Omroepbladenbestel

PUBLIEKE OMROEPEN reageren gebelgd op het verwijt van de nieuwe staatssecretaris van Mediazaken, Van der Ploeg, dat Hilversum te commercieel is. De protesten zouden aan waarde winnen wanneer het omroepbestel zich niet zo hardnekkig vastklampte aan zijn omroepgidsen. Men spreekt wel van het “omroepbladenbestel”. De gidsen zijn op de keper beschouwd een bijproduct, maar lijken wel kroonjuwelen.

Neem de ontkoppeling, het eind aan de dwaze regel dat de consument die een abonnement neemt op een omroepblad automatisch kiest voor het lidmaatschap van de exploiterende omroepvereniging. Is het niet logisch dat degeen die lid wil worden dat zelf te kennen geeft? Dat is het inderdaad - voor de toekomst. Voor hun bestaande zogenaamde leden konden de omroepverenigingen volstaan met een “negatieve wilsverklaring”. Dus nog steeds: wie zwijgt stemt toe.

De jongste wanhoopspoging van het omroepbladenbestel behelst het monopolie op de programmagegevens. Dat heeft de Nederlandse Mededingingsautoriteit nu opengebroken. Met reden, want de exclusiviteit van de omroepbladen spot met normale marktverhoudingen. Het monopolie kon door de jaren heen alleen in stand worden gehouden met juridische kunstgrepen van bedenkelijk allooi, die een slecht voorbeeld zijn geweest voor de mediawetgeving. Alleen al om die reden is het einde van het monopoliemonstrum een goed ding; of andere uitgevers er veel wijzer van worden, staat nog te bezien.

De omroepen eisen intussen compensatie voor het wegvallen van een inkomstenbron. En er zijn waarlijk nog politici in Den Haag die daar wel over willen denken in plaats van lering te trekken uit zoveel jaren van ongerechtvaardigde verrijking.