Topambtenaar Geelhoed: Kwaliteit van justitie laat te wensen over

DEN HAAG, 11 SEPT. De kwaliteit van justitie in Nederland laat te wensen over. Ze ligt ver achter op de advocatuur en zelfs op de universiteiten. Voor geloofwaardige toetsing van wetgevingsprocessen komt daardoor weinig terecht.

Deze harde conclusie trekt de rechterhand van premier Kok, secretaris-generaal mr. L. Geelhoed. Hij is de hoogste ambtenaar van het ministerie van Algemene Zaken en ventileert zijn opvattingen in het blad voor juristen Mr., dat dit weekeinde uitkomt. Geelhoed is zelf jurist. “Toen ik in de jaren zeventig op justitie kwam, was het juridisch gezag van de stafafdelingen wetgeving onomstreden. Van daaruit kon je een heel sterke invloed uitoefenen op andere departementen. Het wetenschappelijk debat werd mede door justitie aangestuurd”, vertelt Geelhoed. “Dat is door allerlei redenen omgeslagen. Op het ogenblik wordt het wetenschappelijk debat, zeker voor wat betreft de rechtspraktijk, geleid door de advocatuur. Niet door de universiteiten, laat staan door justitie.”

De topambtenaar wil daarom dat gezag van justitie ten dele herstellen. Geelhoed: “De kwaliteit van de strategie van wetgeving wordt namelijk steeds belangrijker. En het is ondenkbaar dat je die nodige kwaliteit overal, rijksoverheidbreed, kunt spreiden. Dat betekent dat justitie er niet aan ontkomt opnieuw een keurkorps van hele goeie juristen aan te trekken, te kweken en vast te houden op goede posities.”

De concurrentiepositie van de overheid op de markt van topjuristen is enorm verslechterd en die zul je moeten herstellen, vindt Geelhoed. “Dat hoeft niet altijd met geld, dat kan ook met status. Het ministerie van Justitie moet dit in eerste instantie zelf oppakken.”

Als je zoals nu als overheid niet weet te volgen in de kwaliteit, dan bouw je een zwakke plek in, weet de topambtenaar.

De kritische uitlatingen van Geelhoed komen kort nadat zijn collega-topambtenaar S. van Wijnbergen, secretaris-generaal van Economische Zaken, op het matje werd geroepen naar aanleiding van diens publieke uitlatingen over te optimistische scenario's waarop het kabinetsbeleid voor de komende jaren zou zijn gestoeld.