BEATLES 4

'Muziek is muziek, meer niet.' Dat is de mening van Harm Visser (W&O, 22 augustus). Ik kan daar alleen mijn ervaring tegenover stellen. In de jaren zestig was ik als pater dominicaan leraar aan de Rijks-HBS te Venlo.

Eens in de maand was er op zondagavond dansen in de Prins, de toenmalige stadsschouwburg, op muziek die in mijn onmuzikale oren lieflijk klonk. Ik ging daar een uurtje op bezoek omdat ik in het bestuur zat van een jeugdvereniging die de avond organiseerde en de muzikanten uitnodigde. Tot de Beatles met hun repertoire kwamen. Zowel de jeugdvereniging als de dansavonden waren in een zeer korte tijd bijgezet in het museum van de jeugdcultuur. Er kwam een jongerenkerk en ik riep wat langharig werkschuw tuig zoals die door de brave gemeente genoemd werden bij elkaar om in het klooster ons op de toekomst te bezinnen. Er moest een Open Ontmoetingscentrum komen en de jongeren wilden zelf bepalen wat voor muziek daar gespeeld werd. En ik, onmuzikaal als ik was, zag van nabij hoe op de golf van de steeds harder wordende muziek de revolutie van 1968 ook in Venlo een eigen vorm kreeg. De jongeren worstelden en kwamen boven het ouderlijk gezag uit, lieten de kerk achter zich en wilden op eigen houtje de wereld veranderen. Alsof dat zou kunnen. Ik denk dat de muziek van de Beatles de bindende kracht was die al die sluimerende dromen wakker riep. Zo werd het een grote droom op harder klinkende toon gezet dan de oudere generaties konden verstaan. Met alle misverstanden van dien. Maar wel met mijn conclusie: muziek is wel meer dan muziek alleen.