CONDITIEVERBETERING VERLAAGT STERFTEKANS OOK NOG BIJ OUDEREN

Oudere mensen in slechte lichamelijke conditie kunnen hun sterftekans met tientallen procenten verlagen door hun conditie iets te verbeteren. Dat blijkt uit onderzoek van Noorse epidemiologen die al ruim 25 jaar de lotgevallen van een groep van 2.000 mannen volgt. Tussen 1972 en 1975 werd van de toen 40- tot 60-jarigen de conditie (o.a. ademvolume en uithoudingsvermogen op fietstest), hun lengte, gewicht, cholesterolgehalte en bloedwaarden, hun rookgedrag en activiteitenpatroon.

Op grond van de conditietesten werden mannen ingedeeld in vier even grote groepen. Tien jaar later, in 1980-1982 werden dezelfde mannen een tweede maal bekeken en opnieuw in vier conditiegroepen ingedeeld. Sommigen hadden nu een betere betere conditie, anderen waren gelijk gebleven of verslechterd. De verschillen tussen de twee metingen namen de onderzoekers als uitgangspunt voor hun analyse. Eind 1994, dus 22 jaar na de eerste metingen, werd geturfd welke mannen waaraan overleden waren. (The Lancet, 5 sept)

In 1994 waren 238 mannen gestorven, waarvan de helft aan hart- en vaatziekten. Wie bij de eerste en tweede meting tot de fitsten behoorde, had in de vervolgperiode een zevenmaal geringere sterftekans dan wie tweemaal in de slechtste groep zat. Van belang voor de levensverwachting bleken ook de wijzigingen in de conditie. Ruim 30 procent van de mannen had de conditie verbeterd tussen de eerste en tweede meting. Vooral bij de mannen met de slechtste conditie bij eerste meting bleek een lichte verbetering in 'fitness' al fors betere perspectieven te bieden: een tandje hoger presteren bij de tweede fietstest bleek al samen te hangen met tientallen procenten lagere overlijdensrisico's. In het onderzoek werd steeds gecorrigeerd voor andere levensverkortende factoren zoals roken en vet eten. Na de eerste meting waren folders verstrekt met adviezen voor bewegen en verstandig leven.

Het onderzoekresultaat ligt voor de hand, maar dit soort langdurige studie smet twee metingen die tien jaar uiteen liggen zijn zeldzaam. Toch geven juist zulke onderzoeken aan wat de zin is van handhaven van en veranderingen in levensstijl, in dit geval op oudere leeftijd.