Amerikaanse films doorbreken hypocrisie

VENETIE, 12 SEPT. De Amerikaanse films zijn niet alleen kwantitatief dominant op het 55ste filmfestival van Venetië. Grote Europese regisseurs stelden teleur: Emir Kusturica's Black Cat, White Cat blijkt weinig meer dan een grootscheepse slapstickkomedie over zwendelende, zingende en dansende zigeuners, een soort van Flodder aan de Donau. Gianni Amelio, blikt met de warrig gemonteerde en vertelde Cosi ridevano nostalgisch terug op flagrante klassentegenstellingen in het Turijn van rond 1960, in een soort van hommage aan Visconti's Rocco e i suoi fratelli, maar haalt nooit het niveau van vergelijkbare eerdere films als Il ladro di bambini en Lamerica. De Aziatische en Afrikaanse cinema waren in de competitie afwezig.

In menige Amerikaanse film is een interessante ontwikkeling te bespeuren. Niet in de stijl, maar inhoudelijk lijkt zelfs Hollywood, op een moment van politieke en morele crisis, terug te willen keren naar de realiteit, zonder hypocrisie of verfraaiing. Spielberg vertelt in Saving private Ryan hoe hij denkt dat het er op D-day werkelijk aan toeging. The Opposite of Sex van Don Roos gaat over de dubbele moraal van een cultuur, waarin sterren niet durven uitkomen voor hun homoseksualiteit.

Als klap op de vuurpijl maakte Warren Beatty een politieke satire die verder gaat dan Wag the Dog en Primary Colors. Beatty (61), die in het verleden actief campagne voerde voor de presidentskandidaten McGovern en Hart, regisseerde, schreef en produceerde Bulworth, een regelrechte aanval op de schijnheiligheid van de Amerikaanse politieke cultuur. Beatty speelt zelf virtuoos de titelrol van een Californische senator, die midden in zijn verkiezingscampagne besluit uit zijn rol van mechanisch nietszeggende speeches oplepelende marionet te stappen. Hij eet en slaapt drie dagen niet, laat zich met een levensverzekeringspolis van tien miljoen dollar omkopen door een lobbyist en geeft opdracht zich te laten vermoorden.

Nu het toch allemaal niets meer uitmaakt, kan Beatty de waarheid spreken en opent frontaal het vuur op de machthebbers. Als blanke rapper rijmt hij voor de camera dat er geen zwarte leiders meer zijn, omdat de grote industrieën de zwarte arbeiders hebben laten verpauperen. Hij fulmineert tegen de macht van de televisiemaatschappijen, tegen de gebrekkige financiering van onderwijs en welzijn, tegen de verzekeringslobby, tegen de oligarchie van Wall Street.

Zelden is er in een Hollywoodproductie zulke subversieve taal te horen geweest. Maar de film kon wel gemaakt worden, al zal Beatty er geen Oscar voor winnen, gezien zijn aanval op de filmindustrie, en moet 20th Century Fox nog beslissen of Bulworth wel in Nederland uitgebracht zal worden. Een verdiende Gouden Leeuw zou een handje kunnen helpen.

Ook de veel bescheidener tweede speelfilm geregisseerd door fotograaf Larry Clark, Another Day in Paradise, laat een onbekend Amerika zien. Ogenschijnlijk is het weer een genrefilm over Bonnie-en-Clyde-achtige desperado's, maar het loopt anders af dan gebruikelijk. In tedere, schokkende beelden van twee paren op zoek naar een familieverband, laat Clark, minder moralistisch dan in zijn debuutfilm Kids, zien hoe geweld, druggebruik en seks er werkelijk uitzien: niet inspirerend, zonder ironische knipoog, wel overtuigend en echt.