Bosnië snakt naar beetje economisch herstel

De kiezers van Bosnië gaan vandaag en morgen naar de stembus. De internationale gemeenschap hoopt dat het patroon van 'etnisch stemmen' wordt doorbroken. Maar die hoop blijft waarschijnlijk ook ditmaal ijdel.

BANJA LUKA, 12 SEPT. Negen maanden is Esad terug uit Duitsland en het valt hem niet mee. In december 1997 werd de jonge moslim door de Duitse autoriteiten teruggestuurd naar waar hij vandaan kwam: Banja Luka, de hoofdstad van de Servische Republiek in Bosnië. Gematigde Bosnische Serviërs als president Biljana Plavšic en premier Milorad Dodik van die Servische Republiek zouden nu gaan meewerken aan de uitvoering van het vredesverdrag van Dayton. De terugkeer van de tienduizenden moslims die in de oorlog uit de stad gevlucht waren kon dus beginnen. Inmiddels zijn er nu, een jaar later, enkele tientallen teruggekeerd.

En inderdaad, onveilig voelt Esad zich niet. Op straat groet hij oude Servische vrienden, thuis woont hij onder moslims. Etnische spanningen zijn er nauwelijks, sociale spanningen des te meer. De huizen waar de moslims van Banja Luka voor de oorlog woonden, worden nu bewoond door Servische vluchtelingen uit Kroatië en Sarajevo. De uitzettingsprocedure is slecht geregeld, vaak zijn er meer dan tien uitzettingen nodig voor een moslim terug kan in zijn oorspronkelijke huis.

En dan is er de werkloosheid. Dodik heeft wel de internationale geldkraan weten open te draaien voor de Bosnische Serviërs, maar van enige economische ontwikkeling is het nog niet gekomen. Het bedrijf waar Esad vroeger dertien jaar als lasser heeft gewerkt ligt praktisch stil. Voor niemand is er werk, ook niet voor Serviërs. Slechts één procent van de moslims in Banja Luka heeft zijn oude baan terug. Politiek laat Esad koud. Hij gaat alleen stemmen uit plichtsbesef. “Het kan me geen klap schelen wie er aan de macht is, als ik maar kan werken.”

1998 had in Bosnië het jaar moeten worden van de terugkeer van verdreven leden van minderheden naar gebied dat door een andere etnische groep wordt beheerst. Dat is één van de hoekstenen van het vredesverdrag. Her en der duiden gloednieuwe rode daken tussen puinhopen op activiteiten van terugkerende vluchtelingen. Maar de cijfers vallen tegen. In totaal zijn dit jaar maar nauwelijks vijfduizend leden van etnische minderheden naar hun oude huizen teruggekeerd. Honderdduizenden Bosniërs blijven op drift.

In Gracice, in midden-Bosnië, probeert een groep van vijfentwintig moslimfamilies terug te keren naar hun oude huizen. De Kroatische buren hebben de terugkeer tot vier keer toe weten te verhinderen. De laatste keer moest de internationale vredesmacht SFOR de moslims ontzetten. Onder luid gejouw van Kroaten werden ze in veiligheid gebracht door internationale - in dit geval Nederlandse - vredesbewakers.

Vandaag moet het wel goed gaan. De plaatselijke vertegenwoordiger van de internationale Bosnië-gezant Carlos Westendorp heeft harde afspraken gemaakt met de Kroatische leiders. Als de moslims voor de vijfde keer proberen terug te gaan staat SFOR klaar om in te grijpen. Even lijkt het spannend, maar de Kroaten blijven weg en dan beginnen de oudere moslimvrouwen koffie te zetten op de puinhopen van hun huizen. Ze zullen hier de winter doorbrengen in tenten. Door al het gedoe is kostbare tijd verloren gegaan. Pas na de winter kunnen ze beginnen met de wederopbouw van hun huizen.

“Het is de schuld van de nationalisten”, zegt Imšir peinzend. De bejaarde oud-partizaan is de leider van de groep moslims. “Het is belangrijk bij de verkiezingen tegen de nationalisten te stemmen.” Maar zelf stemt hij wel op de partij van moslimleider Izetbegovic, de SDA. Want dat is een ander geval. “De SDA zorgt tenminste voor de moslims.” Dat de SDA de terugkeer van Servische vluchtelingen naar bijvoorbeeld Sarajevo ronduit tegenwerkt valt even buiten het gezichtsveld van de oude partizaan.

Vandaag en morgen mogen 2,57 miljoen Bosniërs zich uitspreken over hun leiders. De verkiezingen moeten de weg vrijmaken voor gematigde krachten in Bosnië. Maar het is de vraag of het zo werkt. Bij de vorige verkiezingen van 1996 wisten de leiders van de nationale partijen hun positie alleen maar te verstevigen.

Onder grote druk van de internationale gemeenschap is inmiddels in de Servische Republiek een 'gematigde' regering aan de macht gekomen. Milorad Dodik werkt mee aan de uitvoering van 'Dayton', maar is volgens Perica Vucinic van het Servische blad Reporter uit hetzelfde hout gesneden als de haviken rond oud-president Radovan Karadzic. “Natuurlijk zijn er zichtbare verschillen, zoals het gemiddelde inkomen, dat onder Dodik is gestegen van 84 naar 127 mark.” Maar tegelijkertijd weet Vucinic ook dat de regering-Dodik, net als zijn voorgangers in de Servische Republiek, nauw betrokken is bij de smokkel van sigaretten en andere winstgevende zaken.

Inmiddels tekent zich in het Kroatische kamp een zelfde soort 'gematigde' splitsing af. Daar is Krešimir Zubak - namens de Kroaten lid van het co-presidentschap van Bosnië - sinds anderhalve maand de man die de internationale gemeenschap de hand reikt en afstand neemt van de haviken. Zubak zou met zijn nieuwe partij een bres kunnen slaan in de machtspositie van de Kroatische nationalisten. Maar al ligt het gemiddeld inkomen in de moslim-Kroatische federatie inmiddels bijna tweemaal hoger dan in de Servische Republiek, ook de meeste Bosnische Kroaten zijn arm en werkloos terwijl hun leiders baden in welstand.

President Alija Izetbegovic heeft de Bosnische moslims voor een groot deel weten te verzamelen in een brede moslim-coalitie die divers genoeg is om de indruk te wekken dat het niet alleen de nationalisten zijn die het voor het zeggen hebben. Toch zijn de moslims in Sarajevo niet veel enthousiaster over hun leiders.

“De privatisering is in volle gang en we kunnen geen enkele invloed uitoefenen”, vertelt een computerdeskundige die net het bedrijf waarvoor ze al vele jaren werkt voor een schijntje in de handen van haar baas heeft zien vallen.

Bijna drie jaar na het vredesakkoord van Dayton is de apathie onder de Bosnische kiezers groot. De maatschappij is niet alleen etnisch gedeeld, maar vooral ook sociaal. Volgens waarnemers zal dat beeld in de huidige verkiezingen weer verder bevestigd worden.

De Bosnische democratie is één groot toneelstuk en het huidige systeem is niet in staat om de verschillende groepen de etnische zekerheid te geven die nodig is om een gezonde maatschappij op te bouwen, zo zeggen zulke waarnemers in Sarajevo. Bosnië blijft in de greep van nationalistische leiders die uitsluitend uit zijn op hun eigen belang zolang het huidige verkiezingsmodel van kracht blijft, waarbij - op instigatie van de internationale gemeenschap - gestemd wordt langs etnische lijnen.