Popster Ian Dury over zijn nieuwe cd; Ik hou niet van Rolls Royces

De nieuwste cd van Ian Dury, Mr Love Pants, is zijn eerste plaat na twintig jaar die weer succes heeft. “Ik hoop niet dat de critici zo positief zijn, omdat ik stervende ben.” Dury heeft een ongeneeslijke vorm van kanker.

Ian Dury & the Blockheads: Mr Love Pants. (ARC 384). CNR/Arcade zal binnenkort ook het oude werk van Ian Dury & the Blockheads opnieuw uitbrengen op cd.

Iemand die een boxer in boxershorts op het boekje van zijn nieuwe cd zet, moet wel sympathiek zijn. Zeker als hij ook nog eens de cd besluit met een gesprek met een hond. “Waf, waf, waf”, zegt de hond. “Woef, woef, woef”, antwoordt Ian Dury dertig seconden nadat de tonen van het laatste nummer van Mr Love Pants zijn weggestorven.

Maar de nu 56-jarige Ian Dury blijkt helemaal niets te voelen voor honden. “Het boekje was een idee van hoesontwerper Storm Thorgerson”, zegt hij aan het begin van de avond in de lobby van een hotel in Leuven, de stad waar hij later die avond zal optreden. “Hij heeft bijna alle hoezen voor Pink Floyd gemaakt en werkt veel met beesten. Toen hij met die boxer in die broek aan kwam zetten, moest ik er wel om lachen. Ik herinnerde me toen dat ik eens dat teringhondje van mijn moeder had toegesproken, terwijl de bandrecorder nog aan stond. Tussen mijn duizenden cassettes heb ik het teruggevonden en ik heb het op de cd gezet.”

Toch is Dury sympathiek. Fluitend en neurieënd komt hij aangelopen in de lobby. Of beter gezegd aangestrompeld, want kinderverlamming heeft zware sporen nagelaten op zijn lichaam. En hoewel hij nu ook nog lijdt aan een ongeneeslijke vorm van kanker, geeft hij gretig antwoord op alle vragen. Op onverwachte momenten onderbreekt hij zijn antwoorden met grappige imitaties van de Engelse ouden-van-dagen die om ons heen de hotellobby beginnen te vullen. “Het lijkt hier Oost-Londen wel!” roept hij uit.

Mr Love Pants is de eerste plaat sinds zeventien jaar die Dury met zijn vroegere band the Blockheads heeft gemaakt. In 1977 maakte hij met deze superieure groep het veelgeprezen en ook veel gekochte New Boots and Panties, gevolgd door de mooie reeks hits Sex and drugs and rock 'n' roll, Wake up, Hit me with your rhythm stick en Reasons to be cheerful part three. Iedereen die de nummers toen hoorde, kan nu nog minstens flarden ervan meezingen: “I come awake with a gift for womankind/ You're still asleep but the gift don't seem to mind/ Rise on this occasion, halfway down your back (-) Wake up and make love with me.”

In de platenwinkels van eind jaren zeventig moesten de producten van Ian Dury & the Blockheads worden gezocht in de vakken 'punk' of 'new wave'. Maar wie zijn oude platen nu terughoort, moet vaststellen dat deze categorisering eigenlijk een vergissing was. Veel meer dan met new wave of punk is de muziek verwant met funk. 'Music hall funk met cockney Sprechgesang' is nog de beste omschrijving van de muziek van Ian Dury & the Blockheads.

“Onze houding kwam wel overeen met die van de punk”, zegt Ian Dury nu over zijn werk uit de jaren zeventig. “We deelden de afkeer van wat er aan de punk voorafging. Tien jaar David Bowie en Led Zeppelin, tien jaar decadentie met Rolls Royces en cocaïne vonden we wel genoeg. We stonden precies voor het tegenovergestelde. Nog steeds trouwens. Als iemand me een Rolls Royce zou aanbieden, zou ik die weigeren: ik heb zo'n ding niet nodig, ik hou er niet van en ik kan er niet van genieten.

“Maar onze muziek klonk helemaal niet als punk. Mijn roots zijn zo'n beetje alles: country, rhythm and blues, soul, Afrikaanse muziek, reggae, funk en jazz. Vooral jazz. Alleen met blues heb ik niet zoveel. Ik heb een paar platen van Robert Johnson, maar daar houdt het ook wel mee op.”

Hoe funky Ian Dury & the Blockheads zijn, blijkt uit het feit dat een deel van 'Hit me with your rhythm stick' is gesampeld op de nieuwe single van Bootsy Collins, de funkbassist die als achttienjarige James Browns 'Sex Machine' voortstuwde en later een steunpilaar werd van George Clintons groep Funkadelic. “Het is een beetje pijnlijk”, zegt Dury over Bootsy Collins' sample. “Ik houd van Bootsy's muziek. Je zou zelfs wel kunnen zeggen dat we onze muziek oorspronkelijk van Bootsy Collins en George Clinton hebben gestolen. Ik ben dan ook zeer gevleid dat hij nu mij sampelt, maar hij gaat er wel voor betalen. Ik hoop dat Bootsy er een grote hit mee haalt, want dan zie ik grote geldbedragen in het verschiet.”

