Wachten op de cavalerie

De uitdijende crisis op de financiële markten vraagt om een gezamenlijk antwoord van de belangrijke industrielanden. Maar die hebben het op dit moment veel te druk met zichzelf.

AMSTERDAM, 11 SEPT. De aandelenkoersen kelderen weer, de vlucht in Westerse obligaties is hernomen, en Latijns Amerika heeft op dit moment de zwaarste rukwind te verduren sinds de financiële storm vorige maand in dat continent is aanbeland.

Tijd voor de cavalerie om in te grijpen. Maar hoe inzetbaar is de bereden brigade van de internationale autoriteiten? Financiële bewindslieden van de zeven grootste industrielanden hadden begin deze week veel tijd nodig om hun agenda vrij te maken voor een bijeenkomst in Londen, om daar op verzoek van G7-voorzitter Groot-Brittannië de internationale crisis te bespreken. Het wordt zoals, het er nu naar uitziet, pas aanstaande maandag. Japan is al langere tijd in voor zo'n bijeenkomst, maar er moest verzet van vooral Duitse zijde worden gebroken voor de ontmoeting zou komen. Een noodbijeenkomst, zo luidde het bezwaar, wakkert het gevoel van crisis alleen maar aan.

Beleggers ruiken bovendien het zweem van onvermogen dat de belangrijkste leden van de internationale gemeenschap op dit moment omringt. De Verenigde Staten staan op de rand van een presidentiële crisis. Duitsland zit midden in de race naar de Bondsdagverkiezingen, zodat de blik daar evenals in de VS grotendeels naar binnen is gericht. Japan heeft pas twee maanden zijn nieuwe regering-Obuchi, waarvan de internationale statuur niet erg groot is. De overige spelers, Canada, Italië, Groot-Brittannië en Frankrijk, leggen internationaal te weinig gewicht in de schaal. En Rusland, het informele achtste lid van de G7, bestaat politiek even niet. Een gezamenlijke en doortastende internationale reactie op de uitdijende crisis is van zo'n gezelschap moeilijk te verwachten, en het is evenzeer de vraag wat die reactie zou moeten zijn.

De belangen lopen ver uiteen. De Verenigde Staten zijn op dit moment de rol toebedacht van wereldconsument, die moet helpen om de getroffen crisis-landen zich uit de problemen te laten exporteren. Het handelstekort neemt snel toe, en ook het tekort op de betalingsbalans, dat gisteren steeg naar een record van ruim 56 miljard dollar in het tweede kwartaal. De VS zien intussen dat de economie van continentaal-Europa belooft sneller te groeien, en vragen zich af waarom Europa, dat een overschot op zijn handelsbalans heeft, die rol niet op zich neemt. Maar de Europese landen willen zich geen - met een oplopende invoer samenhangende - vertraging van de economische groei permitteren. Hun recordwerkloosheid daalt in de huidige economische opleving toch al veel te traag, en de economische vooruitzichten worden allengs minder. Morgan Stanley verlaagde vanmorgen zijn raming voor de economische groei in de elf euro-landen voor 1999 van 2,7 procent naar 2,2 procent. Groot-Brittannië is hard op weg naar een recessie. En Japan, dat vanmorgen meldde dat zijn economie in het tweede kwartaal van dit jaar voor de derde maal achtereen is gekrompen, met 1,6 procent op jaarbasis, is bijna uitgeput in zijn vondsten om de bedrijvigheid na zeven jaar stagnatie nieuw leven in te blazen. Een dalende yen kan een oplossing zijn, en het besluit van de Bank van Japan op woensdag om zoveel yen op de markt te brengen dat de geldmarktrente mag dalen naar 0,25 procent, wijst daar ook op. Maar dat kan weer een aanvaring inluiden met China dat zijn eigen yuan - en sinds drie weken ook de Hongkong-dollar - overeind houdt, maar in juni dreigde te devalueren als de yen te ver wegzakt. De VS zijn zeer gevoelig gebleken voor het Chinese standpunt.

Temidden van alle politieke onzekerheid vestigen de financiële markten hun hoop op 's wereld centrale bankers. Verlaagt de Amerikaanse Federal Reserve toch zijn rente, die nu op 5,5 procent staat, na een vermoede afspraak met de Bank van Japan in het afgelopen weekeinde? Op de valutamarkt heeft die hoop zich al gevestigd. De yen is dan wel gedaald tegenover de dollar, na de renteverlaging in Japan, maar de dollar daalt nu fors tegenover de Europese munten, tot een koers van ruim 1,89 gulden vanmorgen.

Mocht Europa onwillig zijn geweest om meer van de pijn op zich te nemen, dan zorgt de valutamarkt er nu voor dat dat toch gebeurt. Een flink deel van de koersval van de AEX-index gisteren in Amsterdam is te wijten aan de gevolgen van de lagere dollar voor de buitenlandse inkomsten en de exportpositie van Nederlandse bedrijven. Ook exporteur van kapitaalgoederen Duitsland is beducht voor een lagere dollar.

De grote onbekende factor blijven de Europese centrale banken. De Bank of England maakte gisteren een uitzondering door zijn beslissing om de rente onveranderd te laten op 7,5 procent van uitleg te voorzien. Mocht de internationale crisis voortduren, dan zal de centrale bank er ondanks de hoge Britse inflatie voor kunnen kiezen de rente toch omlaag te doen.

De centrale banken van de euro-landen hebben al een laag bodemtarief - de Duitse rente van 3,3 procent waarvan niemand meer verwacht dat hij voor het jaareinde nog oploopt. De euro-bankiers zullen, drie maanden voordat de euro formeel wordt ingevoerd, vandaag tijdens hun vergadering bij de Europese Centrale Bank in Frankfurt alvast een proeve van eendrachtigheid moeten geven. Want de dalende dollar laat zien dat naast de VS ook Europa, of het wil of niet, een hoofdrol bij het tegengaan van de financiële crisis krijgt toebedeeld.