Wedergeboorte van een telecomconcern; McGinn: Afsplitsing van AT&T begin van succes

Philips-partner in de mobiele telefonie Lucent is uitgegroeid tot een van de lievelingen van Wall Street. De meeste sectoren zijn zeer winstgevend. Met één uitzondering: het samenwerkingsverband met Philips.

DEN HAAG, 11 SEPT. Zijn 88-jarige moeder heeft het hem pas nog gevraagd. Hoe kan een relatief klein bedrijf als Lucent wereldwijd tot de tien duurste bedrijven op de beurs behoren? President Rich McGinn van Lucent Technologies (omzet 30 miljard dollar) heeft het haar uitgelegd. “De potentie van de telecommarkt is enorm en we hebben de laatste jaren laten zien dat we het er goed op doen.”

De Amerikaanse producent van telecomapparatuur is met een beurswaarde van 99 miljard dollar ruim tweemaal zoveel waard als bijvoorbeeld autofabrikant General Motors en Philips. Ook IBM is voorbijgestreefd. De afsplitsing van moederbedrijf AT&T, twee jaar geleden, heeft volgens McGinn veel aan het succes bijgedragen. Toen Lucent eind 1996 zelfstandig op de beurs verscheen, was het bedrijf minder dan 20 miljard dollar waard.

“Als onderdeel van AT&T boekten we jaarlijks een omzetstijging van nauwelijks 3 procent. Voor het lopende jaar gaan analisten uit van 20 procent groei voor Lucent. En van 50 procent meer winst.”

Een verklaring? “Tot twee jaar geleden konden we niet leveren aan AT&T's concurrenten, zoals Sprint en MCI. Die waren bang dat wij hun geheimen aan ons moederbedrijf zouden doorvertellen.”

Niet alleen de splitsing van het moederbedrijf heeft bijgedragen aan de wedergeboorte van Lucent, dat vorig jaar voormalig PTT-topman Ben Verwaayen aantrok. Ook de spectaculaire ontwikkeling van Internet, draadloze telefonie, chips en bedrijfsnetwerken speelt een rol. Traditionele telecombedrijven als KPN en AT&T zijn allang niet meer de enige klanten. “Bijna de helft van alle service providers (bedrijven die toegang tot Internet verschaffen, red.) maakt gebruik van onze apparatuur. Dat zijn voor ons enorme groeimarkten”, aldus McGinn, die deze week Nederland bezocht.

Behalve van de opmars van Internet profiteert het bedrijf volop van de ontluikende concurrentie op andere (traditionele) telecommarkten. Zo is KPN-concurrent Enertel klant. Ook elders krijgt Lucent voet aan de grond, bijvoorbeeld in Frankrijk en Duitsland. In het verleden gingen telecomorders bijna automatisch naar nationale concerns als Alcatel en Siemens. “Dat was daar eigenlijk een onderdeel van het sociale beleid. Gelukkig is dat niet meer zo.”

Om een rol te kunnen spelen in innovatieve markten als Internet, chips en telefooncentrales besteedt Lucent ruim 10 procent van de omzet (3,5 miljard dollar) aan onderzoek en ontwikkeling. In de Bell Labs, onder meer uitvinder van de transistor, werken 26.000 mensen. Duizend onderzoekers zijn in Nederland actief.

“Mensen willen steeds meer en steeds sneller. Daarom moeten we zorgen voor een hogere capaciteit van kabels en ether”, aldus McGinn. Snel en draadloos Internetten (inclusief transport van videosignalen) mag bijvoorbeeld binnen enkele jaren geen probleem meer zijn.

Het succesverhaal van Lucent kan echter ook een schaduwzijde hebben. De enorme investeringen in verhoging van de capaciteit voor datatransport hebben alleen zin als de vraag naar telecom-diensten navenant toeneemt. Gebeurt dat niet, dan is een prijsval waarschijnlijk, en die zal ook de leveranciers van apparatuur hard treffen.

McGinn: “Ik ben er ook van overtuigd dat de prijzen zullen blijven dalen. Daardoor worden bepaalde Internet-diensten, die nu niet rendabel kunnen worden aangeboden, straks wel haalbaar. Door de prijsdaling trek je nieuwe toepassingen aan waar we nu nog niet aan denken.”

Ter illustratie noemt McGinn de kabels in de Atlantische Oceaan voor telecommunicatie tussen Europa en de Verenigde Staten. “Elke keer denken we weer dat de capaciteit toereikend is. Maar de kabel die we nu gaan leggen is al volledig gereserveerd, zodat we al weer een nieuwe plannen.”

De wereldmarkt voor telecommunicatieapparatuur heeft een waarde van 400 miljard dollar en groeit jaarlijks met een derde. Alleen al in China komen er jaarlijks 20 miljoen telefoonlijnen bij - “viermaal KPN”.

Als grootste fabrikant lijkt Lucent daar optimaal van te kunnen profiteren. McGinn nuanceert: “Maar dat je nu de grootste bent zegt weinig over de toekomst. Elke generatie technologie brengt haar eigen marktleider mee: ook een gigant als IBM heeft dat moeten ervaren.”

In mobiele telefonie is Lucent zeker geen toonaangevende partij. Vorig jaar vormde het met Philips de joint venture Philips Consumer Communications (PCC). Deze gezamenlijke onderneming zal voorlopig verliesgevend blijven, zo maakte Philips vorige maand bekend.

McGinn: “We zijn de samenwerking met Philips aangegaan omdat wij helemaal geen ervaring hebben met consumentenelektronica, zoals mobiele telefoons. In deze markt zit de toegevoegde waarde vooral in de distributie en de marketing en dat zijn we niet gewend. Mede daardoor hebben we ook geen bekende merknaam op de Europese consumentenmarkt.” In de Verenigde Staten verkoopt het concern overigens wel consumentengoederen zoals draadloze (huisgebonden) telefoons en piepers.

In de eerste zes maanden leverde PCC een verlies van vermoedelijk een half miljard gulden op. “Het is een verschrikkelijk moeilijke markt en elke nieuwe activiteit begint nu eenmaal met verliezen. In deze markt werkt men ook met lagere marges dan we gewend zijn. Hoe lang verliezen nog acceptabel zijn, weet ik niet. Als minderheidsdeelnemer in de joint venture is het niet mijn taak daar iets over te zeggen.”

Dat PCC, zowel qua activiteiten als winstgevendheid, een vreemde eend in de bijt is ontkent McGinn niet. “Maar met de conclusie dat wij ons belang willen verkopen, neemt u wel erg veel stappen tegelijk. We gaan uit van een langdurige verbintenis.”

Dus Lucent zit over vijf jaar nog steeds in PCC?

“Geen commentaar.”