijk vertrekken uit het Zuiderpark. Na een moeizame beginperiode heeft hij FC Utrecht weer aan het voetballen gekregen.

“Mark paste perfect in onze profielschets. Helaas hebben we door zijn arbitragezaak veel negatieve publiciteit gekregen. Kan gebeuren als de onderlinge afspraken uitlekken naar de pers. Kijk maar naar alle heisa rond Robbie Witschge en John van Loen. Wij hebben die jongens keurig op tijd gemeld dat ze beter konden vertrekken. We wilden ze ook in bescherming nemen, zodat zij in alle rust op zoek konden gaan naar een andere club. Vervolgens zijn ze bewust de publiciteit gaan zoeken en hadden we toch een probleem.”

Hij spreekt voortdurend over de collectieve prestaties bij FC Utrecht. Hij roemt de technische en de medische staf. Hij looft het scoutingsapparraat. Steeds meer Nederlandse talenten vinden de weg naar de Galgenwaard. Van Breukelen bagatellisseert zijn eigen inbreng, hoewel insiders een andere mening zijn toegedaan. 'Hij is de stimulator van een cultuuromslag', heet het in de wandelgangen.

“Ik maak onderdeel uit van een ontwikkeling die hier al jarenlang latent aanwezig is”, zegt hij bescheiden. “We bundelen beleid en we maken beleid. Als het nu niet lukt, lukt het nooit meer. De hele stad is in de ban van FC Utrecht. We hebben een geweldige sponsor, maar Fortis is geen geldboom waar de munten als rijpe appeltjes van af vallen. We moeten straks op eigen benen kunnen staan.”

Deze visie is ook van toepassing op zijn eigen functioneren. “Ik moet op elke plek de goede man of vrouw om me heen verzamelen, waardoor ik op een gegeven moment de boel met een gerust hart kan achterlaten. Niets is zeker in de voetballerij, ik kan ook op straat gezet worden. Maar voorlopig geniet ik op een afstand van de eerste succesjes. Ik zie allemaal positieve signalen. We hebben ons na drie jaar eindelijk weer eens voor de Amstel Cup gekwalificeerd. En wat dacht je van de vier spelers die voor Jong Oranje zijn uitgenodigd.”

FC Utrecht heeft zijn successen mede te danken aan Michael Mols, de duurbetaalde sterspeler. Hans van Breukelen bewaart positieve herinneringen aan de contractbespreking met de aanvaller. “Toen Michael terugkeerde van een gesprek met een Italiaanse club hebben we een rode Porsche, zijn lievelingsauto, op Schiphol laten parkeren. Die mooie wagen kon hem misschien nog op andere gedachten brengen, zo redeneerden wij. Een ludieke actie.

“Maar Michael hoefde niet meer gepusht te worden. Hij zette op Schiphol al zijn handtekening nog voordat hij die Porsche zag staan. Als blijk van erkenning hebben we hem toch de sleutels gegeven. Hij heeft een proefritje gemaakt, maar hij vroeg vervolgens om een andere leasewagen. 'Geef mij maar gewoon een Audi.' Die jongen voelde zich toch een beetje opgelaten in zo'n racewagen. Voor mij is Michael het prototype van FC Utrecht. Geen kapsones, maar lef en strijdlust.”