'Treurig als je status afhangt van je auto'

Deze krant reed de afgelopen maanden geregeld met een ondernemer mee op de achterbank. Wat vond hij zo mooi aan zijn auto? En waarom reed hij niet gewoon in een BMW? Voor de laatste keer reed de krant mee. Ditmaal met Hans Eric Jansen, bestuursvoorzitter van Delta Lloyd, dochter van de Britse verzekeraar CGU.

Auto donkergroene Lexus Route van het hoofdkantoor in Amsterdam naar Schiphol

AMSTERDAM, 11 SEPT. “Komt u toch eerst even hier kijken”, zegt Hans Eric Jansen, tien minuten voordat hij in zijn auto stapt. Hij staat in zijn kamer op de negende verdieping van het Delta Lloydkantoor bij het Amstelstation en hij wijst door het raam naar buiten. “Daar ziet u de Rembrandttoren. Zit Philips nu in. Daarnaast komt de Breitnertoren. Gaat Philips straks in. En dáárnaast...” Hij pakt een grote tekening waarop drie wolkenkrabbers staan. “... daarnaast komt de Mondriaantoren en daar gaan wij in. Ziet u dat onze toren hoger wordt dan die van Philips?”

Hij wil, zegt hij, de naam van zijn nieuwe kantoor veranderen zodra het klaar is. Delta Lloyd-toren.

“Even eerlijk”, zegt Jansen. “Ik vind onze toren ook mooier dan die van Philips. Die Rembrandttoren is een beetje plomp, vindt u niet? Die van ons wordt gladder, slanker. Meer marmer.”

Hij kijkt naar beneden waar grondwerkers net begonnen zijn met het opbreken van het plaveisel. “Het wordt hier Manhattan aan de Amstel.”

Is het niet veel chiquer om naar de Zuidas te verhuizen? (Het kantorengebied in Amsterdam-Zuid waar onder andere ABN Amro zijn nieuwe kathedralen bouwt, red.)

“De Zuidas?”, zegt Jansen verbaasd. “Deze plek is beter. Voor de medewerkers zijn de trein, de tram en de metro vlakbij. Je zit zo in het centrum. En let u eens op de combinatie van natuur en bebouwing. Die is uniek. We zitten in de bocht van een rivier. Moet u even nagaan wat voor een indruk dat maakt op gasten uit het buitenland.”

Het is donderdagmiddag, Jansen is op weg naar de Europese kampioenschappen atletiek in Boedapest. Delta Lloyd is sponsor. “Zo'n sportevenement”, zegt hij, “combineert goed met business. Gerard, ben ik ingecheckt?”

Een Lexus, is dat wel chic genoeg?

“Ik heb”, zegt Jansen, “nog nooit in een auto gereden die zo solide en betrouwbaar is. Deze auto heeft in anderhalf jaar 115.000 kilometer gereden en we hebben niet één keer problemen gehad. En verder zeg ik maar zo: ik ben een bescheiden mens en daarom rij ik in een Japanner. En of dat in mijn wereld kan of niet kan, dat interesseert me niet. Ik vind het heel treurig als mensen voor hun status afhankelijk zijn van hun auto. Je status bepaal je zelf, door je optreden.”

Hoe hoort dat optreden te zijn?

“Correct, vriendelijk en met visie. Wat je nooit moet doen is: géén verantwoordelijkheid nemen, géén beslissingen nemen, de schuld afschuiven. Dat ondermijnt je gezag. Maar als je succesvol bent - en Delta Lloyd is succesvol - dan hoef je je in mijn wereld over je gezag geen zorgen te maken.”

Hij is even stil en zegt dan: “Ik vlieg nu voor 450 gulden naar Boedapest, achterin het toestel. U hoeft echt niet te denken dat ik vijf keer zo veel ga uitgeven om business class te zitten en mijn status te onderstrepen.”

Waarom sponsort u een atletiekwedstrijd?

“Delta Lloyd wil uitstralen dat we een gezond, dynamisch en vriendelijk bedrijf zijn. Atletiek is een gezonde, dynamische sport.”

En moet een bestuursvoorzitter zelf uitstralen wat hij zijn bedrijf wil laten uitstralen?

“Ik wil uitstralen dat ik betrouwbaar ben, de zaak onder controle heb, de boel run met de goeie mensen. Ik zorg er ook voor dat ik fysiek in conditie ben. Ik loop hard en ik sta iedere ochtend om kwart over zes op om te gaan zwemmen. Ja, ik heb zelf een zwembad. Ik wil niet ijdel klinken, maar voor een man van mijn leeftijd zie ik er nog goed uit. Ik hoor zoveel mensen om me heen over kwalen praten, ik heb er gelukkig geen last van. Nog niet.”

Jansen is zestig.

Bent u vierentwintig uur per dag mijnheer Delta Lloyd? Of bent u ook weleens Hans Eric Jansen?

“Een goede manager neemt op het juiste moment afstand. Thuis ben ik Hans Eric Jansen.”

En bent u weleens thuis?

Hij lacht. “In de weekends. Nou ja, dit weekend even niet.”

“Dat vond mijnheer Jansen niet leuk hoor, die opmerking over zijn auto”, zegt de chauffeur als Jansen is uitgestapt en hij terugrijdt naar Amsterdam. “Hij laat dat niet merken, maar het ligt gevoelig. Hij krijgt het zo vaak te horen. Waarom rij je niet gewoon in een Mercedes? Waarom niet in een BMW? Dan weet je tenminste wat je hebt.”

De chauffeur haalt zijn schouders op. “Ik vind: waarom zou je een grijze muis zijn?” Bovendien, de baas van Achmea rijdt óók in een Lexus.