Flop

In de jaren tachtig taande Dury's succes. Na 'Spasticus Autisticus', een protest van het polio-slachtoffer Dury tegen het 'jaar van de gehandicapte' 1981, had hij geen hits meer. Hij maakte nog wel platen zonder the Blockheads, maar vond ze zelf niet goed genoeg om veel ruchtbaarheid aan te geven. Hij dook als acteur op in tv-series, toneelstukken en films, waaronder Roman Polanski's flop Pirates. “Als je Pirates op tv ziet, ben ik alleen zichtbaar met mijn schouder”, zegt hij. “Drie weken werken voor m'n schouder! Regisseurs willen altijd dat ik een sigaar rook. Zal wel iets met de vorm van mijn hoofd te maken hebben. Nee, ik geloof niet dat ik een groot acteur ben, want ik heb alleen maar in klotefilms gespeeld.”

In 1989 schreef hij de musical Apples voor de Royal Court, maar noemt het zelf 'a bit of a disaster'. Toch kijkt hij niet om in wrok. “Ik ben een schrijver, ik kan niets anders”, zegt hij. “Vaak wordt vergeten dat het om het schrijven zelf gaat, om het proces. Je doet het niet per se om gepubliceerd te worden. Als je werk succes heeft, is dat meegenomen. Maar ook zonder succes, is schrijven een mooie bezigheid. Ik ben heel gelukkig geweest de laatste achttien jaar: watching my children grow and watching the river flow. En dat laatste kan ik vanuit mijn flat in Londen doen.”

Zijn nieuwe cd, Mr Love Pants, vindt Ian Dury wel goed genoeg om interviews over te geven. De tien nummers van de cd werden al in 1996 opgenomen, maar nu pas uitgebracht. “We hebben zelf betaald voor de opnamen en toen hadden we geen geld meer om ze te mixen”, zo verklaart Dury de lange tussentijd. “Ik moest een contract met een platenmaatschappij zien te krijgen om ze te mixen. Maar ik wilde zelf eigenaar blijven van de mastertapes en dat is iets waar platenmaatschappijen een hekel aan hebben. Toevallig kwam ik er achter dat het als musicus mogelijk is om eigenaar te blijven van je eigen masters, toen onze vroegere platenmaatschappij, Stiff, begin jaren tachtig over de kop ging. Ik heb toen de Stiff-catalogus voor een prikkie kunnen krijgen.

“We willen onafhankelijk blijven. Platenmaatschappijen zetten je af en bedriegen je. En ze zitten je na succes altijd achter je broek voor een snelle opvolger. Je moet er nog een maken, zeggen ze dan, anders vergeet het publiek je. Rot op! Daar geloof ik niet in. Het publiek vergeet je eerder als je opvolger klote is. Ik denk dat je een mooie koe heel goed twintig jaar kunt uitmelken: dat hebben we met New Boots and Panties ook onbeschaamd gedaan. Ik kan er nog steeds de huur van betalen.”

Uiteindelijk kon Dury tot een akkoord komen met CNR/Arcade. “Ze leasen nu onze nieuwe en ook onze oude platen. Als de lease-periode na vier of vijf jaar is afgelopen, kunnen we naar een andere platenmaatschappij gaan.

“Het was eigenlijk een voordeel dat er zo lange tijd tussen de opnamen en uitgave zat. Zo konden we heel zorgvuldig bepalen hoe de volgorde van de nummers op de cd werd. Ik vind dat de nummers op een cd niet alleen gevarieerd moeten zijn, maar ook in zo'n volgorde moeten staan dat ze elkaar de ruimte geven. Je kunt tien nummers in honderdduizenden verschillende volgordes zetten, maar er is maar één de beste.”

Baguettes

De juiste volgorde van de tien nummers is slechts een van de redenen dat Mr Love Pants na meer dan twintig jaar de opvolger is geworden van het legendarische New Boots and Panties. De tweede reden is dat the Blockheads, met arrangeur en Dury's mede-componist Chaz Jankel weer in een hoofdrol, nog net zo funky spelen als twintig jaar geleden. De derde reden is dat Dury's nieuwe cd wordt bevolkt door eenzelfde soort figuren als New Boots: de vrouw die de baguettes smeert in de broodjeszaak in 'Geraldine', de typische Engelsman op weg naar het Wembley-stadion in 'Mash It Up, Harry' en de schooljongen in 'Jack Shit George' die door slecht en oninspirerend onderwijs is gedoemd tot een leven aan de onderkant van de maatschappij.

De vierde en laatste reden is dat Dury niets heeft verloren van zijn verbluffende rijmvermogen dat twintig jaar geleden in het nummer 'Billericay Dickie' goed was voor onvergetelijke zinnen als 'Had a love-affair with Tina/ In the back of my Cortina/ A seasoned-up hyena/ Couldn't be more obscener'. Op Mr Love Pants wemelt het van de zinnen als: “I'm a second-class person citizenwise/ This is something I must recognise/ It's not my place to make complaint/ But am I happy? No I ain't/ I was put on earth to discover my niche/ Oh Lord won't you make me nouveau riche?”

