Met hart en ziel in de huid van een kind

Nicholson Baker: The Everlasting Story of Nory. Chatto & Windus, 226 blz. ƒ 44,50

De wereldliteratuur wemelt van de romans over kinderen. Soms zijn ze geschreven in de eerste persoon enkelvoud: een kind vertelt in zijn eigen woorden wat hem is overkomen (Huckleberry Finn), of een volwassene kijkt terug op het kind dat hij eens was (Die Blechtrommel). Soms, zoals in The Lord of the Flies, zijn ze geschreven in de derde persoon enkelvoud, vanuit het perspectief van een volwassene. En het allersomst zie je een combinatie van die twee methoden: de schrijver verplaatst zich in de gedachtenwereld van een kind, maar schrijft zijn verhaal in de hij-vorm, als wilde hij streven naar extra objectiviteit.

In zijn vierde roman doet Nicholson Baker, auteur van de geruchtmakende (seks-) romans Vox en The Fermata, wat James Joyce zo perfect deed in het eerste hoofdstuk van A Portrait of the Artist as a Young Man. Hij kruipt met hart en ziel in de huid van zijn jonge hoofdpersoon, zonder te kiezen voor een ik-figuur als verteller. Het resultaat is een 'ontwikkelingnovelle' die zijn charme ontleent aan de opeengestapelde zinnen, de onnavolgbare zinswendingen, de verrassende observaties en de logische verbanden die typisch zijn voor een negenjarig meisje. Wie zich wel eens heeft verwonderd over de Griekse held Achilles, die steevast zijn hele lichaam inpakte in een peperdure wapenrusting maar vergat om zijn enige onkwetsbare plek te beschermen, is bij Nory aan het goede adres. Net als de psycholoog die zich heeft afgevraagd waarom het zo moeilijk is om te praten met een tweeling; of de kerkganger die zich heeft verbaasd over het feit dat je '25 boeken moet lezen om te weten te komen wat er op de glas-in-loodramen te zien is', terwijl die ramen vroeger juist bedoeld waren om analfabeten van informatie te voorzien.

Bakers bescheiden opgezette boek draait om de gedachten van Nory, een Amerikaans meisje dat met haar ouders en haar kleine broertje een semester doorbrengt in een Engels provinciestadje. Een plot is afwezig, zoals in het leven van de meeste kinderen (of beter: mensen). Nory gaat naar school, maakt vriendinnetjes, droomt weg bij haar Barbies, schrijft sprookjesachtige verhalen, en onderscheidt zich alleen van haar klasgenoten doordat ze zich het lot aantrekt van een meisje dat door iedereen gepest wordt. Het is aandoenlijk om te lezen hoe Nory haar best doet om het leven van deze Pamela dragelijk te maken, terwijl ze haar eigenlijk weinig te zeggen heeft.

Nory verwondert zich over de wereld en voorziet hem van commentaar. Zo merkt ze op hoe moeilijk het is om iemand anders te vertellen over een boek dat je goed vindt: 'de beschrijving die je ervan kunt geven, zou net zo goed de beschrijving kunnen zijn van een saai boek. Je kunt niemand een bewijs geven dat het een echt goed boek is, tenzij je het aan die persoon laat lezen. Maar hoe kun je iemand overhalen om het te lezen zonder dat hij of zij ziet - door een stukje te lezen - waarom het zo goed is?'

Een citaat als dit maakt duidelijk dat The Everlasting Story... behalve over een doodgewoon meisjesleven ook over lezen en schrijven, taal en literatuur gaat; Nory is zelf een schrijfster, van de uitzinnigste opstellen, en in een van haar mooiste bespiegelingen verzet ze zich met onweerlegbare argumenten tegen het door de juffrouw opgelegde verbod op 'armoedige' woorden als 'said' en 'then' en 'nice'. Maar laten we Bakers boek niet dieper maken dan het wil zijn. Het is de eerste plaats een stijloefening, zoals ook Vox (een verzameling erotische telefoongesprekken) en Room Temperature (de gedachten van een vader die zijn kind de fles geeft) dat waren. Misschien dat het experiment dit keer net iets te lang doorgaat, en dat Baker vooral in het weergeven van Nory's fantasieverhalen beter had moeten waken tegen verveling. Maar dat neemt niet weg dat The Everlasting Story..., om in Nory's idioom te blijven, over het algemeen 'humongously good' is, en af en toe 'heroriously funny.'