'Schattingen niet juist'; Donatie van organen stuit op familie

GRONINGEN, 11 SEPT. Nabestaanden van mensen die in een ziekenhuis overlijden geven in 73 procent van de gevallen geen toestemming voor orgaandonatie door de overledene.

Wetenschappers schatten dit percentage tot nu toe op hooguit 30 à 40 procent. Ook laten artsen het verzoek tot orgaandonatie aan de nabestaanden vaak achterwege.

Dit blijkt uit de resultaten van het zogenoemde Don Quichotproject, een tweejarig onderzoek naar het potentiële aantal donororganen in Nederland. Het onderzoek werd uitgevoerd door het Academisch Ziekenhuis in Groningen. De resultaten zijn vandaag bekendgemaakt bij het dertigjarig bestaan van de Nierstichting, die het onderzoek subsidieerde.

Het Don Quichotproject is uitgevoerd voordat begin dit jaar de nieuwe Wet op de Orgaandonatie van kracht werd. In het kader van die wet hebben twaalf miljoen Nederlanders een registratieformulier ontvangen met de vraag of ze donor wilden worden.

De resultaten van het onderzoek zijn geldig voor de toekomst, omdat ook na de registratie de meeste mensen de beslissing over orgaandonatie overlaten aan hun familie.

Uit het Don Quichotproject blijkt dat het aantal orgaandonoren in Nederland nog met een factor 2,8 zou kunnen stijgen. Het potentiële aantal orgaandonoren in Nederland bedraagt volgens het onderzoek 610. In werkelijkheid telde Nederland er vorig jaar slechts 216. Het aantal weefseldonoren zou volgens het onderzoek 26.000 kunnen zijn, bijna twaalf keer zoveel als nu.

Voor het onderzoek werd van 5.131 overledenen in elf ziekenhuizen nagegaan of hun organen geschikt waren voor transplantatie. Dit was bij 54 procent het geval. 1,3 procent beschikte over een donorcodicil. Bij vier procent van de 5.131 overledenen bleek orgaandonatie daadwerkelijk te zijn uitgevoerd.

Bij veel van de sterfgevallen (77 procent) bleek de arts een verzoek om donatie aan de nabestaanden achterwege te hebben gelaten. Als redenen gaven de artsen op: medische contra-indicaties, gebrek aan kennis over de criteria, afwezigheid van de familie en tijdgebrek.

In de circa 1.200 gevallen waarbij de arts wel om toestemming aan de nabestaanden vroeg, volgde bij 73 procent een afwijzende reactie van de familie. De meest genoemde reden was dat de familie niet wist wat de overledene zou hebben gewild, en vermoedde dat deze er afwijzend tegenover zou hebben gestaan.

Het hoge percentage afwijzingen is “heel erg schrikken”, aldus de projectleider van het onderzoek, R.J. Ploeg. “Wij leefden in de veronderstelling dat 30 à 40 procent weigerde, en dat vonden we al erg genoeg. Niemand had ooit vermoed dat het zo hoog zou zijn.”

In enquêtes op straat en aan huis geeft doorgaans 50 tot 70 procent van de mensen aan orgaandonatie een goede zaak te vinden.

“Er is blijkbaar een schrikbarend verschil tussen wat je zegt op een rustig moment en wat je doet als je in die moeilijke, emotionele situatie verkeert”, aldus Ploeg.

Doel van de dit jaar uitgevoerde registratie was het aantal donororganen te vergroten. Veruit de meeste mensen blijken de beslissing echter toch over te laten aan hun familie. De overgrote meerderheid stuurde het formulier niet terug, waardoor donatie automatisch een zaak voor de nabestaanden wordt. Van de ruim vier miljoen mensen die het formulier wel retourneerden gaf ongeveer de helft aan donor te willen zijn, terwijl 375.000 mensen langs deze weg lieten weten hun familie te zullen laten beslissen.