“Ik ben geen dichter”, zegt Dury over zijn teksten. “Er zit wel 'kunst' in wat ik doe, maar het is geen poëzie. Poëzie intereseert me ook niet. Ik heb geprobeerd poëzie te lezen, maar ik voel me er ongemakkelijk bij. Ik vind het te persoonlijk, het is alsof iemand je zijn dromen vertelt - dat is ook zo gênant. Ik wil in mijn teksten bijna altijd iets onpersoonlijks leggen. De meeste van mijn teksten gaan niet over mijzelf. Zelfs in 'You're my baby' op mijn nieuwe cd zit iets onpersoonlijks. Dat is natuurlijk een ode aan mijn kleine kind, maar het is zo opgeschreven dat het ook uit de mond zou kunnen komen van een vrouw die tegen een kip praat.

“Ik ben een woordsmid. Ik schrijf de woorden met een potlood op grote vellen architectenpapier en probeer daar in mijn kleine studio een ritme bij te vinden dat me bevalt. Als ik dat heb, dan geef ik het aan Chaz Jankel die er melodieën en mooie hooks bij kan verzinnen. Noodzakelijke voorwaarde bij deze werkwijze is dat mijn frasering altijd simpel is - alleen dan krijgt Chaz de vrijheid om te componeren. Het komt dus goed uit dat ik eigenlijk geen zanger ben, maar een raconteur.”

Kanker

In Engeland heeft Mr Love Pants tot nu toe redelijk succes. De cd kreeg goede recensies en de verkoop loopt naar wens. “De eerste twintigduizend zijn verkocht en die zijn altijd het moeilijkst”, zegt Dury. “De goede kritieken hebben me wel een beetje verbaasd. Ik hoop niet dat de critici zo positief zijn, omdat ik stervende ben. Maar dat geloof ik eigenlijk niet. We zijn gewoon de beste Britse band van de afgelopen 25 jaar en dat beseft men nu. De enige groep die aan ons kan tippen is de Average White Band.”

Over zijn darmkanker spreekt Dury met groot gemak. “Ja, waarom niet?” zegt hij. “Ik weet dat er een taboe op rust, maar het is niet iets om je voor te schamen. Het is gewoon een kwestie van pech. Bovendien heeft mijn dokter me verteld dat ik andere kankerlijders help door erover te praten. Dan voelen ze zich wat minder eenzaam. Ik wil ook laten zien dat kanker niet alleen ellende betekent. De strijd tegen kanker is minder beangstigend dan ik dacht. Het is geen full time job, het is belangrijk dat je blijft werken zo lang je kunt. Dat zorgt voor afleiding. Ik heb een plaat gemaakt, ik treed weer op en over een paar weken ga ik als UNICEF-ambassadeur naar Sri Lanka om er getuige te zijn van een inentingscampagne tegen polio.

“Kanker heeft ook een politieke kant. Ik kan me een dure behandeling met een nieuw medicijn veroorloven, maar als je in het ziekenfonds zit, kun je dat wel vergeten. Dan is de kans groot dat je helemaal geen specialist te zien krijgt en binnen de kortste keren sterft. Daar kan ik me over opwinden. Net zoals ik me in het 'Jack Shit George' kwaad maak over het slechte onderwijs in Engeland. Onderwijzer is een hoogstaand beroep. Onderwijzers zouden net zo goed betaald moeten worden als hersenchirurgen - ze zíjn tenslotte ook een soort hersenchirurgen. Maar in het Britse onderwijs worden ze onderbetaald, ze zijn slecht opgeleid en bovendien wordt er slecht gebruik van ze gemaakt. Geestelijke gezondheid, culturele gezondheid en lichamelijke gezondheid zouden absolute prioriteit moeten krijgen. Ik weet dat ik politiek naïef ben door dit te zeggen en dat men mij uitlacht, maar dat kan me niet meer schelen. Ik wil geen mellow old fart zijn. Ik ben blij dat ik naïef ben. Naïviteit is OK.”

Later op de avond laat Dury op een plein in Leuven zien waartoe een kankerpatiënt in staat is. Af en toe moet Dury op de rand van het drumpodium gaan zitten om even bij te komen, maar dat moest hij twintig jaar geleden, toen hij alleen nog was geteisterd door polio, ook al. Ondersteund door zijn Blockheads zingspreekt hij zijn oude nummers net zo geestig als twintig jaar geleden. “I'm not a flaming thickie, I'm Billericay Dickie, and I'm doing VERY WELL!” schreeuwt Dury.

De nieuwe nummers van Mr Love Pants blijken wonderwel te passen bij de oude hits: Dury en the Blockheads rijgen ze aaneen tot een geheel dat inderdaad doet geloven dat hier de beste Britse band van de afgelopen 25 jaar speelt.