Teletubbies

Paul Steenhuis beveelt het peuterprogramma Teletubbies van harte aan op de Kinderpagina (28-8). Peuters zijn weliswaar een moeilijk publiek (waarom?), maar nu is er voor hen ook televisie, dagelijks. Paul Steenhuis gaat gelukkig niet zo ver als Selma Schepel in Trouw (3-9), zij vindt dat peuters recht hebben op Teletubbies, net zoals volwassenen hun Shakespeare en voetbal hebben. Ben ik niet goed bij mijn hoofd, zo vraag ik me na lezing van beide stukjes - en het zien van het programma - af, dat ik de Teletubbies, als peuters vermomde volwassenen, een belediging van de peuter vind? Op dezelfde Kinderpagina van NRC Handelsblad stond ook een prachtige tekening van Thijs Mutsaerts en daarin vond ik de sleutel tot mijn antwoord. De bijna 5-jarige Thijs had een 'puttenzuiger' getekend omdat hij ze haast nooit meer ziet. Uit het begeleidende verhaaltje bleek dat hij eens als tweejarige buiten zo'n nieuw, spannend geluid had gehoord dat hij zomaar de straat op was gegaan. Zijn ongeruste moeder zag hem even later bij een grote wagen die putten leegzuigt staan, volop genietend.

Een voorval op een gewone dag uit een gewoon kinderleven, de 'puttenzuiger' was niet feestelijk uitgedost of voorzien van grappige figuurtjes en hij maakte in feite ook een heel gewoon geluid. Er was geen leuk begeleidend melodietje en de mannen die Thijs zag waren gewoon aan het werk. Allemaal heel gewoon dus. Tja. Voor ons. Maar niet voor Thijs! Het geluid en de machinerie fascineerde hem, hij wou weten waar het geluid vandaan kwam en dus ging hij op onderzoek uit. In zijn eentje. Hij raakte niet uitgekeken. Hij is nog steeds nieuwsgierig naar puttenzuigers en ruim twee jaar later tekent hij er nog over.

Laten we onszelf alsjeblieft de vraag stellen welke ervaringen een leven lang meegaan: doodshoofdjes in hobbezakjes of puttenzuigers?