Nederlandse zakenlieden op de Wolga

Ondernemen langs de Wolga, zo luidde de ambitie van twaalf Nederlandse zakenlieden aan boord van m.s. Michail Scholochow die onlangs vanuit Moskou de rivier afzakten. 'Ga die kat 'ns vangen, dan hebben we vanavond wat te eten.'

MOSKOU, 11 SEPT. De rivierstomer Michail Scholochow verliet de haven van Moskou op de dag dat Kirijenko aftrad als premier. De roebel deed dertig cent en de economisch attaché van de Nederlandse ambassade durfde nog een gunstig monetair scenario te schetsen. “Als de inkomstenbelasting omhoog gaat”, voorspelde hij, “wordt de staatschuld beter beheersbaar, de rente kan omlaag waardoor de kansen voor het midden- en kleinbedrijf toenemen.”

Twaalf Nederlandse ondernemers uit het midden- en kleinbedrijf maakten een tocht van twee weken over de Wolga, van Moskou naar Wolgorad. Als lid van de Europese organisatie EFBQ - die bedrijven adviseert over de kwaliteit van hun management - kwamen ze kennis maken met het ontkiemende bedrijfsleven in de Russische provincie. Hoe (on)betrouwbaar zijn de zakenlieden er?, was een belangrijke vraag. En valt hier buiten het bereik van de mobiele telefoon überhaupt nog wat te handelen?

“De wil is er”, riep Freek Kuijer van Altrex, fabrikant van ladder- en klimmateriaal, toen het schip in de stad Kostroma had aangelegd. Hij wees op het achterstallig onderhoud aan de 19e-eeuwse huizen en liet zich snel even voorlichten over de plaatselijke ondernemersgeest. De anderen waren wat voorzichtiger. Ze verscholen zich achter de lens van hun videocamera en maakten grapjes: “Ga die kat eens vangen, dan hebben we vanavond wat te eten.”

De economisch attaché had die ochtend aan boord verteld dat de Russische beurs sinds januari zestig procent van haar waarde was verloren en dat de waarde van de roebel met dertig procent was gedaald. Al negentig dagen had de regering niets van de staatsschuld afgelost. “We moeten niet zo paniekerig doen”, zei Peter van Heezik van het gelijknamige transportbedrijf uit Maarssen. “Hoe groter ons wantrouwen, hoe zwaarder de Russen onder druk worden gezet.”

Terwijl het schip de onderzeebotenwerf van Nishni Novgorod passeerde, wijdde de Groningse historicus Hans van Koningsbrugge het gezelschap in in de mores van het lokale bedrijfsleven. Vijftig procent van de Russische economie is in handen van de mafia. Dit netwerk kent geen erecodes, het is de meest gewelddadige mafia ter wereld. Toch, zei Van Koningsbrugge opgewekt, is het mogelijk zaken te doen buiten de mafia om. Wie succesvol wil investeren moet rekening houden met het patronagesysteem. Elke zakenman heeft een beschermheer aan wie hij geld afdraagt. “Stel een potentiële compagnon vragen: welke politieke richting hangt hij aan? Heeft hij ervaring met buitenlandse bedrijven? Kan hij een businessplan laten zien?”

Hij drukte de directeuren op het hart zich correct te gedragen tijdens ontvangsten en bij de mensen thuis. Russen zijn bijgelovig. Fluit niet binnenshuis en steek nooit je sigaret aan met een kaars: dat brengt ongeluk. Doe je schoenen uit (laat in elk geval nooit de onderkant van je schoenen zien), neem een oneven aantal bloemen mee en ga niet op tafel zitten.

De roebel bleek die avond bij het sluiten van de beurs met zeventig procent te zijn ingestort.

In Kazan, de hoofdstad van Tatarstan nodigde het Comité voor Businessontwikkeling de Nederlandse handelsdelegatie uit. Op de tafels van een afgehuurd restaurant stonden schalen fruit, zalm en kaviaar. Toen Henk Vonhoff, als lid van de adviesraad van de EFBQ, aan zijn tafelrede begon, hadden de aanwezige Tartaren al een vierkleurenfolder van hun Nederlandse collega's in de handen.

Kazan is interessant. Negentig procent van het verdiende inkomen in deze stad is afkomstig van 45.000 kleine bedrijven. De regio is relatief rijk, maar jonge handelaren en producenten moeten sinds enkele jaren belasting betalen en de roebel zakt maar door. De vijftien aanwezige 'biznjezmen' vochten om de drie tolken. Een jonge Rus in Versacepak vroeg of een communicatie-adviseur uit Lunteren een aandeel wilde nemen in zijn porseleinfabriek. De eigenares van een speelgoedbedrijf gebaarde heftig met een pandabeertje om haar argumenten kracht bij te zetten.

Het werd later en de profileringsdrang van de Tartaren nam toe. De directeur van de ladderfabriek Altrex bood aan een historisch pand in de stad te restaureren. Gejuich. “We moeten hier geen missiewerk gaan doen”, fluisterde een Brabander beschaamd.

De winkelstraten van de zuidelijke provinciesteden Samara en Saratov staan vol Coca Cola-windschermen en Rothweiler-parasols. Bij de sportwinkels liggen Reebokschoenen in de etalage en de bakker verkoopt het B-merk Bavaria. De enige ijsjes die de gids als 'veilig' aanmerkte zijn die van Mars, omdat het bedrijf die met eigen diepvriesvrachtwagens aflevert. De delegatie kwam nu pas goed los. Hier hadden zelfs winkeliers Internetadressen. Dit was het achterland waar ladderfabrikant Kuijer op gehoopt had. Een mannetje in Moskou had hij al, maar hij wilde 'uitwaaieren'. Wat Kuijer zocht waren 'vooruitgeschoven dealerposities', die bevoorraad kunnen worden vanuit de hoofdstad.

De eigenaar van een constructiebedrijf was wat minder optimistisch. “De aanwezigheid van al dit straatmeubilair markeert de grenzen van het distributienetwerk van de multinationals”, zei hij vol bewondering. “Dat gaat ver het land in, maar het midden- en kleinbedrijf heeft er weinig aan. Elk product heeft zijn eigen lijntje. Er is geen netwerk waar je op aan kunt haken.”

Op de laatste dag in Wolgograd - het vroegere Stalingrad - bezochten de ondernemers een dieselmotorenfabriek. Ineens waren ze weer terug in de tijd. In grote schemerige hallen werden ouderwetse tractormotoren vervaardigd. Capaciteit: zevenduizend machines per jaar. Reële productie: 1500 machines. “Er is niet meer vraag”, antwoordde de fabrieksdirecteur verlegen. Waarom exporteert u dan niet?, vroeg de directeur van schoonmaakbedrijf Hago kritisch. “Maybe our marketing is weak.” Hoe komt de kostprijs eigenlijk tot stand? De directeur zei niets meer. “Hier gebruikt men cijfers zoals een dronkeman een lantaarnpaal gebruikt,” zei Vonhoff bij het vertrek. “Niet ter verheldering, maar ter ondersteuning.”