Marine stond bloot aan radioactiviteit

DEN HELDER, 11 SEPT. Dienstplichtigen en ander personeel van de Koninklijke Marine zijn tussen de jaren 1960 en 1965 onbeschermd blootgesteld aan radioactieve straling.

Dat gebeurde tijdens proeven op mijnenvegers en andere fregatten waarbij de marine opzettelijk radioactiviteit opwekte om de hoeveelheid straling in de verschillende scheepsruimten op te kunnen meten.

Het doel daarvan was te bepalen hoe groot de afschermfactor per ruimte was, zodat het personeel bij een atoomaanval in de meest gunstige plek op het schip kon schuilen. De testen vonden plaats op het hoogtepunt van de Koude Oorlog.

Volgens de marinevoorlichting is voor de testen destijds gebruikgemaakt van lichte radioactieve, ingekapselde stralingsbronnen. Dat gebeurde bij voorbeeld door het verplaatsen van een bron met een hengel over de verschillende dekken en door het rondpompen van een radioactieve bron door een 700 meter lange slang.

De marinevoorlichting beschouwt de doses waaraan het marinepersoneel stond blootgesteld als verwaarloosbaar. De marine gaat hierbij uit van de dosismeters die stralingsdeskundigen van onder andere TNO om hadden. Zij stonden dichter bij de bron, terwijl hun meters nauwelijks meetbare doses ontvingen. Marinepersoneel zou op grotere afstand hebben gestaan. Zij droegen geen beschermende kleding. De marine vond dat niet nodig, omdat er geen radioactieve stof vrijkwam.

De militaire vakbond AFMP heeft de marine vragen gesteld over de kwestie.