Lessen uit Koude Oorlog zijn nog niet vergeten

In het internationale strategische discours zijn de atoomwapens terug van weggeweest. Tot nog niet zo lang geleden werden IMF- en andere leningen aan Rusland gemotiveerd als noodzakelijk voor de opneming van dit land in de gemeenschap van gearriveerde geïndustrialiseerde landen. In Denver werd Jeltsin vorig jaar juni nog gevierd als de erkende leider van het achtste lid van de informele maar elitaire Groep van Zeven - de Verenigde Staten, Japan, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk, Italië en Canada. Weliswaar gebeurde dat vooral onder druk van Clinton, maar de andere aanwezigen durfden toen geen uiting te geven aan hun reserves. Inmiddels is het argument voor steun aan en opwaardering van Rusland verschraald tot een verwijzing naar de gevaren van de Russische nucleaire wapens. In wiens handen vallen zij als de crisis leidt tot een verdere versplintering van de centrale macht? is de bange vraag.

De stand van zaken op dit moment wordt bepaald door START II, het verdrag tot vermindering van de aantallen strategische wapens in het bezit van Rusland en de Verenigde Staten. Volgens dit verdrag moeten de arsenalen in het jaar 2003 zijn teruggebracht tot maximaal 3.000 à 3.500 atoomkoppen en -bommen per ondertekenaar. Aanvullende bepalingen houden in dat op land geplaatste internationale raketten met niet meer dan één kop mogen zijn uitgerust, dat de Russen hun zwaarste raketten, de SS-18, elimineren en dat lange-afstandsvliegtuigen worden geteld naar het aantal strategische wapens dat zij vervoeren. In de praktijk betekent dit een vermindering van de arsenalen sinds het einde van de Koude Oorlog met vele duizenden kernkoppen en -bommen.

Maar enkele duizenden koppen in verkeerde handen worden nu gevaarlijker geacht dan een veelvoud ervan in handen van leiders die wéten wat zij in handen hebben. De redenering is dat de leiders tijdens de Koude Oorlog geleidelijk aan zijn gaan inzien met welke zware verantwoordelijkheid zij waren belast. De Cuba-crisis van oktober 1962, toen de Russen atoomwapens op het eiland van Fidel Castro installeerden, wordt algemeen gezien als een keerpunt in de wapenwedloop. Wel heeft de Sovjet-Unie vervolgens de race met verhoogde inspanning voortgezet en hebben de Amerikanen met hun keuze voor meervoudige atoomwapens die race naar een hoger technologisch niveau getild, maar president Kennedy en zijn entourage kwamen al tot de erkenning dat het voeren van een atoomoorlog het einde van de wereld zou betekenen zoals we die kennen en dus zinloos was geworden. Dat was een flinke stap verwijderd van augustus 1945, toen de Amerikanen de Japanse capitulatie afdwongen met het afwerpen van twee atoombommen, een op Hirosjima, de tweede op Nagasaki.

Langzamerhand is de angst voor de atoombom de angst voor de vijand gaan overheersen, zeker aan Amerikaanse kant. Een ingenieus elektronisch bevelsysteem werd ontwikkeld dat atoomwapens blokkeert zolang de president 'de knop' niet indrukt. Die knop is altijd in zijn nabijheid waar hij zich ook bevindt, evenals een verbinding met de inlichtingendiensten. Tijdens de Koude Oorlog werd de tijd die hem restte nadat een atoomaanval van de Sovjet-Unie was gesignaleerd, geschat op niet meer dan vijftien minuten. Om misverstanden te voorkomen werd tussen het Witte Huis en het Kremlin een hotline geïnstalleerd, een directe verbinding tussen de hoogste leiders. Ook werd tussen de antagonisten een waarschuwingssysteem opgezet om te voorkomen dat misinformatie de wereld in een atoomoorlog zou storten. Nog maar een paar jaar geleden deed dat zijn werk toen Russische bevelhebbers een Noorse raketlancering aanzagen voor het begin van een Amerikaanse aanval.

Een voorproefje van wat de wereld te wachten staat als het Kremlin de controle over zijn kernwapens verliest, gaf in 1991 de gijzeling van president Gorbatsjov tijdens diens zomervakantie op de Krim. Een tijd lang was de Sovjet-'knop' in handen van de coupplegers. Zij hebben er geen gebruik van gemaakt (kunnen maken?), maar het incident toonde de kwetsbaarheid van het systeem tijdens een binnenlandse crisis.

Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie hebben de Amerikanen hun kaarten gezet op de Russische Federatie, de kern van de oude unie en de machtigste van de erfgenamen. De zetel van de Sovjet-Unie in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties werd ingenomen door Rusland. Minister van Buitenlandse Zaken Baker reisde alle nieuwe staten af die Sovjet-atoomwapens op hun grondgebied hadden om hun regeringen te bewegen tot overdracht van die wapens aan Rusland. Met uitzondering van Oekraïne, dat een tijd lang tegenspartelde, voldeden zij vrijwel onmiddellijk aan de Amerikaanse wensen. Rusland zelf werd zo, als wettig en praktisch opvolger van de Sovjet-Unie, Amerika's partner in bestaande en nieuwe wapenbeheersingsverdragen en -overeenkomsten. Een paar werden nog vorige week ondertekend tijdens Clintons bezoek aan Moskou.

De Amerikanen hebben de afgelopen jaren honderden miljoenen dollars geïnvesteerd in de beteugeling van de risico's die de oude Sovjet-arsenalen met zich brengen: ontmanteling van strategische Sovjet-wapens in en buiten Rusland, transport van wapens naar Rusland, overname en onschadelijk maken van splijtstof uit verschrote kernkoppen zijn mogelijk gemaakt met behulp van Amerikaanse expertise en dankzij Amerika's financiële steun. Maar het beheer van Ruslands resterende atoommacht is een Russische zaak. Daar doen zich de problemen voor.

Al sinds de ineenstorting van de Sovjet-Unie zijn verhalen in omloop over het wegsijpelen van kennis, materiaal en splijtstof naar landen die uit zijn op het ontwikkelen van een eigen atoomwapen. Voor werkloze Russische kerngeleerden zou daar emplooi zijn. Voor beheerders van opslagplaatsen zou in de illegale verkoop van de hun toevertrouwde zaken een aardige bijverdienste zitten, zeker nu salarissen niet worden uitbetaald. Verdere verzwakking van de positie van het Kremlin zou de toestand alleen maar verslechteren.

Vooralsnog maken dit soort gevaren meer indruk dan de theoretische mogelijkheid dat een op hol geslagen leiderschap, federaal of lokaal, overgaat tot regelrechte chantage van het Westen of derde landen met kernwapens. De belangengemeenschap die tussen Russen en Amerikanen is ontstaan bij de beheersing van de risico's van een in ontbinding zijnde supermogendheid biedt een zekere waarborg dat de zwartste scenario's niet onmiddellijk werkelijkheid worden. De lessen van de Koude oorlog zijn nog niet vergeten.